• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het ecologische probleem is even zorgwekkend als het probleem van de consumptiementaliteit, waarmee het nauw samenhangt. De mens die meer gegrepen is door het verlangen om te hebben en te bezitten dan door het verlangen om te zijn en te groeien, verbruikt de hulpbronnen van de aarde en zijn eigen leven op overmatige en ongeordende wijze. Aan het wortel van de redeloze vernietiging van het natuurlijke milieu ligt een antropologische dwaling, die helaas zeer verbreid is in onze tijd. De mens die zijn vermogen ontdekt om met zijn eigen arbeid de wereld te veranderen en in zekere zin te scheppen, vergeet dat dit steeds gebeurt op basis van de eerste oorspronkelijke schenking van de dingen door God. Hij denkt naar willekeur te kunnen beschikken over de aarde en haar zonder voorbehoud te kunnen onderwerpen aan zijn eigen wil, alsof hij geen eigen vorm had en geen eerdere bestemming die God haar gegeven heeft en die de mens kan ontwikkelen maar niet moet verraden. In plaats van zijn rol van medewerker van God in het scheppingswerk te vervullen, stelt de mens zich in Gods plaats en zo roept hij tenslotte de opstand van de natuur op, die door hem meer getiranniseerd wordt dan bestuurd. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De ontwikkeling van de mens en de samenleving
Twintig jaar na Populorum Progressio van Paus Paulus VI, Sollicitudo Rei Socialis (30 dec 1987), 34
Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Boodschap, Internationale Dag voor de Vrede 1 januari 1990, Vrede met God, de Schepper, vrede met de gehele schepping (8 dec 1989)

Daarin merkt men allereerst een armoede of bekrompenheid op van de blik van de mens, die bezield wordt door het verlangen om de dingen te bezitten in plaats van ze te verbinden met de waarheid, en die de belangeloze, onbaatzuchtige en esthetische houding mist, welke voortkomt uit de verwondering over het zijn en over de schoonheid, welke in de zichtbare dingen de boodschap doet onderscheiden van de onzichtbare God die ze geschapen heeft. Wat dit betreft moet de huidige mensheid zich bewust zijn van haar taken en plichten jegens de toekomstige generaties.

Behalve de redeloze vernietiging van het natuurlijke milieu moet hier de nog ernstigere vernietiging van het menselijke milieu vermeld worden, waaraan men nog lang niet de vereiste aandacht schenkt. Terwijl men terecht, hoewel veel minder dan nodig is, zorg draagt voor het behoud van de natuurlijke ”habitat” van de verschillende diersoorten welke met uitsterven bedreigd worden, omdat men zich ervan bewust is dat iedere soort een eigen bijdrage levert tot het algemene evenwicht op aarde, spant men zich weinig in voor de bescherming van de morele voorwaarden voor een authentieke ”menselijke ecologie”. Niet alleen de aarde is door God aan de mens gegeven, die haar gebruiken moet met eerbiediging van de oorspronkelijke bedoeling, volgens welke ze hem geschonken is als een goed, maar ook de mens is aan zichzelf gegeven door God en hij moet daarom de natuurlijke en zedelijke structuur respecteren waarmee hij begiftigd is. In dit kader moeten de ernstige problemen van de moderne verstedelijking en de noodzaak van een stadsplanning die zorg heeft voor het leven van de mensen, vermeld worden, alsook de verschuldigde aandacht voor een ”sociale ecologie” van de arbeid.

De mens ontvangt van God een wezenlijke waardigheid en daarmee het vermogen om iedere ordening van de maatschappij te overstijgen naar de waarheid en naar het goede. Hij is echter ook geconditioneerd door de maatschappelijke structuur waarin hij leeft, door de opvoeding die hij ontvangen heeft en door het milieu. Deze elementen kunnen het leven overeenkomstig de waarheid vergemakkelijken of bemoeilijken. De beslissingen, dank zij welke een menselijke omgeving gevormd wordt, kunnen specifieke zondige structuren scheppen en de volledige verwezenlijking verhinderen van degenen die op verschillende wijze aan die structuren onderworpen zijn. Het afbreken ervan en de vervanging door meer authentieke vormen van samenleving is een taak die moed en geduld eist. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de verzoening en boete in de zending van de Kerk in deze tijd, Reconciliatio et paenitentia (2 dec 1984), 16 Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over de aanpassing van de sociale orde, Quadragesimo Anno (15 mei 1931)

Document

Naam: CENTESIMUS ANNUS
Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 1 mei 1991
Copyrights: © 1991, Stichting R.K. Voorlichting, Oegstgeest
Bewerkt: 11 januari 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam