• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. AMBROSIUS AUTPERT
4e catechese in deze reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs

Geliefde broeders en zusters,

De Kerk leeft in mensen en wie de Kerk wil kennen, wie haar mysterie wil begrijpen, moet naar mensen kijken die haar boodschap, haar mysterie beleefd hebben en beleven. Daarom spreek ik sinds geruime tijd in de woensdagcatecheses over mensen van wie wij kunnen leren wat de Kerk is. We zijn begonnen met de apostelen en de kerkvaders en we zijn stilaan aangekomen bij de VIIIe eeuw, de periode van keizer Karel. Ik zou u vandaag willen spreken over Ambrosius Autpert, een eerder onbekende schrijver: zijn werken werden namelijk grotendeels toegeschreven aan meer bekende personaliteiten, van de heilige Ambrosius van Milaan tot de heilige Ildefonsus, zonder te spreken over de werken die de monniken van Montecassino dachten te moeten toeschrijven aan de pen van één van hun abten die zijn naamgenoot was en die bijna een eeuw later geleefd heeft. Buiten enkele korte autobiografische gegevens die ingelast zijn in zijn grote commentaar op de Apocalyps, bezitten wij maar weinig betrouwbare informatie over zijn leven. Aandachtige lezing van zijn werken, waarvan de kritiek stilaan erkent dat ze door hem geschreven werden, laat echter toe in zijn onderricht een kostbare theologische en spirituele schat te ontdekken, ook voor onze tijd.

Geboren in de Provence, in een welgestelde familie, leefde Ambrosius Autpert – volgens Jean, die achteraf zijn biograaf werd – aan het hof van de Franse koning Pepijn de Korte, waar hij naast de functie van officier, ook in zekere zin die van belastingontvanger uitoefende van de toekomstige keizer Karel. Waarschijnlijk als gevolg van het bezoek van paus Stefanus II in 753-54 aan het Frankische hof, ging Autpert naar Italië en had de gelegenheid de bekende Benedictijner abdij van de heilige Vincentius te bezoeken, aan de bron van de Volturne in het hertogdom Benevento. Gesticht in het begin van deze eeuw door de drie Beneventijnse broers Paldone, Tatone en Tasone, stond de abdij bekend als een oase van klassieke en christelijke cultuur. Kort na zijn bezoek, koos Ambrosius Autpert voor het religieuze leven en trad in dit klooster binnen waar hij zich op de gepaste manier kon vormen, vooral op het vlak van theologie en spiritualiteit, volgens de traditie van de Kerkvaders. Rond het jaar 761 werd hij priester gewijd en op 4 oktober 777 werd hij tot abt verkozen met de steun van Frankische monniken, terwijl de Lombarden zich tegen hem verzetten en kozen voor de Lombardijn Potone. De spanning die van nationalistische aard was, kwam in de daarop volgende maanden niet tot rust, zodanig dat in het daarop volgende jaar, 778, Autpert eraan dacht zijn ontslag te geven en zich met enkele Frankische monniken in Spoleto terug te trekken, waar hij kon rekenen op de bescherming van keizer Karel. Doch desondanks, werd de tegenstelling in het klooster van Sint Vincentius niet geëffend en enige jaren later, bij het overlijden van de abt die Autpert had opgevolgd, werd precies Potone aangesteld (rond 782); de oppositie hernam in alle heftigheid en eindigde met een aanklacht tegen de nieuwe abt bij keizer Karel. Deze bracht de vijandig gezinde partijen voor de rechtbank van de Paus, die hen naar Rome riep. Hij riep ook Autpert op als getuige, maar deze stierf onverwacht tijdens de reis - misschien werd hij gedood - op 30 januari 784.
Ambrosius Autpert werd monnik en abt in een tijd die getekend was door grote politieke spanningen, die ook hun weerslag hadden op het leven in de kloosters. Er wordt dikwijls met bezorgdheid melding van gemaakt in zijn geschriften. Hij klaagt bijvoorbeeld de tegenstrijdigheid aan tussen de prachtige uiterlijke schijn van de kloosters en de lauwheid van de monniken: deze kritiek beoogde zeker ook zijn eigen abdij. Voor hen schreef hij het “H. Ambrosius Autpert
Vita
Leven ()
” van de drie stichters met de duidelijke bedoeling aan de nieuwe generatie van monniken een referentie te bieden waaraan zij zich konden spiegelen. Een gelijkaardig doel had ook de kleine verhandeling over ascese, “H. Ambrosius Autpert
Conflictus vitiprum et virtutum
Conflict tussen ondeugden en deugden ()
”, die in de Middeleeuwen veel succes kende en in 1473 in Utrecht gepubliceerd werd onder de naam Gregorius de Grote en een jaar later in Straatsburg onder die van de heilige Augustinus. Daarin wil Ambrosius Autpert de monniken de geestelijke strijd leren aangaan, op een concrete manier, dag na dag. Veelzeggend is zijn toepassing van 2 Tim. 3,12: “Trouwens, allen die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden” (2 Tim. 3, 12), niet door uitwendige vervolging, maar door de aanvallen die de christen in zichzelf ervaart door de krachten van het kwaad. In een soort van confrontatie, worden 24 paren van strijders voorgesteld; iedere ondeugd probeert de ziel met subtiele redeneringen te verleiden, terwijl de respectieve deugd deze bekoringen bestrijdt bij voorkeur door gebruik te maken van woorden uit de Schrift.
In deze verhandeling over het conflict tussen deugd en ondeugd, plaatst Autpert “cupiditas” (hebzucht) tegenover “contempus mundi” (misprijzen van de wereld), dat een belangrijk element wordt in de spiritualiteit van de monniken. Dit misprijzen van de wereld is geen minachting voor de schepping, voor de schoonheid en goedheid van de schepping en de Schepper, maar het misprijzen van een verkeerde kijk op de wereld die ons juist door de hebzucht wordt gepresenteerd en geïnsinueerd. Deze doet ons geloven dat “hebben” de hoogste waarde van ons bestaan is, van ons leven in de wereld want ze doet ons belangrijk lijken. Autpert bemerkt vervolgens dat het winstbejag van de rijken en machtigen in de samenleving van zijn tijd, ook aanwezig is in de ziel van monniken; daarom schrijft hij een verhandeling met als titel “H. Ambrosius Autpert
De cupiditate
Over de hebzucht ()
”, waarin hij met de apostel Paulus de hebzucht meteen aanklaagt als de wortel van alle kwaad. Hij schrijft: “Uit de grond van de aarde schieten verschillende scherpe doorns uit verschillende wortels omhoog; in het hart van de mens daarentegen komen de prikken van alle ondeugden voort uit één enkele wortel, de hebzucht” H. Ambrosius Autpert, Over de hebzucht, De cupiditate. CCCM 27B, p. 963. Een kenmerk, dat in het licht van de huidige economische wereldcrisis, heel zijn actualiteit tentoonspreidt. Wij zien dat deze crisis juist uit de wortel van de hebzucht ontstaan is. Ambrosius stelt zich voor wat de rijken en machtigen hiertegen kunnen inbrengen: maar wij zijn geen monniken, voor ons zijn bepaalde ascetische eisen niet geldig. En hij antwoordt: “Wat gij zegt, is waar, maar ook voor u, volgens de manier die eigen is aan uw milieu en in de mate van uw krachten, is de steile en smalle weg, de geldige weg want de Heer heeft slechts twee deuren en twee wegen aangeboden (namelijk de smalle deur en de brede deur, de steile weg en de gemakkelijke weg); over een derde deur heeft Hij niet gesproken, noch over een derde weg” H. Ambrosius Autpert, Over de hebzucht, De cupiditate. CCCM 27B, p. 978. Hij ziet klaar in dat de levenswijzen zeer verscheiden zijn. Maar ook voor de mens van deze wereld, ook voor de rijke geldt de plicht om de hebzucht te bestrijden, het verlangen naar bezit en aanzien, om te strijden tegen een verkeerd begrip van vrijheid als de mogelijkheid om over alles naar willekeur te beschikken Ook de rijke moet de authentieke weg van de waarheid, van de liefde vinden, en zo de juiste weg. Autpert weet dan op het einde van zijn boetepreek een bemoedigend woord te zeggen, als een voorzichtige herder: “Ik heb niet gesproken tegen de hebzuchtigen, maar tegen de hebzucht, niet tegen de natuur, maar tegen de ondeugd” H. Ambrosius Autpert, Over de hebzucht, De cupiditate. CCCM 27B, p. 981.
Het belangrijkste werk van Ambrosius Autpert is zeker zijn tiendelige H. Ambrosius Autpert
In Apocalyps ()
: eeuwen later is het in de Latijnse wereld nog steeds de eerste grote commentaar op het laatste boek van de Heilige Schrift. Dit werk was de vrucht van meerdere jaren, dat tussen 758 en 767, vóór zijn verkiezing tot abt, in twee fasen verliep. In de inleiding maakt hij gedetailleerd melding van zijn bronnen, iets wat in de Middeleeuwen helemaal niet de gewoonte was. Aan de hand van de bron die zeker de belangrijkste was, de commentaar van bisschop Primatius van Hadrumeta, geschreven rond de helft van de VIe eeuw, komt Autpert in contact met de interpretatie nagelaten door de Afrikaan Tyconius, die een generatie vóór Augustinus geleefd had. Hij was niet katholiek: hij behoorde tot de afgescheurde kerk van de Donatisten; nochtans was hij een groot theoloog. In zijn commentaar ziet hij in de Apocalyps vooral het mysterie van de Kerk weerspiegeld. Tyconius was ervan overtuigd dat de Kerk een tweedelig lichaam was: een deel behoort aan Christus, zegt hij, maar een ander deel van de Kerk behoort aan de duivel. Augustinus las deze commentaar met vrucht, maar benadrukte sterk dat de Kerk zich in de handen van Christus bevindt, dat zij Zijn Lichaam blijft, met Hem slechts één voorwerp uitmaakt en deel heeft aan de bemiddeling van de genade. Hij beklemtoont dus dat de Kerk nooit van Jezus Christus kan gescheiden worden. In zijn lezing van de Apocalyps, die op die van Tyconius gelijkt, interesseert Autpert zich niet zozeer voor de tweede komst van Christus op het einde der tijden, maar eerder voor de consequenties die voor de Kerk van dit ogenblik voortvloeien uit Zijn eerste komst, de menswording in de schoot van de Maagd Maria. En hij spreekt een zeer belangrijk woord tot ons: in werkelijkheid “moet Christus in ons, die Zijn Lichaam zijn, dagelijks geboren worden, sterven en verrijzen” H. Ambrosius Autpert, In Apocalyps. III: CCCM 27, p. 205. In de context van de mystieke dimensie, waarmee iedere christen bekleed is, kijkt hij naar Maria als het model voor de Kerk, model voor ons allen, want ook in ons en tussen ons moet Christus geboren worden. In navolging van de kerkvaders die in de “vrouw, bekleed met de zon” (Openb. 12, 1), het beeld van de Kerk zagen, geeft Autpert deze uitleg: “De zalige en vrome Maagd ... brengt dagelijks nieuwe volken voort, die het algemene Lichaam van de Middelaar vormen. Het is dus niet verwonderlijk dat Zij binnen de gelukzalige schoot, waarin de Kerk zelf verdient verenigd te worden met haar Hoofd, het type van de Kerk vertegenwoordigt”. In die zin ziet Autpert een doorslaggevende rol van de Maagd Maria in het werk van de verlossing (cfr. ook zijn homelies in “H. Ambrosius Autpert
Homiliae In purificatione s. Mariae ()
” en in “H. Ambrosius Autpert
Homiliae In assumptione s. Mariae (1 januari 774)
”). Zijn grote verering en diepe liefde voor de Moeder van God geven hem soms formuleringen in die in zekere zin vooruitlopen op die van de heilige Bernardus en de Franciscaanse mystiek, zonder echter af te dwalen in betwistbare vormen van sentimentalisme, want hij scheidt Maria nooit van het mysterie van de Kerk. Terecht wordt Ambrosius Autpert beschouwd als de grootste marioloog in het Westen. Hij is van mening dat vroomheid, die volgens hem de ziel moet bevrijden van de gehechtheid aan voorbijgaande aardse genoegens, moet samengaan met grondige studie van de sacrale wetenschappen, vooral met de overweging van de Heilige Schrift, die hij een “hoge hemel, een ondoorgrondelijke afgrond” noemt H. Ambrosius Autpert, In Apocalyps. IX. In het mooie gebed waarmee hij zijn commentaar op de Apocalyps besluit en waarin hij de voorrang van de liefde beklemtoont in ieder theologisch onderzoek van de waarheid, richt hij zich tot God met deze woorden:

“Wanneer wij U onderzoeken op een intellectuele manier, zullen wij U nooit ontdekken zoals Gij werkelijk zijt; wanneer wij U beminnen, dan zullen wij tot U naderen”.

Wij kunnen vandaag in Ambrosius Autpert een persoonlijkheid zien die geleefd heeft in een tijd waarin de Kerk in sterke mate door de politiek gebruikt werd, waarin nationalisme en partijdigheid het gelaat van de Kerk misvormden. Maar hij wist te midden van al die moeilijkheden die wij ook kennen, het waarachtige gelaat van de Kerk te herkennen in Maria en de heiligen. En zo kon hij begrijpen wat het betekent katholiek te zijn, christen te zijn, het woord Gods te beleven, in die afgrond te treden en zo het mysterie van de Moeder van God te beleven: het Woord van God opnieuw het leven geven, in deze tijd aan het Woord van God zijn eigen vlees geven. En met heel zijn theologische kennis en met de diepgang van zijn kennis, wist Autpert te begrijpen dat door gewoon theologisch onderzoek God niet kan gekend worden zoals Hij werkelijk is. Alleen de liefde kan Hem bereiken. Luisteren wij naar deze boodschap en bidden wij de Heer opdat Hij ons zou helpen het mysterie van de Kerk vandaag in onze tijd te beleven.

Document

Naam: H. AMBROSIUS AUTPERT
4e catechese in deze reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 22 april 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Christi Sorores; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam