• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De encycliek Paus Leo XIII - Encycliek
Rerum Novarum
Over kapitaal en arbeid
(15 mei 1891)
verzet zich tegen de nationalisering van de productiemiddelen, welke elke burger zou reduceren tot een radertje in de staatsmachine. Niet minder beslist kritiseert zij de opvatting over de staat die de sector van de economie volledig buiten het terrein van zijn interesse en actie laat. Er bestaat zeker een gebied van wettige autonomie van het economische handelen, waar de staat zich niet in moet mengen. Maar deze heeft de taak om het juridische kader vast te stellen waarbinnen de economische betrekking zich ontwikkelen, en om op deze wijze de eerste voorwaarden voor een vrije economie te waarborgen, welke een zekere gelijkheid tussen de partijen veronderstelt, zodanig dat niet één daarvan zoveel machtiger is dan de andere dat zij haar praktisch tot slavernij kan brengen. Vgl. Paus Leo XIII, Encycliek, Over kapitaal en arbeid, Rerum Novarum (15 mei 1891), 26-27

Wat dit betreft wijst de encycliek Paus Leo XIII - Encycliek
Rerum Novarum
Over kapitaal en arbeid
(15 mei 1891)
de we aan van de juiste hervormingen, welke aan de arbeid de waardigheid van zijn vrije activiteit van de mens teruggeven. Zij sluiten in dat de maatschappij en de staat verantwoordelijkheid op zich nemen vooral teneinde de arbeider te verdedigen tegen de nachtmerrie van de werkloosheid. Historisch is dit op twee convergerende wijze gebeurd: hetzij met een economische politiek die erop gericht is een evenwichtige groei en een toestand van volledige werkgelegenheid te verzekeren, hetzij tegen werkloosheid en met een politiek van omscholing, die in staat is de overgang van de arbeiders te vergemakkelijken van sectoren welke in een crisis verkeren, naar andere sectoren welke in ontwikkeling zijn.

De maatschappij en de staat moeten bovendien loonniveaus verzekeren die toereikend zijn voor het levensonderhoud van de arbeider en zijn gezin, met inbegrip van een zekere mogelijkheid om te sparen. Dat vraagt inspanningen om aan de arbeiders steeds betere kennis en geschiktheid te geven, zodat hun werk deugdelijker en productievere wordt, maar het vraagt ook een volhardende waakzaamheid en passende wettelijke maatregelen om een eind te maken aan schandelijke verschijnselen van uitbuiting, vooral tot schade van de zwakste arbeiders, de immigranten of de marginalen. Beslissend is in deze sector de rol van de vakbonden die onderhandelen over de minimumlonen en de arbeidsvoorwaarden.

Tenslotte moet de eerbiediging van "menswaardige" werk- en rusttijden gegarandeerd worden, alsook het recht om de eigen persoonlijkheid uit te drukken op de werkplaats zonder enige schending van het eigen geweten of de eigen waarigheid. Ook hier moet herinnerd worden aan de rol van de vakbonden, niet alleen als werktuigen voor onderhandelingen, maar ook als "plaatsen" waar de arbeiders hun persoonlijkheid kunnen uitdrukken. Zij dienen voor de ontwikkeling van een authentieke cultuur van de arbeid en helpen de arbeiders om op volledig menselijke wijze deel te nemen aan leven van het bedrijf. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Op de negentigste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Laborem Exercens (14 sept 1981), 20 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de deelnemers aan de 68e Sessie van de Interna­tionale Arbeidsconferentie te Geneve (15 juni 1982) Vgl. H. Paus Paulus VI, Toespraak, Genève (Zwitserland), Tot de Internationale Arbeidsorganisatie (10 juni 1969)

De staat moet zowel direct als indirect bijdragen tot het bereiken van deze doelen. Indirect en volgens het beginsel van de subsidiariteit door gunstige voorwaarden te scheppen voor de vrij uitoefening van de economische activiteit, die leidt tot een overvloedig aanbod van werkgelegenheid en van bronnen van welvaart. Direct en volgens het beginsel van de solidariteit door ter verdediging van de zwakste bepaalde grenzen te stellen aan de autonomie van de partijen die beslissen over de arbeidsvoorwaarden, en door in ieder geval een levensminimum te garanderen aan de werkloze arbeider. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Op de negentigste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Laborem Exercens (14 sept 1981), 8

De encycliek en het daarmee samenhangende sociale onderricht hebben een veelvoudige invloed gehad in de jaren rondom de eeuwwisseling. Deze invloed weerspiegelt zich in talrijke hervormingen die ingevoerd zijn in de sectoren van de sociale voorzieningen, de pensioenen, de verzekeringen tegen ziekten en de voorkoming van ongevallen, in het kader van een groter respect voor de rechten van de arbeiders. Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over de aanpassing van de sociale orde, Quadragesimo Anno (15 mei 1931)

Document

Naam: CENTESIMUS ANNUS
Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 1 mei 1991
Copyrights: © 1991, Stichting R.K. Voorlichting, Oegstgeest
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam