• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Terwijl wij de viering van het Groot Jubileum in 2000 aan het voorbereiden zijn, helpt ons dit eeuwfeest om over onze mensheid met hoop na te denken en om het derde millennium te zien als verlicht door het licht van het mysterie van Christus “Weg, Waarheid en Leven” (Joh. 14, 6)

In de vaststelling dat “de verschillende spanningen, die op de moderne wereld drukken verband houden met de diepere disharmonie, die wortelt in het hart van de mens” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 10, ontdekt gelukkigerwijze het geloof dat “het mysterie van de mens alleen klaarheid vindt in het licht van het mysterie van het mensgeworden Woord” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22, omdat “door Zijn menswording heeft Hij, de Zoon Gods zich in zekere zin verenigd met iedere mens. Met menselijke handen heeft Hij gewerkt, met een menselijke geest heeft Hij gedacht, met een menselijke wil heeft Hij gehandeld en met een menselijk hart heeft Hij liefgehad”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22 God heeft bepaald dat de gedoopte, “opgenomen in het Paasmysterie en gelijkvorming geworden aan Christus’ dood”, “in de kracht van de hoop de verrijzenis” tegemoet kan gaan, maar dit geldt ook “van alle mensen van goede wil, in wie de genade onzichtbaar werkt”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22 Zoals het Tweede Vaticaans Concilie er tevens aan herinnert: “Alle mensen zijn geroepen tot deze vereniging met Christus die het licht van de wereld is, uit wie wij voortkomen, door wie wij leven, naar wie wij op weg zijn.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 3

In de dogmatische 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
wordt op meesterlijke wijze gezegd dat “door de wedergeboorte en de zalving van de Heilige Geest gewijd tot een geestelijk bouwwerk en een heilig priesterschap om door alles, wat zij als christenmens doen, geestelijke offers op te dragen en de roemruchte daden te verkondigen van Hem, die hen uit de duisternis geroepen tot zijn wonderbaar licht Vgl. 1 Pt. 2, 4-10]. Daarom moeten alle leerlingen van Christus, in volhardend gebed en onder het geloven van God [[b:Hand. 2, 42-47 , zichzelf aanbieden als een levend heilig, aan God welgevallig offer Vgl. Rom. 12, 1 . Zij moeten overal ter wereld getuigen voor Christus en altijd bereid zijn tot verantwoording aan al wie hun rekenschap vraagt van de hoop op het eeuwig leven, die in het leeft [( Pt. 3, 15)" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 10. Ten overstaan van de taak van de nieuwe evangelisatie ontdekt de christen opnieuw dat door naar het Hart van Christus, de Heer van de tijd en de geschiedenis, te kijken en zich en zijn broeders aan Hem toe te wijden, hijzelf drager is van het licht van Christus. Bewogen door Zijn geest van dienstbaarheid, werkt hij mee om voor allen het perspectief te openen om verheven tot worden tot de persoonlijke en gemeenschappelijke volheid. “Immers, van het Hart van Christus leert het hart van de mens de ware en enige zin van het leven en haar bestemming kennen, leert het de waarde van een authentiek christelijk leven begrepen, leert het zich te behoeden voor sommige perversies van het menselijk hart en de kinderlijke liefde voor God te verenigen met de liefde voor de naaste” H. Paus Johannes Paulus II, Brief, Bij gelegenheid van de zaligverklaring van Claude de la Colombière - vanuit Paray le Monial tijdens de Pastorale reis door Frankrijk, Aan de zeereerwaarde pater Peter-Hans Kolvenbach, S.J., Generaal-Overste van de Sociëteit van Jezus (5 okt 1986). Insegnamenti, IX, 2 (1986), 843.

Ik verlang mijn goedkeuring en steun uit te drukken aan diegenen in de Kerk die, in welke functie dan ook, de devotie tot het Hart van Christus blijven ondersteunen, verdiepen en bevorderen en dit in een taal en vorm die aangepast is aan onze tijd, zodanig dat zij kan overgebracht worden aan toekomstige generaties in de geest die deze devotie steeds bewogen heeft. Ook vandaag komt het erop aan de gelovigen te brengen tot het richten van de blik van aanbidding op het mysterie van Christus, Mens-God, om zo mannen en vrouwen te worden van een innerlijk leven, personen die de roep voelen en beleven tot het nieuwe leven, tot de heiligheid, tot het herstel, waarin de apostolische medewerking aan de verlossing van de wereld bestaat. Personen die zich voorbereiden op de nieuwe evangelisatie en het Hart van Christus herkennen als het hart van de Kerk: het is dringend nodig dat de wereld begrijpt dat het christendom de godsdienst van de liefde is.

Het Hart van de Verlosser nodigt uit om op te stijgen naar de liefde van de Vader, die de bron is van elke authentieke liefde: “Hierin bestaat de liefde: niet wij hebben God liefgehad, maar Hij heeft ons liefgehad, en Hij heeft zijn Zoon gezonden om onze zonden uit te wissen”. (1 Joh. 4, 10). Jezus ontvangt onophoudelijk van de Vader, rijk aan barmhartigheid en medelijden, de liefde die Hij overvloedig meedeelt aan de mensen Vgl. Ef. 2, 4 Vgl. Jak. 5, 11 . Zijn Hart laat op bijzondere wijze de edelmoedigheid zien van God jegens de zondaar. God die reageert op de zonde, vermindert niet Zijn liefde, maar breidt deze uit in een beweging van barmhartigheid waardoor verlossing ontstaat.

De beschouwing van het Hart van Christus in de Eucharistie doet de gelovigen in dit Hart het onuitputtelijke mysterie van het priesterschap van Christus en van de Kerk zoeken. Deze beschouwing zal hen, in gemeenschap met hun broeders, de geestelijke zoetheid doen proeven van wat liefde ten diepste toe is. Door iedereen te helpen hun eigen doopsel opnieuw te ontdekken, zal deze beschouwing hen meer bewust maken van hun apostolische dimensie om een leven te leiden van de verspreiding van de liefde en van de missie van de evangelisatie. Iedereen zal zich meer toeleggen om tot de Heer van de oogst Vgl. Mt. 9, 38 te bidden opdat Hij aan Zijn Kerk “herders volgens Zijn hart” (Jer. 3, 15) zou schenken die, door hun liefde voor Christus de Goede Herder, hun eigen hart zullen vormen naar Zijn eigen hart en bereid zullen zijn om door de wegen van de wereld te gaan om aan allen te verkondigen dat Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, N.a.v. de Bisschoppensynode over de priesteropleidingen, Pastores Dabo Vobis (25 mrt 1992), 82. Hieraan dient men ook het effectieve handelen toe te voegen zodat ook vele jongeren van vandaag, gevoelig voor de stem van de Heilige Geest, gevormd worden om in de intimiteit van hun hart de grote verwachtingen van de Kerk en van de mensheid te laten weerklinken en te antwoorden op de uitnodiging van Christus om zich aan Hem enthousiast en vreugdevol toe te wijden “voor het leven van de wereld” (Joh. 6, 51).

Document

Naam: BOODSCHAP BIJ GELEGENHEID VAN HET EEUWFEEST VAN DE TOEWIJDING VAN HET MENSDOM AAN HET ALLERHEILIGST HART VAN JEZUS
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 11 juni 1999
Copyrights: © 2009, Vert.: Jörgen Vijgen
Bewerkt: 29 november 2017

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam