• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. RABANUS MAURUS
8e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs

H. Rabanus Maurus (links) ondersteund door Abt Albuïnus (midden) en Otgerus
Geliefde broeders en zusters,

Ik zou vandaag willen spreken over een werkelijk buitengewone figuur uit het Latijnse westen: de monnik Rabanus Maurus. Met mannen zoals Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Isidorus van Sevilla
76e catechese in deze reeks
(18 juni 2008)
, Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Beda de Eerbiedwaardige - Faam van heiligheid
2e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs
(18 februari 2009)
, Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Ambrosius Autpert
4e catechese in deze reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs
(22 april 2009)
, over wie ik reeds in vorige catecheses gesproken heb, wist hij in de eeuwen die men de Late Middeleeuwen noemt, contact te houden met de grote cultuur van de wijzen uit de oudheid en de kerkvaders. Rabanus Maurus, die men dikwijls “praeceptor Germaniae” noemt, was buitengewoon productief. Met zijn absoluut uitzonderlijke werkcapaciteit droeg hij misschien meer dan gelijk wie, bij om deze theologische, exegetische en spirituele cultuur, waaruit de volgende eeuwen moesten putten, levendig te houden. Naar hem verwijzen zowel grote figuren uit het monnikendom zoals Pier Damiani, Petrus de Eerbiedwaardige en Bernardus van Clairvaux, als een nog groter aantal "clerici" (seculiere geestelijken), die in de XIIe en XIIIe eeuw aan de oorsprong lagen van één van de mooiste en vruchtbaarste bloeiperioden in het menselijk denken.

Rabanus werd in Maïnz geboren rond 780 en trad op zeer jonge leeftijd in het klooster: men gaf hem de naam Maurus (Moor) precies omdat de naam verwijst naar de jonge Moor, die in Boek II van de H. Paus Gregorius de Grote
Dialogus
Dialogen ()
van de heilige Gregorius de Grote, als kind door zijn ouders, Romeinen van adel, toevertrouwd werd aan abt Benedictus van Nursia. Deze vroegtijdige opname van Rabanus als “puer oblatus” in de Benedictijnse monastieke wereld en de vrucht die hij er voor zijn menselijke, culturele en spirituele groei zal uit halen, waren op zich voldoende om een brede interesse op te wekken niet alleen voor het leven van de monniken en de Kerk, maar ook voor heel de samenleving van zijn tijd, die het “Karolingisch tijdvak” genoemd wordt. Daarover, of misschien over zichzelf, schrijft Rabanus Maurus: “Sommigen hadden het geluk van in hun prilste jeugd (“a cunabulis suis”) vertrouwd te raken met de kennis van de Schriften en werden door het voedsel dat de heilige Kerk hen gaf zo goed gevoed, dat zij met een aangepaste opleiding tot het hoogste gewijde rangen konden promoveren” PL 107, col 419 BC.
De buitengewone cultuur die Rabanus Maurus typeert, maakte dat hij reeds vlug opgemerkt werd door de groten van zijn tijd. Hij werd raadgever van prinsen. Hij zette zich in voor de eenheid van het keizerrijk en op ruimer cultureel vlak weigerde hij aan wie hem ondervroegen, nooit een redelijk antwoord dat hij bij voorkeur ontleende aan de Bijbel en de teksten van de heilige Vaders. Eerst als abt van de bekende abdij van Fulda, daarna als aartsbisschop van zijn geboortestad Maïnz, stopte hij echter niet met studeren en toonde door het voorbeeld van zijn leven dat men tegelijk ter beschikking kan staan van anderen zonder zich de nodige tijd te ontzeggen voor overweging, studie en meditatie. Zo was Rabanus Maurus exegeet, filosoof, dichter, herder en man Gods. De bisdommen Fulda, Mayïnz, Limburg en Wroclaw vereren hem als heilige en zalige. Zijn werken beslaan zes boeken van de Latijnse Patrologie van Migne. Van zijn hand is naar alle waarschijnlijkheid één van de mooiste en best gekende hymnen van de Latijnse Kerk, het “Catechismus-Compendium
Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk
(28 juni 2005)
”, een buitengewone synthese van christelijke pneumatologie (leer over de H. Geest). Rabanus eerste theologische engagement uitte zich namelijk in dichtvorm en had als thema het mysterie van het Heilig Kruis in een werk met als titel “H. Rabanus Maurus
De laudibus Sanctae Crucis ()
”, dat zo werd opgevat dat het niet alleen begripsinhoud biedt maar ook een meer artistieke stimulans, door in dit handschrift zowel de dichterlijke vorm als miniaturen te gebruiken. Tussen de regels maakt hij iconografische afbeeldingen van de gekruisigde Christus en schrijft bijvoorbeeld: “Ziehier het beeld van de Verlosser die door de houding van Zijn ledematen, de zeer heilzame, zeer zachte en zeer beminde vorm van het Kruis heiligt, opdat wij door in Zijn naam te geloven en aan Zijn geboden te gehoorzamen, dank zij Zijn Lijden het eeuwig leven kunnen verwerven. Laat ons, telkens wij onze blik op het Kruis richten, denken aan Degene die voor ons leed opdat Hij ons zou ontrukken aan de krachten van de duisternis door de dood te aanvaarden, om ons tot erfgenamen te maken van het eeuwig leven” H. Rabanus Maurus, De laudibus Sanctae Crucis. Boek 1, Fig. 1, PL 107 col 151 c.
Het verenigen van kunsten, geest, hart en zintuigen, een methode die uit het oosten kwam, zou in het westen een immense ontwikkeling kennen en nooit gekende hoogten bereiken in de met miniaturen versierde Bijbels en andere boeken over geloof en kunst die in Europa grote faam genoten vóór de uitvinding van de boekdrukkunst en zelfs nadien. Dit brengt bij Rabanus Maurus in elk geval een buitengewoon bewustzijn aan het licht van de noodzaak om anderen in de geloofservaring te laten delen, niet alleen met de geest en het hart maar ook met de zintuigen omwille van de andere aspecten van esthetische smaak en menselijke gevoeligheid, die de mens ertoe brengen met heel zijn persoon, “geest, ziel en lichaam”, van de waarheid te genieten. Dit is belangrijk: het geloof is niet alleen een gedachte, het raakt heel ons bestaan. Aangezien God een mens is geworden van vlees en bloed en in onze tastbare wereld kwam, moeten wij God in alle dimensies van ons bestaan zoeken en ontmoeten. Zo doordringt en transformeert Gods werkelijkheid ons bestaan, dank zij het geloof. Daarom concentreerde Rabanus Maurus zijn aandacht vooral op de liturgie, die de synthese is van al de dimensies van onze kijk op de werkelijkheid. Deze intuïtie van Rabanus Maurus maakt hem buitengewoon actueel. Eveneens bekend zijn de H. Rabanus Maurus
Carmina ()
, die hij in het bijzonder voor liturgische vieringen maakte. Omdat Rabanus vooral monnik was, is zijn belangstelling voor liturgie evident. Doch wijdde hij zich niet aan de dichtkunst als doel op zich, maar oriënteerde de kunst en ieder ander type van kennis op de verdieping van Gods woord. Hij spande zich met uiterste ijver en nauwgezetheid in opdat zijn tijdgenoten en vooral de ambtsdragers (bisschoppen, priesters en diakens) de diepe theologische en spirituele betekenis zouden begrijpen van al de elementen van de liturgieviering.
Hij trachtte de theologische betekenis die in de riten verborgen ligt te begrijpen en anderen aan te reiken en putte daarbij uit de Bijbel en de traditie van de Kerkvaders. Hij aarzelde niet, uit eerlijkheid maar ook om aan zijn verklaringen meer gezag te geven, de patristische bronnen te citeren waaraan hij zijn kennis had ontleend. Hij maakte er echter vrij gebruik van, met zorgvuldige onderscheiding en hij verdiepte daarbij de gedachtegang van de Kerkvaders. Zo schrijft hij bijvoorbeeld aan het slot van de “H. Rabanus Maurus
Epistulae
Brieven ()
” gericht aan een medebisschop van het bisdom Maïnz, nadat hij eerst diens vraag om verheldering beantwoord had over de houding die moet aangenomen worden bij het uitoefenen van pastorale verantwoordelijkheid: “Wij hebben u dit alles geschreven vanuit de Heilige Schrift en de regels van de Kerkvaders. Maar gij, zeer heilige man, neem de beslissingen die u goed lijken, geval per geval, en probeer redelijk te zijn in uw oordeel door te onderscheiden, want onderscheiding is de moeder van alle deugden” H. Rabanus Maurus, Brieven, Epistulae. I: PL 112, col 1510 C. Hier ziet men de continuïteit van het christelijk geloof die haar oorsprong vindt in het woord Gods; maar zij blijft levendig, ontwikkelt zich en uit zich op nieuwe manieren, altijd in samenhang met heel de constructie, met heel het bouwwerk van het geloof.
Aangezien het woord Gods integraal deel uitmaakt van de liturgieviering, wijdde Rabanus Maurus er zich heel zijn leven aan met de grootste ijver. Hij publiceerde exegetische verklaringen die geschikt zijn voor bijna alle boeken van het Oude en het Nieuwe Testament, met een duidelijk pastorale bedoeling die hij als volgt rechtvaardigt: “Ik heb deze dingen geschreven ... verklaringen en uitspraken samenvattend van vele anderen om de lezer van dienst te zijn die verstoken is van vele boeken, maar ook om het gemakkelijk te maken voor hen die er door de vele dingen niet in slagen diep door te dringen in het begrip van de betekenissen die de Kerkvaders hebben blootgelegd” H. Rabanus Maurus, Commentariorum in Matthaeum. Praefatio: PL 107, col 72 D. In zijn commentaar op Bijbelteksten put hij inderdaad met volle handen uit de Kerkvaders, met een bijzondere voorkeur voor Hiëronymus, Ambrosius, Augustinus en Gregorius de Grote.
Zijn scherpe pastorale gevoeligheid bracht hem er vervolgens toe zich vooral te bekommeren om één van de meest aangevoelde problemen van de gelovigen en de gewijde bedienaars van zijn tijd: namelijk boete. Hij stelde “H. Rabanus Maurus
Boetedoeningen ()
” samen – zo werden ze genoemd – waarin volgens de gevoeligheid van die tijd, de zonden opgesomd werden met de overeenstemmende boetedoening en hij maakte daarbij, in de mate van het mogelijke, gebruik van motivaties uit de Bijbel, uit Conciliebesluiten en pauselijke decreten. Deze teksten werden door de “Karolingers” gebruikt in hun poging om de Kerk en de samenleving te hervormen. Aan dezelfde pastorale bedoeling beantwoordden werken als “H. Rabanus Maurus
De disciplina ecclesiastica ()
” en “H. Rabanus Maurus
De institutione clericorum ()
” waarin Raban, vooral verwijzend naar de heilige Augustinus, aan eenvoudige mensen en de clerus van zijn bisdom de fundamentele elementen van het christelijk geloof uitlegde: het waren een soort van kleine catechismussen.
Ik zou de voorstelling van deze grote man van de Kerk willen beëindigen met enkele van zijn woorden waarin zijn grondovertuiging goed naar voor komt: “Wie de contemplatie verwaarloost (“qui vacare Deo negligit”) berooft zichzelf van het visioen van Gods licht; wie zich onbescheiden inlaat met zorgen en zijn gedachten laat meenemen door de wervelwind der aardse dingen, veroordeelt zichzelf tot de absolute onmogelijkheid door te dringen tot de geheimen van de onzichtbare God” Boek I, pl 112, col 1263 a. Ik denk dat Rabanus Maurus deze woorden vandaag ook tot ons richt: tijdens de werkuren, met hun razend tempo, en in de vrije tijd, moeten wij ogenblikken voor God reserveren. Ons leven voor Hem open leggen door een gedachte, overweging, kort gebed tot Hem te richten en wij mogen vooral de zondag niet vergeten als dag des Heren, dag van de liturgie, om in de schoonheid van onze kerkgebouwen, van de gewijde muziek en het woord Gods, de schoonheid te zien van God zelf en Hem zo in ons bestaan binnen te laten. Alleen zo kan ons leven groot worden, kan het waarachtig leven worden.

Document

Naam: H. RABANUS MAURUS
8e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 3 juni 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Edtrice Vaticana
Vert: Sorores Christi; Alineanummering en -verdeling: redactie
Bewerkt: 29 augustus 2016

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam