• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

§ 1 Aan de diocesane Bisschop komt in het hem toevertrouwde bisdom alle gewone, eigen en onmiddellijke macht toe, die voor de uitoefening van zijn herderlijke taak vereist is, uitgezonderd zaken die door het recht of door een decreet van de Paus aan het hoogste of een ander kerkelijk gezag voorbehouden zijn.

§ 2 Zij die aan het hoofd staan van de andere gemeenschappen van gelovigen waarover in can. 368, worden in het recht gelijkgesteld met een diocesane Bisschop, tenzij uit de aard der zaak of krachtens een voorschrift van het recht iets anders blijkt.

Alinea's in de marge van alinea 381

§ 1 Onder Ordinaris worden in het recht verstaan, behalve de Paus, de diocesane Bisschoppen en de anderen die, hoewel slechts tijdelijk, over een particuliere Kerk of een daarmee volgens can. 368 gelijkgestelde gemeenschap zijn aangesteld alsook zij die daarin algemene gewone uitvoerende macht bezitten, namelijk Vicarissen-generaal en bisschoppelijke Vicarissen; eveneens, voor hun leden, de hogere Oversten van clericale religieuze instituten van pauselijk recht en van clericale sociëteiten van apostolisch leven van pauselijk recht, die ten minste gewone uitvoerende macht bezitten.

§ 2 Onder plaatselijke Ordinaris worden verstaan alle in § 1 genoemden, behalve de Oversten van religieuze instituten en van sociëteiten van apostolisch leven.

§ 3 Wat in de canones bij name aan de diocesane Bisschop binnen het kader van de uitvoerende macht toegekend wordt, wordt geacht alleen toe te komen aan de diocesane Bisschop en aan de anderen met hem in can. 381, § 2 gelijkgesteld, met uitsluiting van de Vicaris-generaal en de bisschoppelijke Vicaris, tenzij krachtens speciaal mandaat.

De bovengenoemde religieus:
  1. heeft, wanneer hij door zijn professie het eigendomsrecht van goederen verloren heeft, het gebruik, vruchtgebruik en beheer van de goederen die hem ten deel vallen; maar de eigendom verwerven een diocesane Bisschop en de anderen over wie in can. 381, § 2, voor de particuliere Kerk; de overigen voor het instituut of voor de Heilige Stoel, naar gelang het instituut bekwaam is goederen te bezitten of niet;
  2. herkrijgt, wanneer hij door zijn professie het eigendomsrecht van goederen niet verloren heeft, het gebruik, vruchtgebruik en beheer van de goederen die hij had; wat hem daarna ten deel valt, verwerft hij ten volle voor zichzelf;
  3. moet echter in beide gevallen over de goederen die hem niet omwille van zijn persoon ten deel vallen, beschikken overeenkomstig de wil van de schenkers.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam