• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

FIN DALLA PRIMA NOSTRA ENCICLICA
Over de structuur van de christelijke volksactie

Vanaf onze H. Paus Pius X - Encycliek
E supremi Apostolatus
Bij aanvang van het pontificaat, over alles herstellen in Christus
(4 oktober 1903)
, waarin wij ons aansloten bij alles wat onze roemrijke voorgangers hebben bepaald omtrent de katholieke actie van de leken, hebben wij deze onderneming ten zeerste geprezen en haar noodzakelijk geacht ook in de tegenwoordige omstandigheden van de Kerk en van de burgerlijke maatschappij. En wij kunnen slechts woorden van grote lof hebben voor de ijver van zoveel eminente personen, die zich reeds lang aan deze edele taak gewijd hebben, en voor het vuur van zo'n uitgelezen jeugd, die met vaardigheid haar medewerking er aan gaf. Het negentiende katholieke congres, dat onlangs in Bologna is gehouden en dat wij bevorderd en aangemoedigd hebben, heeft aan allen voldoende getoond, wat de katholieke krachten vermogen en welk een nut en voordeel verkregen kunnen worden bij het gelovige volk, waar deze actie juist en ordelijk wordt gevoerd en waar eenheid heerst van gedachten, van gevoelens en van werken op dit terrein.

Het spijt ons echter ten zeerste, dat onenigheid onder hen al te scherpe polemieken deed ontstaan, die, als ze niet tijdig ophouden, die krachten zouden kunnen versnipperen en ze minder krachtdadig zouden kunnen maken. Wij, die nog vóór het congres vooral hebben aangedrongen op eenheid en eendracht, opdat men alles met gemeenschappelijk overleg zou kunnen vaststellen wat betrekking 'heeft op de praktische normen van de katholieke actie, kunnen nu niet zwijgen. En wijl het verschil in inzicht op het terrein van de praktijk ook gemakkelijk doordringt in dat van de theorie en daarop ook noodzakelijk moet steunen, moeten de beginselen, waarnaar heel de katholieke actie zich dient te regelen, worden bevestigd.

Leo XIII z.g., onze roemrijke voorganger, heeft duidelijk de lijnen getrokken voor de christelijke volksactie in zijn beroemde encyclieken: Paus Leo XIII - Encycliek
Quod Apostolici Muneris
Over het socialisme (28 december 1878)
van 28 December 1878, Paus Leo XIII - Encycliek
Rerum Novarum
Over kapitaal en arbeid
(15 mei 1891)
van 15 Mei 1891 en Paus Leo XIII - Encycliek
Graves de Communi Re
Over de christelijke democratie (18 januari 1901)
van 18 Januari 1901 en ook in een Congregatie Buitengewone kerkelijke aangelegenheden
Nessuno Ignora
Instructie (27 januari 1902)
van de Heilige Congregatie voor buitengewone kerkelijke aangelegenheden van 27 Januari 1902.

En wij, die evenals onze voorganger de grote noodzakelijkheid van een juist bestuur en beleid van de christelijke volksactie inzien, verlangen, dat die wijze richtlijnen nauwkeurig en volledig worden onderhouden; en niemand wage het ook maar in het minste daarvan af te wijken. - En om die dus gemakkelijker levendig voor ogen te houden, hebben wij het plan opgevat ze in de volgende stellingen overzichtelijk samen te vatten als de grondwet van de christelijke volksactie, met verwijzing naar die acta. Zij moeten voor alle katholieken de vaste regel zijn voor hun gedrag.

Grondwet voor de christelijke volksactie
Art I.

De menselijke gemeenschap, gelijk God die heeft ingericht, is samengesteld uit ongelijke elementen, gelijk ook de ledematen van het menselijk lichaam ongelijk zijn; ze alle gelijk maken is onmogelijk en het zou de vernietiging van de gemeenschap zelf tot gevolg hebben. Paus Leo XIII, Encycliek, Over het socialisme, Quod Apostolici Muneris (28 dec 1878)

Art. II

De gelijkheid van de verschillende ledematen in de maatschappij bestaat enkel hierin, dat alle mensen voortkomen van de Schepper, verlost zijn door Jezus Christus en geheel overeenkomstig hun verdiensten en zonden door God zullen worden geoordeeld en beloond of bestraft. Paus Leo XIII, Encycliek, Over het socialisme, Quod Apostolici Muneris (28 dec 1878)

Art. III.

Hieruit volgt, dat er in de menselijke samenleving volgens Gods beschikking overheden en onderdanen zijn, patroons en arbeiders, rijken en armen, geleerden en ongeletterden, adellijken en niet-adellijken, die allen, verbonden door de band van de liefde, elkander moeten helpen om in de hemel hun einddoel te bereiken en hier op aarde het stoffelijk en moreel welzijn. Paus Leo XIII, Encycliek, Over het socialisme, Quod Apostolici Muneris (28 dec 1878)

Art. IV.

De mens heeft niet alleen het blote gebruik van de goederen der aarde, zoals de dieren, maar ook het recht van vast bezit; evenmin enkel het eigendom van die zaken, die bij het gebruik verbruikt worden, maar ook bovendien van die, welke bij het gebruik niet verbruikt worden. Paus Leo XIII, Encycliek, Over kapitaal en arbeid, Rerum Novarum (15 mei 1891)

Art. V.

Het privaat bezit is een onschendbaar natuurrecht, vrucht van arbeid of toeleg, ofwel van afstand of van schenking door anderen; en iedereen kan redelijk daarover beschikken, zoals het hem goeddunkt. Paus Leo XIII, Encycliek, Over kapitaal en arbeid, Rerum Novarum (15 mei 1891)

Art. VI.

Om de tegenstelling tussen rijken en armen te overbruggen, moet men noodzakelijk onderscheid maken tussen de rechtvaardigheid en de liefde. Er bestaat geen recht van opeisen, tenzij de rechtvaardigheid is geschonden. Paus Leo XIII, Encycliek, Over kapitaal en arbeid, Rerum Novarum (15 mei 1891) 

Art. VII.

Zowel de proletariër als de werkman hebben de volgende plichten van rechtvaardigheid: volledig en getrouw het werk verrichten, waartoe men zich vrijwillig en volgens de billijkheid heeft verplicht; het eigendom van de patroons niet schaden noch hun persoon krenken; ook bij het verdedigen van zijn eigen rechten zich van geweld onthouden en die verdediging nooit verlagen tot oproer. Paus Leo XIII, Encycliek, Over kapitaal en arbeid, Rerum Novarum (15 mei 1891)

Art. VIII.

De kapitalisten en patroons hebben de volgende plichten van rechtvaardigheid: het rechtvaardig loon geven aan de werklieden; hun rechtmatige spaargelden niet aantasten noch door geweld noch door bedrog noch door openlijke of verkapte woeker; hun de vrijheid geven voor het vervullen van de godsdienstplichten; hen niet blootstellen aan verderfelijke verleidingen en aan gevaren van aanstoot; hen niet vervreemden van de familiegeest en van de zin tot sparen; 'hun geen arbeid opleggen, die niet met hun krachten overeenkomt of niet betaamt aan hun leeftijd of sexe. Paus Leo XIII, Encycliek, Over kapitaal en arbeid, Rerum Novarum (15 mei 1891)

Art. IX.

De plicht van liefde van rijken en bezitters is: armen en hulpbehoevenden te helpen volgens het voorschrift van het Evangelie. Dit voorschrift verplicht zó zwaar, dat op de dag des oordeels over de vervulling hiervan op bijzondere wijze rekenschap zal worden gevraagd, gelijk Christus zelf gezegd heeft. (Mt. 25) Paus Leo XIII, Encycliek, Over kapitaal en arbeid, Rerum Novarum (15 mei 1891)

Art. X.

De armen moeten zich niet schamen over hun armoede en evenmin de liefde van de rijken versmaden, door bovenal Jezus, de Verlosser, voor ogen te houden, die, ofschoon Hij in rijkdom kon geboren worden, arm werd om de armoede te veredelen en haar te verrijken met onvergelijkelijke verdiensten voor de hemel. Paus Leo XIII, Encycliek, Over kapitaal en arbeid, Rerum Novarum (15 mei 1891)

Art. XI.

Tot de oplossing van het arbeidersvraagstuk kunnen de kapitalisten en werklieden zelf veel bijdragen door instellingen, die tot doel hebben de juiste hulp te bieden aan de noodlijdenden en de beide klassen tot elkander te brengen en met elkander te verenigen. Dergelijke instellingen zijn: de verenigingen tot wederzijds hulpbetoon; de talrijke particuliere verzekeringen; de patronaten voor de kinderen; vooral de beroeps- en vakorganisaties. Paus Leo XIII, Encycliek, Over kapitaal en arbeid, Rerum Novarum (15 mei 1891)

Art. XII.

Op dit doel is bijzonder gericht de christelijke volksactie of christelijke democratie met haar vele en veelsoortige instituten. Deze christelijke democratie nu moet opgevat worden in de betekenis, die vroeger gezagvol is vastgelegd, en die, lijnrecht tegenover de socialistische democratie, steunt op de beginselen van het geloof en van de katholieke moraal, en vooral in deze zin, dat ze op geen enkele wijze de onschendbare rechten van het privaat bezit te kort doet. Paus Leo XIII, Encycliek, Over de christelijke democratie, Graves de Communi Re (18 jan 1901)

Art. XIII.

Bovendien mag de christelijke democratie zich nooit mengen in de politiek en zich nooit lenen voor politieke partijen en doelstellingen; dit is niet haar terrein; maar zij moet een weldadige actie zijn ten voordele van het volk, steunend op het natuurrecht en op de voorschriften van het Evangelie. Paus Leo XIII, Encycliek, Over de christelijke democratie, Graves de Communi Re (18 jan 1901) Congregatie Buitengewone kerkelijke aangelegenheden, Instructie, Nessuno Ignora (27 jan 1902)

De christelijke democraten in Italië moeten zich volledig onthouden van deelname aan welke politieke actie dan ook, die in de tegenwoordige omstandigheden om reden van het allerhoogste belang verboden is aan iedere katholiek. Congregatie Buitengewone kerkelijke aangelegenheden, Instructie, Nessuno Ignora (27 jan 1902)

Art. XIV.

Bij het vervullen van haar taak heeft de christelijke democratie de zwaarste plicht van afhankelijkheid ten opzichte van het kerkelijk gezag en is zij aan de bisschoppen en aan hem, die hen vertegenwoordigt, volledige onderwerping en gehoorzaamheid verschuldigd. Het is geen lofwaardige ijver noch oprechte vroomheid iets te ondernemen, dat in zich wel schoon en goed is, maar niet is goedgekeurd door de bisschop. Paus Leo XIII, Encycliek, Over de christelijke democratie, Graves de Communi Re (18 jan 1901)

Art. XV.

Wil deze christelijke democratische actie in Italië eenheid van leiding hebben, dan moet zij zich laten leiden door het instituut van de congressen en de katholieke comité's. Dit instituut heeft in jarenlange prijzenswaardige arbeid zich zeer verdienstelijk gemaakt voor de Kerk en Pius IX en Leo XIII z.g, hebben aan dit instituut de taak toevertrouwd om de algemene katholieke beweging te besturen, maar altijd onder het toezicht en de leiding van de bisschoppen. Paus Leo XIII, Encycliek, Over de christelijke democratie, Graves de Communi Re (18 jan 1901)

Art. XVI.

De katholieke schrijvers moeten in alles, wat de godsdienstige belangen en de actie van de Kerk in de maatschappij raakt, zich volledig met verstand en wil onderwerpen, gelijk alle andere gelovigen, aan hun bisschoppen en aan de Paus. Zij moeten vooral niet bij een of andere ernstige aangelegenheid vooruitlopen op het oordeel van de apostolische stoel. Congregatie Buitengewone kerkelijke aangelegenheden, Instructie, Nessuno Ignora (27 jan 1902)

Art. XVII.

De democratische christelijke schrijvers moeten, gelijk alle katholieke schrijvers, alle geschriften die betrekking hebben op de godsdienst, de christelijke moraal en de natuurlijke ethica overeenkomstig de constitutie Paus Leo XIII - Apostolische Constitutie
Officiorum ac munerum
Over het verbod en de censuur van boeken (25 januari 1897)
Paus Leo XIII, Apostolische Constitutie, Over het verbod en de censuur van boeken, Officiorum ac munerum (25 jan 1897), 41 onderwerpen aan de preventieve censuur van de bisschop. Verder moeten de geestelijken overeenkomstig dezelfde constitutie Paus Leo XIII, Apostolische Constitutie, Over het verbod en de censuur van boeken, Officiorum ac munerum (25 jan 1897), 42 vooraf de toestemming hebben van de bisschop, ook bij de publicatie van geschriften met een zuiver technisch karakter. Congregatie Buitengewone kerkelijke aangelegenheden, Instructie, Nessuno Ignora (27 jan 1902)

Art. XVIII.

Zij moeten bovendien alle krachten inspannen en alles er voor over hebben, opdat onder hen liefde en eendracht heerse door iedere belediging en elk verwijt te vermijden. En ontstaan er aanleidingen tot conflicten, dan moeten zij in plaats van iets te publiceren in de kranten zich wenden tot het kerkelijk gezag, dat overeenkomstig de rechtvaardigheid maatregelen zal treffen. Worden zij door dit gezag vermaand, dan zullen zij bereidwillig gehoorzamen zonder uitvluchten en zonder er zich in het openbaar over te beklagen, behoudens het recht om op gepaste wijze en waar het geval zich voordoet zich te beroepen op het hogere gezag. Congregatie Buitengewone kerkelijke aangelegenheden, Instructie, Nessuno Ignora (27 jan 1902)

Art. XIX.

Ten slotte zullen de katholieke schrijvers bij het behartigen van de zaak van de proletariërs en van de armen zich onthouden van uitdrukkingen, die bij het volk afkeer kunnen verwekken tegen de hogere klassen van de maatschappij. Zij moeten niet spreken over eisen of rechtvaardigheid, waar het alleen maar gaat over de liefde, zoals boven werd uiteengezet. Zij moeten er aan denken, dat Jezus Christus alle mensen wilde verenigen met de band van wederzijdse liefde, die de volmaaktheid is van de rechtvaardigheid en die de verplichting met zich brengt zich in te zetten voor het wederzijds belang. Congregatie Buitengewone kerkelijke aangelegenheden, Instructie, Nessuno Ignora (27 jan 1902)

Deze grondregels vernieuwen wij eigener beweging en met zekerheid van kennis door ons apostolisch gezag in alle onderdelen en wij bepalen, dat zij ter kennis worden gebracht van alle katholieke comlté's, groeperingen en verenigingen van welke aard en vorm ook. Deze verenigingen moeten ze ophangen in hun lokalen en ze dikwijls herlezen bij hun bijeenkomsten. Wij bepalen daarenboven, dat de katholieke kranten ze volledig publiceren met de verklaring ze te zullen naleven; en ze moeten ze ook in werkelijkheid trouw nakomen, anders zullen ze ernstig worden vermaand; en mochten ze na die vermaning zich niet verbeteren, dan zullen ze door het kerkelijk gezag verboden worden. Omdat nu woorden en kracht van actie niets baten, zonder dat ze voortdurend worden voorafgegaan, begeleid en gevolgd door het voorbeeld, is het noodzakelijk kenmerk, dat in alle leden van welk katholiek instituut dan ook moet schitteren, het openlijk belijden van het geloof verbonden met heiligheid van leven, gaafheid van zeden en gewetensvol beleven van de wetten van God en van de Kerk; en dit alles, omdat het de plicht is van iedere christen en verder ook, omdat "wie tegen ons is zich moet schamen, wijl hij geen reden heeft om kwaad van ons te spreken" (Tit. 2, 8).

Wij verhopen van deze onze zorg voor het algemeen welzijn van de katholieke actie, bijzonder in Italië, onder Gods zegen overvloedige en goede vruchten.

Gegeven te Rome bij St. Pieter, 18 December 1903, in het eerste jaar van ons pontificaat.

PAUS PIUS X

Document

Naam: FIN DALLA PRIMA NOSTRA ENCICLICA
Over de structuur van de christelijke volksactie
Soort: H. Paus Pius X - Motu Proprio
Auteur: H. Paus Pius X
Datum: 18 december 1903
Copyrights: © 1954, Ecclesia Docens (0122), Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: F.A.J. van Nimwegen CssR
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam