• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
§ 1 Een lid moet weggezonden worden wegens de misdrijven waarover in de canones 1397, 1398 en 1395, tenzij de Overste bij de misdrijven waarover in can. 1395, § 2, van oordeel is dat wegzending niet volstrekt noodzakelijk is en dat voor de verbetering van het lid en voor het herstel van de rechtvaardigheid en het wegnemen van ergernis op andere wijze voldoende gezorgd kan worden.

§ 2 In deze gevallen dient de hogere Overste, nadat de bewijzen betreffende de feiten en de toerekenbaarheid bijeengebracht zijn, aan het weg te zenden lid de beschuldiging te betekenen, waarbij hem de mogelijkheid gegeven wordt zich te verdedigen. Alle akten, door de hogere Overste en een notarius ondertekend, dienen tegelijk met de antwoorden van het lid, op schrift gesteld en door het lid zelf ondertekend, aan de hoogste Bestuurder overgemaakt te worden.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 11 april 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam