• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
In de gevallen waarover in can. 696, dient de hogere Overste, na het horen van zijn raad, als hij van oordeel is een wegzendingsproces te moeten beginnen, het volgende te doen:
  1. hij dient de bewijzen te verzamelen of te vervolledigen;
  2. hij dient het lid schriftelijk of in aanwezigheid van twee getuigen te waarschuwen met de expliciete dreiging dat wegzending zal volgen als hij niet tot inkeer komt, waarbij hij duidelijk de reden van wegzending aangeeft en het lid ten volle de mogelijkheid biedt zich te verdedigen; als deze waarschuwing tevergeefs is, dient hij, na een tussentijd van ten minste vijftien dagen, tot een tweede waarschuwing over te gaan;
  3. als ook deze waarschuwing tevergeefs geweest is en de hogere Overste met zijn raad van oordeel is dat de onverbeterlijkheid van het lid voldoende vaststaat en dat zijn verdediging ontoereikend is, dient hij, nadat vijftien dagen sinds de laatste waarschuwing vruchteloos verstreken zijn, alle akten, door hem zelf en door een notarius ondertekend, samen met de antwoorden van het lid, door het lid zelf ondertekend, aan de hoogste Bestuurder over te maken.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 27 juni 2021

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam