• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. JOHANNES CLIMACUS - LADDER NAAR GOD
1e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs

De ladder zoals beschreven door de H. Johannes Climacus
Geliefde broeders en zusters,

Na twintig catechetische onderrichtingen die gewijd waren aan de apostel Paulus, zou ik vandaag terug de voorstelling willen opnemen van de grote schrijvers uit de oosterse en westerse Kerk ten tijde van de middeleeuwen. En ik stel de persoon voor van Johannes, Climacus genoemd, de Latijnse omschrijving van de Griekse term “klimakos”, wat “ladder” (“klimax”) betekent. Het gaat om de titel van zijn hoofdwerk, waarin hij de opgang beschrijft van het menselijk leven naar God. Hij werd rond 575 geboren. Zijn leven speelde zich dus af in de jaren dat Byzantië, de hoofdstad van het Romeinse keizerrijk in het Oosten, de grootste crisis van zijn geschiedenis doormaakte. Onverwacht veranderde het geografische kader van het keizerrijk en door de golf van invallen van de barbaren stuikten al zijn structuren in elkaar. Alleen de structuur van de Kerk hield stand, zij bleef in die moeilijke tijden haar missionaire, humane en sociaal-culturele activiteiten uitoefenen, in het bijzonder door het netwerk van de kloosters waarin grote religieuze personaliteiten actief waren zoals Johannes Climacus.

Johannes leefde in het Sinaïgebergte, waar Mozes God ontmoette en Elia Zijn stem hoorde en hij vertelde zijn geestelijke ervaringen. Informatie over hem wordt in een bondige “Daniel van Raito
Vita Johannes Climacus ()
Daniel van Raito, Vita Johannes Climacus. (PG 88, 596-608) bewaard, geschreven door de monnik Daniël van Raito: op zestienjarige leeftijd werd Johannes, die monnik was op de berg Sinaï, volgeling van abt Martirio, een “ouderling”, dat wil zeggen een “wijze”. Op twintigjarige leeftijd, koos hij voor een kluizenaarsleven in een grot aan de voet van de berg, in een oord Tola genoemd, op acht kilometer van het klooster van de heilige Catharina. Maar de eenzaamheid belette hem mensen te ontmoeten die geestelijke leiding verlangden en meerdere kloosters in Alexandrië te bezoeken. En inderdaad, zijn kluizenaarsleven dat verre van een vlucht was uit de wereld en de menselijke realiteit, mondde uit in een vurige liefde voor de anderen Daniel van Raito, Vita Johannes Climacus. 5 en voor God Daniel van Raito, Vita Johannes Climacus. 7. Na veertig jaar kluizenaarsleven, een leven van liefde voor God en de naaste, jaren waarin hij weende, bad, met de duivel streed, werd hij tot abt benoemd van het grote klooster van de berg Sinaï en keerde zo terug naar het leven in gemeenschap, in een klooster. Maar enkele jaren voor zijn dood, liet hij uit nostalgie naar zijn kluizenaarsleven, de leiding van de gemeenschap over aan zijn broer, die in hetzelfde klooster monnik was. Hij stierf na 650. Het leven van Johannes verliep tussen twee bergen, Sinaï en Tabor, en men kan werkelijk zeggen dat het licht dat Mozes op de Sinaï gezien had en dat de drie apostelen op Tabor aanschouwd hadden, van hem afstraalde!
Hij werd beroemd, zoals ik zei, door het boek dat de “Ladder” (“klimax”) heet en dat in het Westen “Ladder van het paradijs” genoemd wordt H. Johannes Climacus, De ladder naar het Paradijs, Klimax tou Paradeisou. PG 88, 632-1164. Geschreven na herhaald aandringen van de abt van het naburige klooster van Raito op de Sinaï, is de “Ladder” een volledige verhandeling over de geestelijke leven, waarin Johannes de weg van de monnik beschrijft vanaf zijn verzaking aan de wereld tot de volmaaktheid van de liefde. Het is een weg die – volgens het boek – over dertig treden gaat, waarvan iedere trede verbonden is met de volgende. De weg kan samengevat worden in drie opeenvolgende fasen: de eerste drukt de breuk met de wereld uit met het doel terug te keren naar de staat van evangelische kinderlijkheid. Het essentiële is dus niet de breuk maar de band met wat Jezus gezegd heeft, namelijk terugkeren tot het ware kindschap in geestelijke zin, worden als kinderen. Johannes commentarieert: “Een goede basis bestaat uit drie basissen en drie zuilen: onschuld, vasten en kuisheid. Moge alle nieuw geborenen in Christus Vgl. 1 Kor. 3, 1 daarmee beginnen en als voorbeeld nemen degenen die lichamelijk pasgeboren zijn” H. Johannes Climacus, De ladder naar het Paradijs, Klimax tou Paradeisou. 1,20; 636. Vrijwillige onthechting aan dierbare mensen en plaatsen stelt de ziel in staat dieper in gemeenschap te treden met God. Deze onthechting loopt uit op de gehoorzaamheid, die een weg is naar de nederigheid doorheen vernederingen – die nooit zullen ontbreken – vanwege onze broeders. Johannes geeft deze commentaar: “Zalig die ten einde toe aan zijn eigenwil verstorven is en die de zorg voor zijn persoon aan zijn meester in de Heer heeft toevertrouwd: werkelijk, hij zal aan de rechter zijde van de Gekruisigde geplaatst worden!” H. Johannes Climacus, De ladder naar het Paradijs, Klimax tou Paradeisou. 4,37; 704.
De tweede fase van de weg bestaat uit de geestelijke strijd tegen de hartstochten. Iedere trede van de ladder is verbonden aan een hoofdzonde, die omschreven en uitgelegd wordt aan de hand van de behandeling ervan en de deugd die daar tegenover staat. Het geheel van die treden is zonder enige twijfel de belangrijkste verhandeling over geestelijke strategie, waarover we beschikken. De strijd tegen de hartstochten is echter positief– niet louter negatief – dank zij het beeld van het “vuur” van de Heilige Geest: “Dat allen die deze goede, harde en zware strijd voeren Vgl. 1 Tim. 6, 12 (...), weten dat ze zich in een vuur geworpen hebben, indien ze werkelijk verlangen dat het onstoffelijke vuur in hen komt wonen” H. Johannes Climacus, De ladder naar het Paradijs, Klimax tou Paradeisou. 1,18; 636. Het vuur van de Heilige Geest dat een vuur is van liefde en waarheid. Alleen de kracht van de Heilige Geest verzekert de overwinning. Maar volgens Johannes Climacus is het belangrijk zich ervan bewust te worden dat de hartstochten op zich niet slecht zijn; zij worden het echter door het slecht gebruik dat de vrijheid van de mens ervan maakt. Als de hartstochten gezuiverd zijn, maken zij de mens open voor de weg naar God door energieën die tot eenheid gebracht zijn door ascese en genade en “waar de hartstochten van de Schepper een ordening en begin gekregen hebben ..., kent de deugd geen einde” H. Johannes Climacus, De ladder naar het Paradijs, Klimax tou Paradeisou. 26/2, 37; 1068.
De laatste fase van de weg is de christelijke volmaaktheid die over de zeven laatste treden van de “Ladder” verloopt. Het gaat om de meest verheven stadia van het geestelijk leven, die tot de ervaring behoren van de "hesychasten", zij die in eenzaamheid leven, die tot innerlijke rust en vrede gekomen zijn; maar dat zijn stadia die ook toegankelijk zijn voor de vurigste onder hen die in gemeenschap leven. Van de eerste drie – eenvoud (argeloosheid), nederigheid en onderscheiding – is volgens Johannes, in het spoor van de woestijnvaders, de laatste de belangrijkste, namelijk het vermogen tot onderscheiding. Elk gedrag moet aan onderscheiding onderworpen worden; alles hangt namelijk af van de diepste motivaties en die moeten geëvalueerd worden. Men dringt hier door tot de kern van de mens en het gaat erom de geestelijke gevoeligheid en het “zintuig van het hart”, die gaven Gods zijn, in de kluizenaar, in de christen wakker te maken: “Als gids en regel in alle dingen, moeten wij na God, ons geweten volgen” H. Johannes Climacus, De ladder naar het Paradijs, Klimax tou Paradeisou. 26/1,5; 1013. Op die manier bekomt men de rust van de ziel, de hesychia, zodat de mens zich over de Goddelijke geheimen kan buigen.
De toestand van rust, van innerlijke vrede, bereidt de hesychast voor op het gebed, dat bij Johannes tweevoudig is: het "lichamelijk gebed" en het "gebed van het hart". Het eerste is eigen aan wie zich behelpt met de gebaren van het lichaam: de handen opheffen, zuchten slaken, zich op de borst slaan, enz. H. Johannes Climacus, De ladder naar het Paradijs, Klimax tou Paradeisou. 15, 26; 900; het tweede is het spontane effect van de ontwaakte geestelijke gevoeligheid, een gave Gods voor wie zich aan het lichamelijk gebed wijdt. Bij Johannes krijgt het de naam “Jezusgebed” (“Jesoû euché”); het bestaat alleen uit het aanroepen van Jezus’ Naam, een aanhoudende aanroeping zoals de ademhaling: “Moge de gedachtenis aan Jezus slechts één zaak zijn met uw ademhaling, dan zult gij het nut van de hesychia kennen”, van de innerlijke vrede H. Johannes Climacus, De ladder naar het Paradijs, Klimax tou Paradeisou. 27/2, 26; 1112. Tenslotte wordt het gebed heel simpel, simpelweg de naam “Jezus” verenigd met onze ademhaling.
De laatste graad van de “Ladder” (30), gekleurd door de "matige roes van de Geest” is gewijd aan de hoogste “triniteit der deugden”: geloof, hoop en vooral liefde. Over de liefde spreekt Johannes ook als eros (menselijke liefde), beeld van de huwelijksvereniging van de ziel met God. En hij kiest ook het beeld van het vuur om de vurigheid, het licht, de zuivering uit te drukken van de liefde voor God. De kracht van menselijke liefde kan opnieuw naar God gericht worden, zoals een zuivere olijfboom geënt wordt op een wilde Vgl. Rom. 11, 24 H. Johannes Climacus, De ladder naar het Paradijs, Klimax tou Paradeisou. 15,66; 893. Johannes is ervan overtuigd dat een intense ervaring van deze eros de ziel veel meer vooruitgang bezorgt dan de harde strijd tegen de hartstochten, omdat de kracht ervan groot is. Zo is het positieve op onze weg overheersend. Maar liefde wordt ook in nauw verband gebracht met de hoop: “De kracht van de liefde is de hoop: door haar verwachten wij de beloning van de liefde ... De hoop is de deur naar de liefde ... Afwezigheid van hoop vervreemdt de liefde: de hoop leidt onze inspanningen, zij ondersteunt ons zwoegen en omringt ons met Gods barmhartigheid” H. Johannes Climacus, De ladder naar het Paradijs, Klimax tou Paradeisou. 30,16; 1157. Het besluit van de “Ladder” is de synthese van het boek aan de hand van woorden die de schrijver God zelf laat zeggen: “Moge deze ladder u de geestelijk voorbereiden op de deugden. Ik sta boven aan deze ladder, zoals mijn grote ingewijde (de heilige Paulus) zegt: “Nu echter blijven geloof, hoop en liefde, de grote drie; maar de liefde is de grootste!” (1 Kor. 13, 13) H. Johannes Climacus, De ladder naar het Paradijs, Klimax tou Paradeisou. 30,18; 1160.
Wat dit betreft, nog een laatste vraag: heeft de “Ladder”, een werk geschreven door een kluizenaar die viertienhonderd jaar geleden leefde, ons vandaag nog iets te zeggen? Heeft de levensweg van een man die altijd op de berg Sinaï geleefd heeft, in een ver vervlogen tijd, voor ons nog enige actualiteit? In een eerste ogenblik, lijkt het antwoord “nee”, want Johannes Climacus staat te ver weg van ons. Maar naderbij bekeken, zien we dat dit monastieke leven slechts een groot symbool is van het leven als gedoopte, van het christenleven. Het laat op zekere manier in hoofdletters zien wat wij dag na dag in kleine letters schrijven. Het is een profetisch symbool dat openbaart wat het leven van een gedoopte is, in gemeenschap met Christus, met Zijn dood en Zijn verrijzenis. Voor mij is het bijzonder belangrijk dat de top van de “ladder”, dat de laatste graden tegelijk de fundamentele, initiële en eenvoudigste deugden zijn: geloof, hoop en liefde. Het gaat niet over deugden die alleen toegankelijk zijn voor helden in de moraal, maar gaven Gods voor alle gedoopten: daardoor groeit eveneens ons leven. Het begin is ook het einde, het vertrekpunt is ook de aankomst: heel de weg gaat naar een steeds radicalere verwezenlijking van het geloof, de hoop en de liefde. In die deugden is heel de opgang aanwezig.

Het geloof is fundamenteel want deze deugd impliceert dat ik verzaak aan mijn arrogantie, aan mijn gedacht; aan de pretentie op mijn eentje te oordelen zonder mij op de anderen te baseren. Die weg naar de nederigheid, naar het geestelijk kindschap, is noodzakelijk: men dient de arrogante houding te overwinnen die doet zeggen: ik weet in mijn tijd van de XXIe eeuw meer dan mensen uit het verleden konden weten. Men dient zich in tegendeel uitsluitend op de Heilige Schrift te verlaten, het woord van de Heer, nederig de horizon van het geloof schouwen, om zo in de immense uitgestrektheid van een universele wereld binnen te treden, Gods wereld. Zo groeit onze ziel, de gevoeligheid van het hart groeit naar God toe.

Johannes Climacus zegt terecht dat alleen de hoop ons bekwaam maakt te beminnen. De hoop waardoor wij de dingen van alle dag overstijgen, wij verwachten geen succes van ons aardse leven, wij verwachten de openbaring van God zelf op het einde. Alleen in die verruiming van onze ziel, in deze overstijging van onszelf, wordt ons leven groot en kunnen wij de zorgen en ontgoochelingen van elke dag dragen, kunnen wij goed zijn voor de anderen zonder een beloning te verwachten. Alleen als God bestaat - de grote hoop waarnaar ik streef - kan ik dagelijks kleine stappen zetten en zo leren beminnen. In de liefde ligt het mysterie van het gebed verborgen, van het persoonlijk kennen van Jezus: een simpel gebed dat er uitsluitend naar streeft het hart van de Goddelijke Meester aan te raken.

En zo opent men zijn hart, leert men van Hem goedheid, liefde. Laten wij dus gebruik maken van deze opgang in het geloof, de hoop en de liefde; zo bereiken wij het ware leven.

Document

Naam: H. JOHANNES CLIMACUS - LADDER NAAR GOD
1e catechese in de reeks over grote middeleeuwse kerkelijke auteurs
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiƫntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 11 februari 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling: Christi Sorores. Alineanummering en -verdeling: Redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam