• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
§ 1 De Katholieke Kerk en de Apostolische Stoel zijn naar hun aard morele persoon krachtens goddelijke ordening zelf.

§ 2 Er zijn in de Kerk naast fysieke personen ook rechtspersonen, namelijk subjecten in het canoniek recht van plichten en rechten die met hun aard overeenkomen.

§ 1 Als rechtspersonen worden opgericht ofwel krachtens rechtsvoorschrift zelf ofwel krachtens speciale verlening door de bevoegde overheid bij decreet gegeven, gehelen hetzij van personen hetzij van zaken, gericht op een met de zending van de Kerk overeenkomende doelstelling, die de doelstelling van enkelingen overstijgt.

§ 2 Onder de doelstellingen waarover in § 1, worden verstaan die welke werken betreffen van vroomheid, apostolaat of caritas, hetzij geestelijk hetzij tijdelijk van aard.

§ 3 De bevoegde overheid van de Kerk mag geen rechtspersoonlijkheid toekennen tenzij aan die gehelen van personen of zaken die een werkelijk nuttige doelstelling nastreven en die, alles in overweging genomen, over de middelen beschikken waarvan men voorziet dat ze kunnen volstaan om het gestelde doel te bereiken.

§ 1 Rechtspersonen in de Kerk zijn of gehelen van personen of gehelen van zaken.

§ 2 Een geheel van personen, dat niet opgericht kan worden tenzij het minstens uit drie personen bestaat, is collegiaal als de leden zijn werkzaamheid door gezamenlijke besluitvorming bepalen, hetzij met gelijk recht hetzij niet, volgens het recht en de statuten; anders is het niet collegiaal.

§ 3 Een geheel van zaken, dat wil zeggen een autonome stichting, bestaat uit goederen of zaken, hetzij geestelijke hetzij materiële, en wordt geleid door een of meerdere fysieke personen of door een college volgens het recht en de statuten.

§ 1 Publieke rechtspersonen zijn gehelen van personen of zaken, die door de bevoegde kerkelijke overheid opgericht worden om binnen de voor hen te voren vastgestelde grenzen namens de Kerk, volgens de voorschriften van het recht, de hun eigen, met het oog op het openbaar welzijn toevertrouwde taak te vervullen; de overige rechtspersonen zijn privaat.

§ 2 Publieke rechtspersonen verkrijgen deze rechtspersoonlijkheid hetzij van rechtswege hetzij door een speciaal decreet van de bevoegde overheid, wanneer zij deze uitdrukkelijk verleent; private rechtspersonen verkrijgen deze rechtspersoonlijkheid slechts door een speciaal decreet van de bevoegde overheid, wanneer zij deze rechtspersoonlijkheid uitdrukkelijk verleent.

Geen geheel van personen of zaken dat rechtspersoonlijkheid wenst te verkrijgen, kan deze verwerven, tenzij zijn statuten door de bevoegde overheid goedgekeurd zijn.
Een publiek rechtspersoon vertegenwoordigen, wanneer zij optreden in diens naam, zij aan wie deze bevoegdheid door het universeel of particulier recht of door de eigen statuten toegekend wordt; een private rechtspersoon zij aan wie deze zelfde bevoegdheid door de statuten verleend wordt.
Wat collegiale handelingen betreft, tenzij iets anders door het recht of de statuten voorzien wordt:
  1. heeft rechtskracht, als het over verkiezingen gaat, wat in aanwezigheid van de meerderheid van hen die bijeengeroepen moeten worden, besloten is door de absolute meerderheid van de aanwezigen; na twee stemmingen zonder resultaat dient gestemd te worden over de twee kandidaten die het grootste gedeelte van de stemmen behaald hebben, of , als er meerdere zijn, over de oudste twee in leeftijd; na de derde stemming, als er een pariteit blijft, dient degene als gekozen beschouwd te worden die de oudste in leeftijd is;
  2. heeft rechtskracht, als het over andere zaken gaat, wat in aanwezigheid van de meerderheid van hen die bijeengeroepen moeten worden, besloten is door de absolute meerderheid van de aanwezigen; als na twee stemmingen de stemmen gelijk zijn, kan de voorzitter door zijn stem een einde maken aan de pariteit;
  3. moet echter, wat allen afzonderlijk raakt, door allen goedgekeurd worden.
§ 1 Een rechtspersoon is van nature blijvend; maar hij houdt op te bestaan als hij door de bevoegde overheid wettig opgeheven wordt of gedurende een periode van honderd jaar nagelaten heeft te handelen; bovendien houdt een private rechtspersoon op te bestaan als de vereniging zelf volgens de statuten ontbonden wordt of als de stichting zelf, naar het oordeel van de bevoegde overheid, volgens de statuten heeft opgehouden te bestaan.

§ 2 Als slechts één van de leden van een collegiale rechtspersoon overblijft en het geheel van personen volgens de statuten niet heeft opgehouden te staan, komt de uitoefening van alle rechten van het geheel aan dat lid toe.

Als gehelen hetzij van personen van zaken, die publieke rechtspersonen zijn, zo verenigd worden dat hieruit één geheel ontstaat dat ook zelf rechtspersoonlijkheid bezit, verkrijgt deze nieuwe rechtspersonen de goederen en vermogensrechten eigen aan de vroegere rechtspersonen, en neemt hij de verplichtingen op zich die op dezen rustten; wat echter de bestemming vooral van de goederen betreft en het vervullen van de verplichtingen, moeten de wil van de stichters en schenkers en de verworven rechten behouden blijven.
Als een geheel dat publieke rechtspersoonlijkheid bezit, zo verdeeld wordt dat ofwel een deel ervan met een andere rechtspersoon verenigd wordt, ofwel uit een afgescheiden deel een onderscheiden rechtspersoon opgericht wordt, moet de kerkelijke overheid aan wie de verdeling toekomt er zelf of door middel van een uitvoerder voor zorgen, en wel allereerst met inachtneming zowel van de wil van stichters en schenkers als van verworven rechten alsook van goedgekeurde statuten:
  1. dat de gemeenschappelijke goederen en vermogensrechten die verdeeld kunnen worden, alsmede schulden en andere verplichtingen tussen de betreffende rechtspersonen verdeeld worden met de vereiste evenredigheid naar recht en billijkheid, rekening houdend met alle omstandigheden en de noden van ieder van beiden;
  2. dat het gebruik en vruchtgebruik van de gemeenschappelijke goederen die niet voor verdeling in aanmerking komen, aan ieder van beide rechtspersonen toevallen en dat de hieraan eigen verplichtingen aan ieder van beiden worden opgelegd, eveneens met inachtneming van de vereiste evenredigheid, naar recht en billijkheid te bepalen.
Wanneer een publieke rechtspersoon heeft opgehouden te bestaan, wordt de bestemming van zijn goederen en vermogensrechten en eveneens van de verplichtingen geregeld door het recht en de statuten; als deze daarover zwijgen, vervallen zij aan de onmiddellijk hogere rechtspersoon, steeds met behoud van de wil van stichters en schenkers alsook van verworven rechten; wanneer een private rechtspersoon heeft opgehouden te bestaan, wordt de bestemming van zijn goederen en verplichtingen door de eigen statuten geregeld.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam