• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. BONIFATIUS
3e catechese in deze reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs

Geliefde broeders en zusters,

Wij staan vandaag stil bij een groot missionaris uit de VIIIe eeuw, die in Midden Europa en ook in mijn vaderland de catechismus verspreidde: de heillige Bonifatius, die de geschiedenis is ingegaan als de “apostel van de Germanen”. Wij beschikken over veel informatie over zijn leven dank zij de ijver van zijn biografen: hij werd in een Angelsaksische familie rond het jaar 675 in Wessex geboren en werd gedoopt met de naam Winfrid. Hij trad op zeer jonge leeftijd in het klooster, aangetrokken door het monastieke ideaal. In het bezit van opmerkelijke intellectuele capaciteiten, leek hij voorbestemd voor een rustige en schitterende carrière als geleerde: hij onderwees Latijnse grammatica, schreef meerdere leerboeken, componeerde meerdere gedichten in het Latijn. Priester gewijd op de leeftijd van ongeveer dertig jaar, voelde hij zich geroepen tot het apostolaat bij de heidenen op het vasteland. Groot-Brittanië dat slechts honderd jaar eerder geëvangeliseerd was door Benedictijnen onder de leiding van de heilige Augustinus, gaf blijk van zo een stevig geloof en vurige liefde dat het missionarissen uitzond naar Midden Europa om er het Evangelie te verkondigen. In 716, ging Winfrid met enkele gezellen naar Friesland (vandaag in Holland), maar hij stoot op verzet van het plaatselijk hoofd en de poging tot evangelisatie mislukte. Teruggekeerd in zijn vaderland verloor hij de moed niet en twee jaar later begaf hij zich naar Rome voor een gesprek met Paus Gregorius II om diens richtlijnen te ontvangen. De Paus onthaalde hem volgens het verhaal van een biograaf, “met een lachend gezicht en een zachte blik” en in de dagen daarop hielden zij “belangrijke gesprekken” H. Willibald, Vita S. Bonifatii. uitg. Levison, pp. 13-14 en na hem de nieuwe naam Bonifatius gegeven te hebben, vertrouwde hij hem tenslotte, vergezeld van officiële brieven, de zending toe het Evangelie te prediken onder de Germaanse volken.

Bemoedigd en gesteund door de Paus, wijdde Bonifatius zich in die streken aan de prediking van het Evangelie, streed hij tegen heidense erediensten en versterkte de basis voor een humane en christelijke moraliteit. Met groot plichtsbesef schreef hij in één van zijn brieven: “Wij zijn standvastig in de strijd voor de dag des Heren, want dagen van droefheid en ongeluk zijn gekomen ... Wij zijn geen stomme honden, noch zwijgende waarnemers, noch huurlingen die voor de wolven vluchten! Wij zijn integendeel toegewijde herders die waken over de kudde van Christus, die Gods wil verkondigen aan belangrijke en gewone mensen, aan rijken en armen ... te pas en te onpas ...” H. Bonifatius, Brieven, Epistulae. 3, 352-354: mgh. Met zijn niet aflatende werkzaamheid, zijn organisatietalent, zijn soepel en beminnelijk doch sterk karakter, verkreeg Bonifatius grote resultaten. De Paus “verklaarde dat hij hem de bisschoppelijke waardigheid wou verlenen zodat hij aldus met grote vastberadenheid kon corrigeren en de verdwaalden terugbrengen op de weg van de waarheid, zodat hij zich zou gesteund weten door het hoogste gezag van apostolische waardigheid en door iedereen beter zou aanvaard worden in de taak der verkondiging waartoe hij door de apostolische prelaat blijkbaar gewijd werd” Otloho, Vita S. Bonifatii. uitg. Levison, boek I, p. 127
Het was de Paus zelf die Bonifatius tot regionaal bisschop wijdde – dat wil zeggen voor heel Germanië; daarop hernam hij zijn apostolisch werk in de gebieden die hem toevertrouwd waren en breidde hij zijn activiteiten ook uit tot de Kerk van Gallië: met grote voorzichtigheid, herstelde hij de kerkelijke discipline, riep meerdere synodes bijeen om het gezag van de sacrale wetten te waarborgen, versterkte de noodzakelijke gemeenschap met de Paus van Rome: een punt dat hem bijzonder ter harte ging. De opvolgers van Paus Gregorius II hadden eveneens hoge achting voor hem: Gregorius III benoemde hem tot aartsbisschop van alle Germaanse stammen, stuurde hem het pallium en stelde hem in de gelegenheid de kerkelijke hiërarchie in deze streken te organiseren Vgl. H. Bonifatius, Brieven, Epistulae. 28: uitg. Tangl, Berolini 1916; Paus Zacharias bevestigde hem in zijn opdracht en loofde zijn inzet Vgl. H. Bonifatius, Brieven, Epistulae. 51, 57, 58, 60, 68, 77, 80 86, 87, 98: uitg. Tangl, Berolini 1916; toen Paus Stefanus III pas verkozen was, ontving hij van hem een brief waarin hij zijn kinderlijke eerbied voor hem uitdrukte Vgl. H. Bonifatius, Brieven, Epistulae. 108: uitg. Tangl, Berolini 1916.
Deze grote bisschop steunde, naast de evangelisatie en organisatie van de Kerk door het stichten van bisdommen en het bijeenroepen van synodes, de stichting van meerdere kloosters, zowel mannelijke als vrouwelijke, opdat zij een lichtbaken zouden zijn voor de uitstraling van het geloof en van een humane en christelijke cultuur op zijn grondgebied. Uit Benedictijner kloosters van zijn vaderland had hij monniken en monialen geroepen die hem zeer doeltreffende en kostbare hulp boden bij de verkondiging van het Evangelie en de verspreiding van de humane wetenschappen en kunst onder de bevolking. Hij was terecht van mening dat het werk voor het Evangelie ook een ware humane cultuur dient te bevorderen. Vooral het klooster van Fulda – gesticht rond 743 – was het hart en het centrum voor de uitstraling van spiritualiteit en religieuze cultuur: daar streefden monniken naar heiligheid door gebed, werk en boete, vormden zij zich door de studie van sacrale en profane wetenschappen, bereidden zij zich voor op de verkondiging van het Evangelie, op het werk van missionaris. Door de verdienste van Bonifatius bloeide door deze monniken en monialen – de vrouwen speelden ook een zeer belangrijke rol in dit evangelisatiewerk – dus ook deze humane cultuur die onafscheidelijk is van het geloof en die er de schoonheid van openbaart. Bonifatius heeft ons zelf belangrijke intellectuele werken nagelaten. Vooreerst zijn uitgebreide briefwisseling waarin pastorale brieven afwisselen met officiële en private brieven, die sociale feiten aan het licht brengen en vooral zijn rijk humaan temperament en diep geloof. Hij stelde eveneens een handboek samen, “Ars grammatica”, waarin hij de verbuigingen, werkwoorden en zinsbouw van het Latijn verklaart, maar dat voor hem ook een instrument werd om het geloof en de cultuur te verspreiden. Men schrijft hem ook een “Ars metrica” toe, dat wil zeggen een inleiding in poëzievorm, verschillende dichterlijke composities en tenslotte een verzameling van 15 sermoenen.
Al was hij reeds bejaard – bijna 80 – toch bereidde hij zich voor op een nieuwe zending: met een vijftigtal monniken trok hij naar Friesland waar hij zijn werkzaamheden begon. Als een voorgevoel van zijn nakende dood en verwijzend naar de reis van het leven, schreef hij aan zijn volgeling en opvolger op de zetel van Mayence, bisschop Lullo: “Ik verlang het doel van deze reis tot een goed einde te brengen; ik kan geenszins nalaten te vertrekken. De dag van mijn einde is nabij en de tijd van mijn dood nadert; eens dat mijn stoffelijke resten afgelegd zijn, zal ik de eeuwige beloning tegemoet gaan. Maar gij, zeer dierbare zoon, herinner het volk zonder ophouden aan de verwarring die de zonde meebrengt, breng de bouw van de basiliek van Fulda waarmee reeds begonnen werd, tot een goed einde en leg daar mijn lichaam neer dat door de lange jaren van mijn leven oud geworden is” H. Willibald, Vita S. Bonifatii. uitg. ed. Levison, p. 46. Toen op 5 juni 754 de Misviering in Dokkum (vandaag in het Noorden van Nederland) begon, werd hij door een bende heidenen aangevallen. Met sereen gelaat treed hij naar voor, “hij verbood zijn mensen te vechten en zei: mijn zonen, houd op met vechten, stop de oorlog, want het getuigenis van de Schrift roept ons op kwaad niet met kwaad te vergelden, doch met goedheid. Dit is de dag waarnaar ik zozeer verlangd heb, het ogenblik van ons einde is gekomen; wees moedig in de Heer!” H. Willibald, Vita S. Bonifatii. uitg. ed. Levison, pp. 49-50. Dat waren zijn laatste woorden voordat hij neerviel onder de slagen van zijn aanvallers. Het stoffelijk overschot van de martelaar en bisschop werd daarna naar het klooster van Fulda overgebracht, waar hij een waardige begrafenis kreeg. Eén van zijn eerste biografen schreef reeds over hem: “de heilige bisschop Bonifatius mag zich vader noemen van alle inwoners van Germanië, want hij was de eerste om hen in Christus te verwekken met het woord van de heilige verkondiging, hij heeft hen bevestigd door zijn voorbeeld en tenslotte gaf hij voor hen zijn leven, een teken van liefde dat niet groter kon zijn” Otloho, Vita S. Bonifatii. uitg. ed. Levison, lib. I, p. 158.
Welke boodschap kunnen wij vandaag, eeuwen later, uit het onderricht en de buitengewone activiteit van deze grote missionaris en martelaar halen?

Een eerste zekerheid die zich opdringt aan wie de heilige Bonifatius bestudeert: het centrale karakter van het woord Gods, beleefd en geïnterpreteerd volgens het geloof van de Kerk, een woord dat hij beleefde, predikte en waarvan hij getuigde tot en met de hoogste gave van zichzelf in het martelaarschap. Hij was zodanig gepassioneerd door het woord van God dat hij de noodzaak en de plicht aanvoelde het anderen te mee te delen, zelfs met gevaar voor zijn eigen leven. Op dat woord berustte het geloof; op het ogenblik van zijn bisschopswijding engageerde hij zich plechtig dit geloof te verspreiden: “Ik belijd de zuiverheid van het heilig katholieke geloof in zijn integraliteit en met Gods hulp wil ik in de eenheid van dat geloof blijven waarin zonder twijfel alle heil van de christenen berust” H. Bonifatius, Brieven, Epistulae. 12, uitg. uitg. Tangl, Berolini 1916, p. 29.

De tweede zekerheid, een zeer belangrijke, die uit het leven van de heilige Bonifatius volgt, is zijn trouwe gemeenschap met de apostolische Stoel, een krachtig en centraal punt van zijn missionair werk. Hij bewaarde deze gemeenschap altijd als de regel van zijn zending en liet haar na als zijn testament. In een brief aan Paus Zacharias bevestigde hij: “Degenen die in het katholiek geloof en in de eenheid met de Kerk van Rome willen blijven en degenen die God mij in mijn zending geeft als toehoorders en volgelingen, blijf ik oproepen tot en onderwerpen aan de gehoorzaamheid aan de apostolische Stoel” H. Bonifatius, Brieven, Epistulae. 50, uitg. Tangl, Berolini 1916, p. 81. De vrucht van dit engagement was de sterke geest van verbondenheid met de opvolger van Petrus die Bonifatius bij de Kerken van zijn missiegebied overbracht; hij voegde Engeland, Germanië en Frankrijk bij Rome en droeg zo op een doorslaggevende manier bij tot het planten van de christelijke wortels van Europa wat vruchtbare resultaten zou opleveren in de loop van de daarop volgende eeuwen.

Een derde karakteristiek die Bonifatius onder onze aandacht brengt: hij bevorderde de ontmoeting tussen de Romeins-christelijke en Germaanse cultuur. Hij wist namelijk dat humanisering en evangelisatie van de cultuur integraal deel uitmaken van zijn zending als bisschop. Door het oude patrimonium der christelijke waarden over te dragen, gaf hij aan de Germaanse volken een nieuwe levensstijl die humaner was zodat de onvervreemdbare rechten van de mens beter geëerbiedigd werden. Als een authentieke zoon van de heilige Benedictus, wist hij gebed en (manueel en intellectueel) werk, pen en ploeg, te verenigen.

Het moedige getuigenis van Bonifatius is voor ons allen een uitnodiging om het woord Gods in ons leven te aanvaarden als een essentieel referentiepunt, om de Kerk passioneel lief te hebben, om ons medeverantwoordelijk te weten voor haar toekomst, om haar eenheid met de opvolger van Petrus na te streven. Hij herinnert er ons tegelijk aan dat wanneer het christendom de cultuur bevordert, het ook de vooruitgang van de mens bevordert. Het is nu aan ons zo een kostbaar patrimonium vrucht te laten dragen voor het welzijn van de komende generaties.
Ik ben steeds onder de indruk van zijn vurige ijver voor het Evangelie: op veertigjarige leeftijd laat hij een mooi en vruchtbaar kloosterleven achter, een leven van monnik en professor, om het Evangelie te verkondigen aan simpele mensen, aan barbaren; op tachtigjarige leeftijd begeeft hij zich opnieuw naar een streek waar hij het voorgevoel heeft van zijn martelaarschap. Als we zijn vurig geloof en ijver voor het Evangelie vergelijken met ons geloof, soms zo lauw en gebureaucratiseerd, zien we wat we moeten doen om ons geloof te vernieuwen, om aan onze tijd de kostbare parel van het Evangelie te geven.

Document

Naam: H. BONIFATIUS
3e catechese in deze reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 11 maart 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Christi Sorores; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 29 augustus 2010

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam