• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het is dienstig nu de aandacht te richten op de specifieke problemen en op de bedreigingen welke opkomen binnen de meeste geavanceerde economieën en die verband houden met hun bijzondere kenmerken. In de vorige fasen van de ontwikkeling heeft de mens steeds geleefd onder de druk van de noodzaak. Zijn behoeften waren gering en zij waren op zekere wijze reeds vastgelegd in de objectieve structuren van zin lichamelijke constitutie. De economisch activiteit was gericht op de bevrediging van die behoeften. Het is duidelijk dat het aanbood van een voldoende hoeveelheid goederen is, maar het antwoord op een vraag naar kwaliteit: de kwaliteit van de te produceren en te verbruiken waren, de kwaliteit van de diensten waarvan de mens gebruik maakt, de kwaliteit van het milieu en van het leven in het algemeen.

De vraag om een kwalitatief meer bevredigend en rijk bestaan is op zich gewettigd. Maar men moet de nieuwe verantwoordelijkheden en de gevaren benadrukken die verbonden zijn met deze historische fase. In de wijze waarop de nieuwe behoeften opkomen en bepaald worden, speelt steeds een meer of minder adequate opvatting over de mens en over wat waarlijk goed voor hem is. Door de keuzen van productie en consumptie toont zich een bepaalde cultuur als algemene opvatting over het leven. Hier ontstaat het verschijnsel van de consumptiementaliteit. Bij het onderscheiden van nieuwe behoeften en nieuwe wijzen om ze te bevredigen moet men zich laten leiden door een integraal beeld van de mens, dat alle dimensies van zijn wezen eerbiedigt en de materiële en instinctieve aspecten ondergeschikt maakt aan de innerlijke en geestelijke. Als men zich daarentegen direct richt op zijn instincten en op verschillende wijzen voorbijgaat aan zijn bewuste vrije persoonlijke werkelijkheid, kan men consumptiegewoonten en levensstijlen scheppen die objectief ongeoorloofd zijn en dikwijls schadelijk voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Het economische systeem heeft in zichzelf geen criteria die het mogelijk maken op concrete wijze de nieuwe en hogere vormen van bevrediging van de menselijke behoeften te onderscheiden van de nieuwe kunstmatige behoeften die de vorming van een rijpe persoonlijkheid belemmeren. Naast het noodzakelijke ingrijpen van de openbare overheden is daarom een groot opvoedkundig en cultureel werk dringend nodig, dat de opvoeding van de consumenten tot een verantwoordelijke gebruik van hun vermogen te kiezen omvat, de vorming van een groot verantwoordelijkheidsgevoel bij de producenten en vooral bij de vakmensen van de massacommunicatiemiddelen.

Een opvallend voorbeeld van kunstmatige consumptie die strijdig is met de gezondheid en de waardigheid van de mens en zeker niet gemakkelijk te controleren, is het gebruik van verdovende middelen. De verspreiding ervan is een teken van een ernstig stoornis in het sociale systeem en veronderstelt ook een materialistische en in zekere zin verwoestende ”lezing” van de menselijke behoeften. Het vermogen tot vernieuwing van de vrije economie verwerkelijkt zich zo tenslotte op eenzijdige en inadequate wijze. De drugs en ook de pornografie en andere vormen van de consumptiementaliteit buiten de kwetsbaarheid van de zwakken uit en proberen de geestelijke leegte die geschapen is, op te vullen.

Het verlangen om beter te leven is niet slecht, maar verkeerd is de levensstijl, die verondersteld wordt beter te zijn wanneer hij gericht is op het hebben en niet het zijn en meer wil hebben niet om meer te zijn maar om het bestaan te verbruiken in een genot dat doel op zich is. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 35 Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de ontwikkeling van de volken, Populorum Progressio (26 mrt 1967), 19 Het is daarom nodig zich in te spannen voor de vorming van levensstijlen waarin het zoeken van het ware, het schone en het goede en de gemeenschap met de andere mensen voor een gezamenlijke groei de elementen zijn die de keuzen van het verbruik, het sparen en de investering bepalen. Wat dit betreft mag ik niet alleen maar herinneren aan de plicht van de liefde, d.w.z. de plicht om met het eigen ”overtollige” en soms ook met het eigen ”noodzakelijke” te helpen en te geven wat onmisbaar is voor het leven van de arme. Ik doel op het feit dat ook de keuze om liever op de ene plaats te investeren dan op de andere, liever in de ene productiesector dan in de andere, steeds een morele en culturele keuze is. Bepaalde volstrekt onmisbare economische condities en voorwaarden voor politieke stabiliteit vooropgesteld, wordt het besluit om te investeren, dus het besluit om aan een volk de gelegenheid te geven om het eigen werk ten nutte te maken, ook bepaald door een houding van sympathie en door vertrouwen op de Voorzienigheid, welke de menselijke kwaliteit van degene die het besluit neemt, openbaren.

Document

Naam: CENTESIMUS ANNUS
Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 1 mei 1991
Copyrights: © 1991, Stichting R.K. Voorlichting, Oegstgeest
Bewerkt: 9 januari 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam