• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TIJDENS DE TWEEDE VESPERS VAN HET LITURGISCHE FEEST VAN DE BEKERING VAN DE H. APOSTEL PAULUS TER AFSLUITING VAN DE 101E INTERNATIONALE BIDWEEK VOOR DE EENHEID VAN DE CHRISTENEN
In de Pauselijke Basiliek Sint-Paulus buiten de Muren, Rome

Geliefde broeders en zusters,

Het is telkens een grote vreugde elkaar te ontmoeten bij het graf van de apostel Paulus, voor de liturgische gedachtenis van zijn bekering en voor de afsluiting van de Gebedsweek voor de eenheid van de Christenen. Ik groet u allen met grote genegenheid. Mijn groeten gaan in het bijzonder naar kardinaal Cordero Lanza di Montezemolo, de abt en de gemeenschap van de monniken bij wie we te gast zijn. Ik groet eveneens kardinaal Kasper, voorzitter van de Pauselijke Raad ter bevordering van de Eenheid van de Christenen. Met hem groet ik de aanwezige kardinalen, bisschoppen en herders van de verschillende Kerken en kerkelijke gemeenschappen, hier vanavond bijeen. Een bijzonder dankwoord gaat naar hen die de documenten voor het gebed hebben voorbereid en zich zo als eersten geoefend hebben in het luisteren naar elkaar door reflectie en confrontatie en in het samen luisteren naar Gods woord.

De bekering van de heilige Paulus dient ons tot voorbeeld en wijst de weg naar een volledige eenheid. Eenheid vraagt namelijk bekering: van verdeeldheid naar gemeenschap, van gekwetste eenheid naar herstelde en volledige eenheid. Deze bekering is een gave van de verrezen Christus, zoals dat gebeurd is bij de heilige Paulus. Wij hebben het gehoord in de woorden van de apostel zelf, in de lezing die we zojuist hoorden: “Maar door de genade van God ben ik wat ik ben” (1 Kor. 15, 10). De Heer, dezelfde die Saul geroepen heeft op de weg naar Damascus, richt zich tot de leden van Zijn Kerk – die één is en heilig – en ieder roepend bij zijn naam, vraagt Hij: "Waarom hebt ge Mij verdeeld? Waarom hebt ge de eenheid van Mijn Lichaam verwond?"
Bekering heeft twee dimensies. In de eerste fase identificeert en erkent men fouten in het licht van Christus en deze erkenning wordt verdriet, berouw en verlangen naar een nieuw begin. In de tweede fase erkent men dat die nieuwe weg niet van onszelf kan komen. Ze bestaat erin zich door Christus te laten grijpen. Zoals de heilige Paulus zegt: “... ik streef er vurig naar het te grijpen, gegrepen als ik ben door Christus Jezus” (Fil. 3, 12). Bekering vereist ons ja, vereist mijn “vurig streven”; het is tenslotte geen persoonlijke activiteit, maar een gave, het feit zich door Christus te laten omvormen; het is dood en verrijzenis. Daarom zegt de heilige Paulus niet: “ik heb me bekeerd”, maar hij zegt: “ik ben gestorven” Vgl. Gal. 2, 19 , ik ben een nieuwe schepping. Feitelijk was de bekering van de heilige Paulus niet de overgang van immoraliteit naar moraliteit, van een dwalend geloof naar een juist geloof, maar het feit, overwonnen te zijn door de liefde van Christus: afstand doen van zijn eigen volmaaktheid, de nederigheid van degene die zich zonder voorbehoud ten dienste stelt van Christus voor zijn broeders. Alleen in dit afstand doen van onszelf, in deze gelijkvormigheid met Christus, zijn we ook met elkaar verenigd, worden we in Christus één. Het is de gemeenschap met de verrezen Christus die ons de eenheid geeft.
We kunnen een interessante overeenkomst vaststellen met de dynamiek van de bekering van de heilige Paulus bij het overwegen van de Bijbeltekst van de profeet Ezechiël (Ez. 37, 15-28), die dit jaar gekozen werd tot basis van ons gebed. Daarin is namelijk sprake van het symbolische gebaar van twee stukken hout die in de hand van de profeet één stuk worden, een gebaar dat het toekomstige ingrijpen van God verzinnebeeldt. Het is het tweede deel van hoofdstuk 37, dat in zijn eerste deel het gekende visioen vermeldt van de verdroogde beenderen en de wederopstanding van Israël krachtens Gods Geest. Hoe zou het ons kunnen ontgaan, dat het profetische teken van de vereniging van het volk van Israël volgt op het grote symbool van de verdroogde beenderen, levend gemaakt door de Geest? Dit theologisch schema gelijkt op dat van de bekering van de heilige Paulus: op de eerste plaats staat Gods macht, die met Zijn Geest de wederopstanding als een nieuwe schepping voltrekt. Deze God, die Schepper is en in staat om doden op te wekken, kan ook het volk dat in twee verdeeld is, terug tot eenheid brengen. Christus’ verrijzenis vergroot de omvang van de eenheid: niet alleen de eenheid van de stammen van Israël maar de eenheid van joden en heidenen Vgl. Ef. 2 ; de eenmaking van de mensheid die door de zonde verstrooid is en méér nog, de eenheid van alle gelovigen in Christus.
Wij hebben de keuze van deze passage uit de profeet Ezechiël te danken aan onze broeders uit Korea, die zich door deze bladzijde uit de Bijbel bijzonder aangesproken voelden, zowel als Koreaan als in de hoedanigheid van Christenen. In de verdeling van het Joodse volk in twee koninkrijken, zagen zij zich als kinderen van één enkel land dat door politieke gebeurtenissen verdeeld werd in een noordelijk en een zuidelijk deel. Hun ervaring heeft hen geholpen het drama van de verdeeldheid van de Christenen beter te verstaan. En nu verschijnt in het licht van dit woord Gods dat onze Koreaanse broeders kozen en iedereen aanbieden, een waarheid vol hoop: God belooft Zijn volk een nieuwe eenheid, die voor alle naties teken en instrument van verzoening en vrede moet zijn, ook op historisch vlak. De eenheid die God Zijn Kerk geeft en waarvoor wij bidden, is natuurlijk een gemeenschap in spirituele zin, in geloof en liefde; maar wij weten dat deze eenheid in Christus ook op sociaal vlak, in de relaties tussen de landen en voor heel de menselijke familie, een kiem van broederlijkheid betekent. Het is de gist van het Rijk Gods die heel het deeg doet rijzen Vgl. Mt. 13, 33 . In die zin is het gebed dat wij deze dagen laten opstijgen en dat verwijst naar de profeet Ezechiël, ook tot voorspraak geworden voor de verschillende conflictsituaties die de mensheid momenteel treffen. Waar het woord van mensen machteloos wordt, want het tragische lawaai van geweld en wapens overheerst, is de profetische kracht van het woord Gods aanwezig en het herhaalt ons dat vrede mogelijk is en dat wij instrumenten van verzoening en vrede moeten zijn. Daarom vraagt ons gebed voor de eenheid en de vrede altijd dat het ondersteund zou worden door moedige gebaren van verzoening onder ons, Christenen. Ik denk nogmaals aan het Heilig Land: hoe belangrijk is het dat de gelovigen die daar leven, evenals de pelgrims die erheen gaan, aan iedereen het getuigenis bieden dat de verscheidenheid van ritussen en tradities geen belemmering zou moeten zijn voor wederzijds respect en broederliefde. In de legitieme verscheidenheid van de posities, moeten wij de eenheid zoeken in het geloof, in ons fundamenteel "ja" aan Christus en Zijn enige Kerk. Zo zullen de verschillen niet meer een hinder zijn die ons scheidt, maar een rijkdom in de veelheid van uitdrukkingen van het gemeenschappelijk geloof.
Ik zou mijn overweging willen beëindigen met een verwijzing naar een gebeurtenis die de oudsten onder ons zeker niet vergeten hebben. Op H. Paus Johannes XXIII - Toespraak
Aankondiging diocesane Synode, Oecumenisch Concilie en aanpassing Kerkelijk wetboek
Tot college van kardinalen op het feest van St. Paulus-bekering - Vespers in de St. Paulus-buiten-de-Muren, Rome
(25 januari 1959)
, juist vijftig jaar geleden, manifesteerde de zalige Paus Johannes XXIII voor het eerst en op deze plaats zijn wil “een oecumenisch concilie voor de universele Kerk” bijeen te roepen H. Paus Johannes XXIII, Toespraak, Tot college van kardinalen op het feest van St. Paulus-bekering - Vespers in de St. Paulus-buiten-de-Muren, Rome, Aankondiging diocesane Synode, Oecumenisch Concilie en aanpassing Kerkelijk wetboek (25 jan 1959), 3. Hij deed deze aankondiging tot de kardinalen in de kapittel zaal van het klooster van de Heilige Paulus, na de hoogmis opgedragen te hebben in de basiliek. Uit deze providentiële beslissing die mijn vereerde voorganger, volgens zijn vaste overtuiging, ingegeven werd door de Heilige Geest, is ook een fundamentele bijdrage tot de oecumene gevolgd, samengevat in het decreet “2e Vaticaans Concilie - Decreet
Unitatis Redintegratio
Over de oecumene
(21 november 1964)
”. Daar leest men: “Een ware oecumenische beweging zonder innerlijke ommekeer is niet mogelijk. Want uit vernieuwing van geest, zelfverloochening en onbelemmerde schenking van liefde wordt het verlangen naar eenheid geboren en tot rijpheid gebracht” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 7.

Innerlijke bekering in Christus, spirituele vernieuwing, toenemende naastenliefde voor de andere Christenen, hebben de oecumenische relaties veranderd. De vrucht van theologische gesprekken, met hun convergenties en een juistere identificatie van de divergenties die nog blijven, stimuleren om moedig verder te gaan in twee richtingen: in het ontvangen van wat positief bereikt werd en in een vernieuwd engagement naar de toekomst toe. De Pauselijke Raad ter bevordering van de Eenheid van de Christenen, die ik dank voor de dienst die hij betoont voor de zaak van de eenheid van alle volgelingen van de Heer, heeft recent op een gepaste manier nagedacht over het onthaal en de toekomst van de oecumenische dialoog. Als deze overwegingen enerzijds wat bereikt werd, terecht willen valoriseren, verwachten zij anderzijds nieuwe wegen te vinden om de relaties tussen de Kerken en kerkelijke gemeenschappen binnen de huidige context te vervolgen. De horizont van de volledige eenheid blijft voor ons open. Het is een zware taak, maar begeesterend voor Christenen die in harmonie willen leven met het gebed van de Heer: “dat zij allen één mogen zijn ... opdat de wereld gelove” (Joh. 17, 21). Het Concilie heeft uiteengezet dat “dit heilig voornemen alle Christenen te verzoenen in de eenheid van de ene en enige Kerk van Christus de menselijke krachten en gaven te boven gaat” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 24.

Vertrouwend op het gebed van de Heer Jezus Christus en aangemoedigd door de belangrijke stappen die de oecumenische beweging gedaan heeft, roepen wij de Heilige Geest gelovig aan, opdat Hij onze weg zou blijven inspireren en leiden. Moge de apostel Paulus ons vanuit de hemel aanmoedigen en bijstaan, hij die zich zo uitgeput heeft en geleden heeft voor de eenheid van het mystieke Lichaam van Christus; moge de Allerzaligste Maagd Maria, Moeder van de eenheid van de Kerk, ons begeleiden en steunen.

Document

Naam: TIJDENS DE TWEEDE VESPERS VAN HET LITURGISCHE FEEST VAN DE BEKERING VAN DE H. APOSTEL PAULUS TER AFSLUITING VAN DE 101E INTERNATIONALE BIDWEEK VOOR DE EENHEID VAN DE CHRISTENEN
In de Pauselijke Basiliek Sint-Paulus buiten de Muren, Rome
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 25 januari 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Christi Sorores; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam