• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Een kerkelijk ambt kan zonder canonieke toekenning niet geldig verkregen worden.
Toekenning van een kerkelijk ambt heeft plaats: door vrije toewijzing door de bevoegde kerkelijke overheid; door aanstelling door deze gegeven, als een voordracht voorafgegaan is; door bevestiging of toelating door deze verleend, als een verkiezing of postulatie voorafgegaan is; tenslotte door eenvoudige verkiezing en aanvaarding door de gekozene, als de verkiezing geen bevestiging behoeft.
Aan de overheid die de bevoegdheid heeft ambten in te stellen, te veranderen en op te heffen komt ook de toekenning hiervan toe, tenzij iets anders door het recht bepaald wordt.
§ 1 Om tot een kerkelijk ambt bevorderd te worden, moet iemand in de gemeenschap van de Kerk zijn alsook geschikt, dat wil zeggen in het bezit van die eigenschappen die door het universeel of particulier recht of door de stichtingsbepalingen voor dat ambt vereist worden.

§ 2 De toekenning van een kerkelijk abt aan iemand die de vereiste eigenschappen mist, is alleen ongeldig als die eigenschappen door het universeel of particulier recht of door de stichtingsbepalingen voor de geldigheid van de toekenning uitdrukkelijk geëist worden; anders is zij geldig, maar kan vernietigd worden door een decreet van de bevoegde overheid of door een vonnis van een administratieve rechtbank.

§ 3 De toekenning van een ambt gedaan op grond van simonie, is van rechtswege ongeldig.

Een ambt dat volledige zielzorg met zich meebrengt, voor het vervullen waarvan de uitoefening van het priesterschap vereist wordt, kan aan iemand die de priesterwijding nog niet heeft ontvangen , niet geldig toegekend worden.
De toekenning van een ambt dat zielzorg met zich meebrengt mag zonder ernstige reden niet uitgesteld worden.
Aan niemand mogen twee of meer onverenigbare ambten toegekend worden, die namelijk welke niet tegelijk door dezelfde persoon vervuld kunnen worden.
§ 1 De toekenning van een rechtens niet vacant ambt is door het feit zelf ongeldig en wordt ook niet geldig doordat het daarna vacant wordt.

§ 2 Als het echter een ambt betreft dat rechtens voor een bepaalde tijd wordt toegekend, kan de toekenning binnen zes maanden voor het verstrijken van deze tijd plaats hebben, en wordt deze van kracht vanaf de dag waarop het ambt vacant wordt.

§ 3 De belofte van een of ander ambt, door wie ook gedaan, brengt geen enkel rechtsgevolg voort.

Een rechtens vacant ambt dat misschien nog onwettig in iemands bezit is, kan toegewezen worden, mits op de voorgeschreven wijze verklaard is dat dit bezit niet wettig is, en van deze verklaring melding gemaakt wordt in de brief van toewijzing.
Wie een ambt toewijst in de plaats van een ander die nalatig of verhinderd is, verkrijgt daardoor geen enkele macht over de persoon aan wie het toegewezen is, maar de rechtspositie van deze laatste wordt juist zo bepaald alsof de toekenning volgens de gewone rechtsnorm plaatsgevonden had.
De toekenning van elk ambt dient schriftelijk vastgelegd te worden.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam