• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
§ 1 Een strafvordering vervalt door verjaring na drie jaar, tenzij het gaat:
  1. om misdrijven die voorbehouden zijn aan de Congregatie voor de Geloofsleer;
  2. om een vordering wegens misdrijven waarover in de canones 1394, 1395, 1397, 1398, die na vijf jaar verjaart;
  3. om misdrijven die niet door het algemeen recht bestraft worden, als de particuliere wet een andere termijn van verjaring vastgesteld heeft.
§ 2 De verjaring loopt vanaf de dag dat het misdrijf gepleegd is, of indien het misdrijf blijvend of habitueel is, vanaf de dag dat het heeft opgehouden te bestaan.

Alinea's in de marge van alinea 1362

Geen verjaring geldt tenzij zij steunt op goede trouw, niet alleen aan het begin maar gedurende het gehele verloop van de tijd die voor de verjaring vereist is, behoudens het voorschrift van can. 1362.
§ 1 Indien binnen de termijnen waarover in can. 1362, te berekenen vanaf de dag waarop het veroordelend vonnis kracht van gewijsde gekregen heeft, aan de schuldige het uitvoeringsbesluit van de rechter waarover in can. 1651, niet bekend gemaakt is, vervalt de vordering om de straf uit te voeren door verjaring.

§ 2 Hetzelfde geldt, met inachtneming van de voorschriften, als de straf bij buitengerechtelijk decreet opgelegd is.

Document

Naam: CODEX IURIS CANONICI
Codex van het Canonieke recht
Soort: Wetboek
Auteur: Aucturitate Ioannis Pauli PP. II
Datum: 25 januari 1983
Copyrights: © www.kerkrecht.nl
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Bewerkt: 13 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam