• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Tenzij iets anders door het recht of de wettige statuten van een college of groep voorzien is, mag, indien een of ander college of groep van personen het recht heeft iemand voor een ambt te kiezen, de verkiezing niet langer uitgesteld worden dan drie nuttige maanden, te rekenen vanaf de kennisneming van de vacature van het ambt; is deze termijn onbenut verstreken, dan dient de kerkelijke overheid, aan wie het recht om de verkiezingen te bevestigen of aan wie het recht van toekenning vervolgens toekomt, in het vacante ambt vrij te voorzien.
§ 1 De voorzitter van het college of van de groep dient allen die tot het college of de groep behoren, bijeen te roepen; wanneer de convocatie echter persoonlijk moet zijn, is ze geldig als ze gebeurt op de plaats van het domicilie of quasi-domicilie of op de plaats van het verblijf.

§ 2 Als iemand van de bijeen te roepen personen overgeslagen en daarom afwezig is geweest, is de verkiezing geldig; op diens verzoek evenwel moet de verkiezing, ook al is ze bekrachtigd, door de bevoegde overheid vernietigd worden, als bewezen is dat hij overgeslagen werd en afwezig was, mits rechtens vaststaat dat zijn beroep tenminste binnen drie dagen na kennisneming van de verkiezen verzonden is

§ 3 Als meer dan een derde van de kiezers overgeslagen is, is de verkiezing van rechtswege nietig, tenzij allen die overgeslagen waren in feite aanwezig waren.

§ 1 Nadat de convocatie wettig plaats gehad heeft, hebben de aanwezigen stemrecht op de dag en de plaats in de convocatie bepaald, met uitsluiting van de bevoegdheid om hun stem uit te brengen hetzij per brief hetzij door een gemachtigde, tenzij iets anders door de statuten wettig voorzien wordt.

§ 2 Als een van de kiezers aanwezig is in het huis waar de verkiezing plaats heeft, maar wegens zwakke gezondheid niet bij de verkiezing aanwezig kan zijn, dient zijn schriftelijke stem door de stemopnemers opgehaald te worden.

Al heeft iemand op meerdere titels het recht om uit eigen naam zijn stem uit te brengen, kan hij toch slechts één stem uitbrengen.
Opdat de verkiezing geldig is, kan niemand tot de stemming toegelaten worden die niet tot het college of de groep behoort.
Een verkiezing waarvan de vrijheid op welke wijze ook in feite belemmerd werd, is van rechtswege ongeldig.
§ 1 Onbekwaam om een stem uit te brengen is:
  1. wie niet in staat is tot menselijk handelen;
  2. wie actief stemrecht mist;
  3. wie met excommunicatie bestraft is, hetzij door rechterlijk vonnis hetzij door een decreet waarbij de straf opgelegd of verklaard wordt;
  4. wie op publiek gekende wijze van de gemeenschap van de Kerk afgevallen is.

§ 2 Als iemand van de bovengenoemden toegelaten wordt, is zijn stem nietig, maar is de verkiezing geldig, tenzij vaststaat dat na aftrek van deze stem de gekozene het vereiste aantal stemmen niet behaald heeft.

§ 1 Opdat de stem geldig is, moet ze zijn:
  1. vrij; daarom is ongeldig de stem van iemand die door ernstige vrees of list rechtstreeks of onrechtstreeks ertoe gebracht is om een bepaalde persoon of onderscheiden personen afzonderlijk te kiezen;
  2. geheim, zeker, onvoorwaardelijk en bepaald.

§ 2 Voorwaarden voor de verkiezing aan een stem toegevoegd, dienen als niet gesteld beschouwd te worden.

§ 1 Voordat de verkiezing begint, dienen uit de kring van het college of de groep minstens twee stemopnemers aangesteld te worden.

§ 2 De stemopnemers dienen de stemmen te verzamelen en ten overstaan van de voorzitter na te gaan of het aantal stembiljetten met het aantal kiezers overeenkomt, de stemmen zelf te controleren en bekend te maken hoeveel ieder behaald heeft.

§ 3 Als het aantal stemmen het aantal kiezers overtreft, is er niets gedaan.

§ 4 Alle handeling van de verkiezing dienen door degene die de functie van secretaris vervult, nauwkeurig beschreven te worden en, ten minste door de secretaris zelf, de voorzitter en de stemopnemers ondertekend, in het archief van het college zorgvuldig bewaard te worden.

§ 1 Tenzij iets anders door het recht of de statuten voorzien wordt, kan een verkiezing ook gebeuren door compromis, mits namelijk de kiezers, bij eenstemmige en schriftelijke toestemming, op één of meer geschikte personen hetzij uit hun midden hetzij buitenstaanders het kiesrecht voor die keer overdragen, om namens allen krachtens de ontvangen bevoegdheid de verkiezing te verrichten.

§ 2 Als het gaat over een college of groep die alleen uit clerici bestaat, moeten zij aan wie bij compromis de verkiezing opgedragen is, een heilige wijding hebben ontvangen; anders is de verkiezing ongeldig.

§ 3 Zij aan wie bij compromis de verkiezing opgedragen is, moeten de rechtsvoorschriften over de verkiezing in acht nemen en, voor de geldigheid van de verkiezing, de bij het compromis gevoegde voorwaarden die niet in strijd zijn met het recht, onderhouden; maar voorwaarden in strijd met het recht dienen als niet toegevoegd beschouwd te worden.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam