• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TOT DE DEELNEMERS AAN DE JAARVERGADERING VAN DE PAUSELIJKE BIJBELCOMMISSIE 2009

Heer Kardinaal, Excellentie, dierbare leden van de Pauselijke Bijbelcommissie

Ik ben verheugd jullie opnieuw te ontvangen aan het einde van jullie jaarlijkse algemene vergadering. Ik dank kardinaal William Levada voor zijn begroeting en de beknopte uiteenzetting van het thema dat jullie aandachtig bestudeerd hebben gedurende jullie bijeenkomst. Jullie zijn opnieuw bijeengekomen om een belangrijk thema uit te diepen: de inspiratie en de waarheid van de Bijbel. Het betreft een thema dat niet enkel te maken heeft met de theologie, maar met de Kerk zelf, want het leven en de zending van de Kerk zijn noodzakelijkerwijs gefundeerd op het Woord van God, dat de ziel van de theologie is en tevens inspirator van geheel het christelijk bestaan. Het thema dat jullie onderzocht hebben, beantwoordt bovendien aan een zorg die mij bijzonder ter harte gaat, omdat de interpretatie van de Heilige Schrift van wezenlijk belang is voor het christelijk geloof en het leven van de Kerk.

Zoals u in herinnering geroepen hebt, Heer President, bood Paus Leo XIII in de Encycliek Paus Leo XIII - Encycliek
Providentissimus Deus
Over de studie van de Heilige Schrift
(18 november 1893)
aan de katholieke exegeten nieuwe moed en nieuwe richtlijnen wat betreft het thema van de inspiratie, waarheid en bijbelse hermeneutiek. Later verzamelde en vervolledigde Pius XII in zijn Encycliek Paus Pius XII - Encycliek
Divino afflante Spiritu
Over de bevordering van de studie van de Heilige Schrift
(30 september 1943)
het voorgaande onderricht en spoorde de katholieke exegeten aan om oplossingen te zoeken die in volledige overeenstemming zijn met de leer van de Kerk en tegelijkertijd rekening te houden met de positieve bijdragen van de nieuwe interpretatie-methoden die zich intussen hadden ontwikkeld. De levendige impuls die deze twee Pausen aan de studie van de Bijbel gegeven hebben, zijn –zoals U ook heeft vermeld – volledig bevestigd geworden en verder ontwikkeld geworden in het Tweede Vaticaans Concilie zodat geheel de Kerk er weldaad van ondervonden heeft en dit nog steeds doet. In het bijzonder verlicht ook vandaag nog de conciliaire constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Dei Verbum
Over de Goddelijke openbaring
(18 november 1965)
het werk van de katholieke exegeten en nodigt de Herders en de gelovigen uit om zich onverdroten te voeden aan de tafel van het Woord van God. Hierbij herinnert het Concilie er vooral aan dat God de Auteur is van de Heilige Schrift: “Het door God geopenbaarde, dat in de heilige Schrift staat opgetekend en zich aan ons aanbiedt, is onder ingeving van de Heilige Geest vastgelegd. Want krachtens het apostolisch geloof houdt onze moeder, de heilige Kerk, de boeken zowel van het Oude als van het Nieuwe Testament, in hun geheel met al hun onderdelen, voor heilig en canoniek, omdat ze, als geschreven onder ingeving van de Heilige Geest, God tot auteur hebben en als zodanig aan de Kerk zijn overgeleverd”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 11. Omdat alles dus wat de geïnspireerde auteurs of gewijde schrijvers beamen, dient gehouden te worden als beaamd door de Heilige Geest, de onzichtbare en transcendente Auteur, moet men gevolglijk verklaren dat “de boeken van de Schrift met zekerheid, trouw en zonder dwaling de waarheid leren, die God omwille van ons heil in de heilige Boeken wilde doen vastleggen”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 11
Vanuit de juiste benadering van het begrip van de goddelijke inspiratie en de waarheid van de Heilige Schrift volgen enkele normen die onmiddellijk de interpretatie van de Heilige Schrift aanbelangen. Dezelfde constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Dei Verbum
Over de Goddelijke openbaring
(18 november 1965)
, nadat het bevestigd heeft dat God de Auteur van de Bijbel is, herinnert ons eraan dat God in de Heilige Schrift tot de mens spreekt op menselijke wijze. Deze synergie goddelijk-menselijk is zeer belangrijk: God spreekt werkelijk tot de mensen op menselijke wijze. Voor een juiste interpretatie van de Heilige Schrift is het dus nodig om aandachtig op zoek te gaan naar wat de gewijde schrijvers werkelijk hebben willen zeggen en wat aan God behaagd heeft om te laten zien door middel van menselijke woorden. “Want Gods woorden, uitgedrukt in menselijke taal, zijn gelijk geworden aan de menselijke manier van spreken, zoals eens het Woord van de eeuwige Vader, door het vlees aan te nemen van de menselijke zwakheid, gelijk is geworden aan de mensen”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 13. Deze aanwijzingen, die zeer belangrijk zijn voor een correcte interpretatie in de historisch-letterlijke zin als eerste dimensie van elke exegese, vereisen vervolgens een verbinding met de premissen van de leer over de inspiratie en de waarheid van de Heilige Schrift. Want, omdat het de geïnspireerde Schrift betreft, is er een hoogste principe voor de juiste interpretatie, waarzonder de gewijde geschriften dode letter zouden blijven en enkel iets van het verleden: de Heilige Schrift moet “moet worden gelezen en verklaard met behulp van dezelfde Geest, door wiens werking ze geschreven is”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 12.
In dit verband geeft het Tweede Vaticaans Concilie drie altijd geldige criteria voor een interpretatie van de Heilige Schrift die overeenkomt met de Geest die haar heeft geïnspireerd. Vooreerst moet er grote aandacht zijn voor de inhoud en eenheid van geheel de Schrift: enkel in haar eenheid is er sprake van Schrift. Want, ondanks de verschillen tussen de boeken die haar samenstellen, is de Heilige Schrift één dankzij de eenheid van het plan van God, waarvan Christus Jezus het centrum en het hart is Vgl. Lc. 24, 25-27 Vgl. Lc. 24, 44-46 . Ten tweede moet de Schrift in de context van de levende traditie van geheel de Kerk gelezen worden. Volgens een gezegde van Origenes: “Sacra Scriptura principalius est in corde Ecclesiae quam in materialibus instrumentis scripta”. De Kerk immers draagt in haar Traditie de levende herinnering mee van het Woord van God en het is de Heilige Geest die aan de Kerk de interpretatie van de Schrift geeft volgens de spirituele zin Origenes van Alexandrië, Preken over Leviticus, Homiliae in Leviticum. 5,5. Als derde criterium is het noodzakelijk om aandacht te hebben voor de analogie van het geloof oftewel voor de samenhang van de afzonderlijke geloofswaarheden onderling en met het algemene plan van de Openbaring en de volheid van de goddelijke economie die in dit plan vervat ligt.
De taak van de onderzoekers die met verschillende methoden de Heilige Schrift onderzoeken ligt in het bijdragen, volgens de genoemde principes, aan een dieper inzicht en uitleg van de zin van de Heilige Schrift. De wetenschappelijke studie van de gewijde teksten is belangrijk maar alleen volstaat deze niet omdat op deze wijze enkel de menselijke dimensie wordt gerespecteerd. Om de coherentie van het geloof van de Kerk te respecteren, dient de katholieke exegeet aandacht te hebben om in deze teksten het Woord van God waar te nemen, binnen hetzelfde geloof van de Kerk. Bij gebrek aan dit wezenlijk referentiepunt, zou het exegetisch onderzoek onvolledig zijn en haar hoofddoel uit het oog verliezen, met het gevaar gereduceerd te worden tot een loutere letterlijke lectuur, waarin de ware Auteur, God, niet meer verschijnt. Bovendien kan de interpretatie van de Heilige Geschriften nooit enkel een individuele, wetenschappelijke inspanning zijn, maar moet zij altijd worden geconfronteerd met, ingevoegd in en geautoriseerd worden door de levende traditie van de Kerk. Deze norm is beslissend om de correcte en wederzijdse verhouding tussen exegese en Leergezag van de Kerk te verduidelijken. De katholieke exegeet voelt zich niet enkel lid van een wetenschappelijke gemeenschap, maar ook en vooral lid van de gemeenschap van de gelovigen van alle tijden. In feite zijn deze teksten niet gegeven aan afzonderlijke onderzoekers of aan de wetenschappelijke gemeenschap “aan hun nieuwsgierigheid te voldoen of om hun een voorwerp van studie en onderzoek te verschaffen” Paus Leo XIII, Encycliek, Over de studie van de Heilige Schrift, Providentissimus Deus (18 nov 1893), 26. De door God geïnspireerde teksten zijn op de eerste plaats toevertrouwd aan de gemeenschap van de gelovigen, aan de Kerk van Christus, om het leven van het geloof te voeden en leiding te geven aan het leven van de liefde. Het respect voor dit doel is een voorwaarde voor de geldigheid en krachtdadigheid van de Bijbelse hermeneutiek. De Encycliek Paus Pius XII - Encycliek
Divino afflante Spiritu
Over de bevordering van de studie van de Heilige Schrift
(30 september 1943)
heeft aan deze fundamentele waarheid herinnerd en heeft opgemerkt dat het respect voor dit gegeven, verre van het Bijbels onderzoek te verhinderen, de authentieke vooruitgang bevordert. Ik zou zeggen, een hermeneutiek van het geloof beantwoordt méér aan de werkelijkheid van deze tekst dan een rationalistische hermeneutiek, die God niet erkent.
Immers, trouw-zijn aan de Kerk betekent zich inschakelen in de stroming van de grote Traditie, die, onder de leiding van het Leergezag, de canonieke geschriften heeft erkend als woord dat door God gericht is aan zijn volk en die nooit heeft opgehouden over deze geschriften te mediteren en er de onuitputtelijke rijkdommen in te ontdekken. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft dit met grote duidelijkheid herhaald: “Dit alles, wat betrekking heeft op de methode van Schriftverklaring, is uiteindelijk onderworpen aan het oordeel van de Kerk, die de goddelijke opdracht en de taak heeft om het woord Gods te bewaren en te verklaren.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 12. Zoals ons de boven vermelde dogmatische constitutie in herinnering roept, bestaat er een onbreekbare eenheid tussen Heilige Schrift en Traditie omdat beiden uit dezelfde bron voortkomen: “De heilige Overlevering en de heilige Schrift zijn dus nauw met elkaar verbonden en hebben innig deel aan elkaar. Want beide, voortkomend uit dezelfde goddelijke bron, vloeien als het ware ineen en zijn gericht op hetzelfde doel. De heilig Schrift immers is het spreken van God in zover dit onder de ingeving van de Heilige Geest schriftelijk wordt vastgesteld; de heilige Overlevering geeft het woord Gods, dat door Christus, de Heer, en de Heilige Geest aan apostelen is toevertrouwd, ongerept door aan hun opvolgers, opdat zij, voorgelicht door de Geest der waarheid, dit door hun prediking trouw zouden bewaren, verklaren en verbreiden. Bijgevolg is de heilige Schrift niet de enige bron, waaruit de Kerk haar zekerheid put omtrent al het geopenbaarde. Derhalve moet men beide met eenzelfde liefde en eenzelfde eerbied aanvaarden en vereren.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 9. Zoals wij weten is dit woord “pari pietatis affectu ac reverentia” afkomstig van Sint-Basilius en vervolgens opgenomen in het Decreet van Gratianus, vanwaar het in het Concilie van Trente en vervolgens in Vaticanum II is terechtgekomen. Dit woord drukt precies deze wederzijdse doordringing van Schrift en Traditie uit. Enkel de kerkelijke context laat toe dat de Heilige Schrift begrepen wordt als authentiek Woord van God, dat een gids, norm en regel is voor het leven van de Kerk en de geestelijke groei van de gelovigen. Zoals ik al gezegd heb, verhinderd dit op geen enkele wijze een ernstige, wetenschappelijke interpretatie maar opent het veeleer de toegang tot verderliggende dimensies van Christus, welke ontoegankelijk zijn voor een loutere letterlijke analyse aangezien deze analyse niet in staat is om de globale zin in zich op te nemen die door de eeuwen heen de Traditie van geheel het Volk van God geleid heeft.
Dierbare leden van de Pauselijke Bijbelcommissie, ik zou graag mijn interventie willen besluiten door voor jullie allen mijn persoonlijke dankbetuiging en aanmoediging te formuleren. Ik dank jullie van harte voor het veeleisende werk dat jullie leveren ten dienste van het Woord van God en van de Kerk door middel van het onderzoek, het onderwijs en de publicatie van jullie studies. Hierbij voeg ik mijn bemoedigingen toe voor de weg die nog af te leggen is. In een wereld waarin het wetenschappelijk onderzoek een steeds groter belang geniet op verschillende gebieden is het noodzakelijk dat de exegetische wetenschap zich op een gepast niveau plaatst. Dit is één van de aspecten van de inculturatie van het geloof dat deel uitmaakt van de zending van de Kerk, in harmonie met de ontvangst van het mysterie van de Menswording.

Dierbare broeders en zusters, de Heer Jezus Christus, Mensgeworden woord van God en goddelijk Leermeester, die de geest van zijn leerlingen heeft geopend voor het verstaan van de Schriften Vgl. Lc. 24, 45 , moge jullie begeleiden en ondersteunen in uw denken. De Moeder Maagd, model van gewilligheid en gehoorzaamheid aan het Woord van God, moge jullie leren steeds beter de onuitputtelijke rijkdom van de Heilige Schrift te ontvangen en dit niet enkel door het intellectuele onderzoek, maar ook in jullie leven als gelovigen, opdat jullie werk en handelen zou kunnen bijdragen tot een steeds meer laten weerspiegelen van het licht van de Heilige Schrift voor de ogen van de gelovigen. In de verzekering van de steun van mijn gebed voor jullie werk, verleen ik jullie van harte, als onderpand van goddelijke gunsten, de Apostolische Zegen.

Document

Naam: TOT DE DEELNEMERS AAN DE JAARVERGADERING VAN DE PAUSELIJKE BIJBELCOMMISSIE 2009
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 23 april 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling uit het Italiaans: Jörgen Vijgen
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 30 augustus 2013

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam