• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TOT LEDEN VAN DE ROMEINSE CURIE BIJ GELEGENHEID VAN HET UITWISSELEN VAN DE KERSTWENSEN 2008
Sala Clementina (werkvertaling in ontwikkeling)

Het feest van de geboorte van de Heer staat voor de deur. Ieder gezin kent het verlangen om samen te komen, om de unieke en niet te herhalen atmosfeer te genieten, dat dit feest ons brengen kan. Ook de familie van de Romeinse Curie is vanmorgen bij elkaar gekomen volgens een mooie traditie, dat ons de vreugde geeft, om in dit bijzondere geestelijke klimaat elkaar te ontmoeten en de gelukwensen uit te wisselen. Aan ieder van u richt ik mijn hartelijke groet, vol dankbaarheid voor de gewaardeerde medewerking in dienst van de Opvolger van Petrus. Hartelijk dank aan Kardinaal-deken Angelo Sodano, die met de stem van een engel in naam van alle aanwezigen alsook van diegenen gesproken heeft, die in de verschillende kantoren, inclusief de Pauselijke vertegenwoordigingen, actief zijn.

In het begin sprak ik over de atmosfeer van Kerst. Graag stel ik deze voor als een soort verlenging van die geheimnisvolle vreugde, die innerlijke jubel, die ook de heilige Familie had, van de engelen en de herders van Bethlehem in de nacht waarin Jezus werd geboren. Ik wil het een "atmosfeer van de genade" noemen en denk daarbij aan de woorden van de Heilige Paulus in de Brief aan Titus: "Apparuit gratia Dei Salvatoris nostri omnibus hominibus" / "Want de genade van God is verschenen, bron van redding voor alle mensen" Vgl. Tit. 2, 11 . De Apostel benadrukt dat de genade van God voor "alle mensen" verschenen is. Ik zou willen zeggen, dat daarin de zending van de Kerk en speciaal die van de Opvolger van Petrus zowel als zijn medewerkers tot uitdrukking komt, om daartoe bij te dragen dat de genade van God, de Verlosser, steeds meer zichtbaar wordt en allen het heil gebracht wordt.

Het nu ten einde gaande jaar was rijk aan verwijzingen naar belangwekkende data in de jonge gescheidenis van de Kerk, maar ook rijk aan gebeurtenissen, die markeringen betekenen voor onze verdere weg in de toekomst. Vijftig jaar geleden is Paus Pius XII gestorven, 50 jaar geleden werd Johannes XXIII tot Paus gekozen. Het is nu veertig jaar geleden sinds de publicatie van de Encycliek Z. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
en dertig jaar sinds het sterven van zijn auteur, Paus Paulus VI. De boodschap van deze gebeurtenissen werd op diverse manieren herdacht in het afgelopen jaar, zodat ik ze nu niet opnieuw hoef te becommentariëren. Maar de horizon van het herdenken reikt echter over de gebeurtenissen van de vorige eeuw heen verder terug en wijst ons zelfs naar voren. Op de Paus Benedictus XVI - Homilie
Paulus wil tot ons vandaag spreken
Eerste Vespers op het Hoogfeest van de HH. Apostelen Petrus en Paulus, bij gelegenheid van de opening van het Paulusjaar, met aanwezigheid van de Oecumenische Patriarch van Constantinopel Bartholomeus I - Pauselijke Basiliek Sint-Paulus buiten de Muren
(28 juni 2008)
konden we in aanwezigheid van de Oecumenische Patriarch Bartholomeus I van Constantinopel en vertegenwoordigers van vele kerken en kerkelijke gemeenschappen het Paulusjaar openen ter herinnering aan de geboorte van de Apostel van de Volkeren 2000 jaar geleden. Paulus is niet een figuur uit het verleden. Door zijn brieven spreekt hij tot ons. En wie met hem in gesprek komt, wordt door hem doorgeleid naar de gekruisigde en verrezen Christus. Het Paulusjaar is een jaar van pelgrimage, niet alleen als een uiterlijk op weg zijn naar de herinneringsplaatsen van de Apostel, maar ook en vóór alles als een pelgrimage van het hart met Paulus naar Jezus Christus. Uiteindelijk leert Paulus ons ook, dat de Kerk het Lichaam van Christus is, dat Hoofd en Lichaam niet te scheiden zijn en dat er geen liefde tot Christus is zonder dat er liefde is tot Zijn Kerk en haar levende gemeenschap.

Drie aparte bijeenkomsten gedurende het afgelopen jaar komen in het bijzonder in beeld bij deze terugblik. Op de eerste plaats is er de Wereldjongerendag in Australië, een groot geloofsfeest, dat meer dan 200.000 jongeren uit alle delen van de wereld niet alleen uiterlijk - geografisch gezien - maar innerlijk in de gemeenschap van de vreugde van het Christenzijn bij elkaar gekomen zijn.

Daarnaast zijn de beide reizen naar de Verenigde Staten en naar Frankrijk waarbij de Kerk in de wereld en voor de wereld zichtbaar werd als een geestelijke kracht, de weg van het leven toont en die door de getuigenis van het gelovige licht de wereld draagt. Want het zijn dagen geweest, waaruit licht gekomen is; vertrouwen, dat het goed is te leven, juist om het goede te doen.

En tenslotte is te denken aan de Bisschoppensynode. Bisschoppen uit de gehele wereld verzamelden zich om het Woord van God dat in de Heilige Schrift tot ons spreekt. Wat ons in het dagelijkse leven zo vanzelfsprekend is geworden, hebben we opnieuw in zijn grootheid begrepen: dat God redt. Dat Hij antwoordt geeft op onze vragen. Dat Hij in mensenwoorden toch zelf spreekt en wij Hem kunnen horen, door het luisteren Hem kennen en kunnen leren begrijpen. Dat Hij in ons leven binnentreedt en ons vormt. Dat wij buiten ons eigen leven kunnen treden en binnengaan in Zijn erbarmen. Zo werd ons opnieuw duidelijk

{rest volgt}
{volgt nog}
Tijdens de pastorale reizen van dit jaar ding het om de aanwezigheid van Gods woord, van God zelf in ons historisch uur. Haar eigenlijke betekenis kan alleen maar zijn, deze aanwezigheid te dienen. De Kerk wordt daar waarneembaar, met haar het geloof en in ieder geval de vraag naar God. Het publieke karakter van het geloof houdt inmiddels al diegenen bezig, die de huidige tijd en de krachten van haar werking proberen te begrijpen. Vooral het fenomeen van de Wereldjongerendagen wordt steeds meer onderwerp van analyses die - om het zo te zeggen - deze vorm van jongerencultuur proberen te begrijpen.

Australië heeft nog nooit zo veel mensen uit alle continenten gezien als bij de WJD, zelfs niet tijdens de Olympische Spelen. Waar voordien de vrees bestond dat de massale aanwezigheid van jongeren de openbare orde zou verstoren, het verkeer zou lamleggen, het dagelijks leven hinderen, tot geweld en drugsgebruik zou leiden, bleek dit alles ongegrond te zijn.

Het was een feest van vreugde die uiteindelijk ook de tegenstanders aanstak: uiteindelijk voelde niemand zich meer lastiggevallen. Het was een feest voor allen geworden. Voor het eerst had men zelfs ervaren wat dat is, een feest: een gebeuren waarbij allen zogezegd buiten zichzelf, boven zichzelf uitstijgend en juist zo bij zichzelf en bij elkaar zijn. Wat gebeurt er eigenlijk bij de Wereldjongerendagen? Welke krachten zijn er werkzaam?

Gangbare analyses neigen ertoe, deze dagen als varianten van de moderne jongerencultuur te beschouwen, als een soort kerkelijk popfestival met de Paus als ster. Met of zonder geloof zou dit festival in feite hetzelfde zijn. Zo meent men de vraag naar God terzijde te kunnen schuiven. Er zijn ook katholieke stemmen die in deze richting gaan en het geheel als een groot en mooi spektakel beschouwen, dat echter voor de vraag naar het geloof en de actualiteit van het Evangelie in onze tijd weinig zou betekenen. Het zouden momenten van feestelijke extase zijn, die uiteindelijk alles bij het oude laten en het leven niet dieper kunnen beïnvloeden.
Het bijzondere van deze dagen en het bijzondere van hun vreugde, hun gemeenschapsstichtende kracht, is daarmee niet verklaard. Vervolgens is het belangrijk te onthouden dat de Wereld Jongeren Dag niet alleen maar uit de week bestaan waarin zij voor de wereld zichtbaar zijn. Een lange uiterlijke en innerlijke weg leidt er naartoe. Het kruis reist door de landen, begeleid door de beeltenis van de Moeder van de Heer. Het geloof heeft een manier van zien en voelen nodig. De ontmoeting met het kruis, dat aangeraakt en gedragen wordt, wordt tot innerlijke ontmoeting met Hem die voor ons aan het kruis gestorven is. De ontmoeting met het kruis herinnert jonge mensen innerlijk aan God die mens geworden is en met ons wilde lijden. En wij zien de vrouw die Hij ons als moeder gegeven heeft.

De feestelijke dagen zijn slechts het hoogtepunt van een lange weg waarop men elkaar en Christus tegemoetgaat. In Australië is niet toevallig de lange kruisweg door de stad het hoogtepunt van de WJD geworden. Die vatte nog een keer samen wat de jaren ervoor gebeurd is en wees op Hem die ons allen samenbrengt: de God die ons bemint tot op het kruis. Zo is ook niet de Paus de ster waar alles om draait. Hij is uitsluitend en alleen plaatsbekleder. Hij verwijst naar Degene, die in ons midden is. De feestelijke liturgie is juist daarom het middelpunt van alles, omdat in haar gebeurt wat wij niet kunnen maken en toch altijd verwachten: Hij is aanwezig. Hij treedt op ons toe. De hemel is opengegaan en dat maakt de aarde licht. Dat maakt het leven vrolijk en verbindt elkaar in een vreugde die onvergelijkbaar is met de extase van een popfestival. Friedrich Nietzsche heeft ooit gezegd: ‘Het is geen kunststuk een feest te organiseren, maar om mensen te vinden die er plezier aan beleven.’ Vreugde is volgens de Schrift de vrucht van de Heilige Geest Vgl. Gal. 5, 22 . Deze vrucht was in de dagen van Sydney rijkelijk te bespeuren. Zoals aan de Wereld Jongeren Dag een tocht van het kruis voorafgaat, zo volgt daaruit ook het verder gaan. Er vormen zich vriendschappen die aanmoedigen tot een alternatieve levensstijl en deze van binnenuit dragen. Deze grote dagen zijn ervoor dat zulke vriendschappen ontwaken en dat daardoor levende plekken van geloof in de wereld ontstaan die tegelijkertijd oorden van hoop en geleefde liefde zijn.
Vreugde als vrucht van de Heilige Geest - daarmee zijn we bij het centrale thema van Sydney aangekomen, dat juist de Heilige Geest is geweest. De aanwijzing die daarin ligt wil ik graag in deze terugblik nog een keer samenvattend weergeven. Wanneer men zich vanuit het getuigenis van de Schrift en de Traditie voor ogen houdt, kan men gemakkelijk de vier dimensies van het thema Heilige Geest herkennen.
1.
Op de eerste plaats is er de uitspraak die ons tegemoet komt bij het begin van het Scheppingsverhaal. Het verhaalt van de Scheppergeest die boven de wateren zweeft, de wereld schept en steeds weer hernieuwt. Geloof in de Scheppergeest is een wezenlijke onderdeel van het Christelijk Credo. Het feit dat de materie een mathematische structuur bezit, geïnspireerd is, is de basis voor de moderne natuurwetenschappen. Alleen omdat materie geïnspireerd is maakt het mogelijk dat onze geest kan nadenken en zelf kan ontwikkelen. Het feit dat de kennisstructuur van dezelfde Scheppergeest komt Die ons ook onze eigen geest heeft gegeven, geeft ons zowel een opgave als verantwoordelijkheid. Ons geloof in de schepping is de uiteindelijke basis voor onze verantwoordelijkheid voor de aarde. De aarde is niet simpel ons eigendom, dat we kunnen gebruiken volgens onze eigen noden en wensen. Integendeel, het is een gave van de Schepper, die haar innerlijke ordening heeft ontworpen en ons dus richtlijnen heeft gegeven om als rentmeesters van Zijn schepping op te treden en het dienen te respecteren. Het feit dat de aarde, de schepping een afspiegeling is van de Scheppergeest, dat ook haar rationele structuren, die men via experimenten quasi aanraken aan, in zich een ethische oriëntering bevat. De Geest, die het geformeerd heeft, is meer dan mathematiek - het is het goede in persoon, die door de zeggingskracht van de Schepping ons de juiste weg wijst.

Omdat het scheppingsgeloof wezenlijk deel uitmaakt van het christelijke Credo, kan en mag de Kerk niet volstaan met alleen het brengen van de heilsboodschap. Zij draagt verantwoordelijkheid voor de schepping en moet deze ook openlijk laten gelden. Zij moet daarbij niet alleen de aarde, het water en de lucht als scheppingsgaven voor allen verdedigen. Zij moet ook de mens tegen zelfvernietiging beschermen. Er moet dus iets zijn als een ecologie van de mens dat op een juiste wijze begrepen wordt. Het is geen achterhaalde metafysica als de Kerk spreekt over de natuur van de mens als man en vrouw en respect eist voor deze scheppingsorde. Niet naar de stem van God luisteren, die zich in de taal van de schepping uit, zal leiden tot zelfvernietiging van de mens en daarmee van Gods eigen werk.

Wat vaak met de term "gender" wordt aangegeven en bedoeld is, leidt uiteindelijk tot de zelfemancipatie van de mens los van de schepping en van de Schepper. De mens wil zichzelf scheppen en uitsluitend en alleen zelf bemoeien met wat hem betreft. Maar zo leeft hij tegen de waarheid in, tegen de Scheppergeest. De regenwouden verdienen zonder meer onze inzet tot bescherming ervan, maar niet minder verdient de mens als schepsel onze bescherming, omdat in hem een boodschap is geschreven, die op geen enkele manier de vrijheid van de mens vermindert, maar juist zijn vooronderstelling is. Grote theologen vanuit de scholastiek hebben het huwelijk, de levenslange verbinding van man en vrouw als een scheppingssacrament beschreven, dat de Schepper zelf heeft gesticht en dat Christus dan - zonder de boodschap van de schepping te wijzigen - in de heilsgeschiedenis als Sacrament van het Nieuwe Verbond opgenomen heeft, Tot de verkondigingstaak van de Kerk behoort het getuigenis te geven van Scheppergeest in de natuur als geheel en juist ook de natuur van de mens als beeld van God. Daarom ook moet men de Encycliek Z. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
opnieuw lezen: Paus Paulus VI ging het daarbij om de liefde tegen seksualiteit als consumptiegoed, de toekomst tegen de exclusieve claims van de huidige tijd en de natuur van de mens tegen haar manipulatie te verdedigen.
2.
Laat mij nu kort de andere dimensies van de pneumatologie noemen. Als de Scheppergeest zich allereerst in de zwijgende grootte van het heelal, in zijn geestelijke strcutuur toont, zegt ons geloof daarbovenuit het verrassende, dat deze geest ook - om het zo te zeggen - met mensenwoorden spreekt, in de geschiedenis is binnengetreden en bepalende kracht in de geschiedenis ook een sprekende Geest is, ja, Woord, dat ons in de schriften van het Oude en Nieuwe Testament tegemoet treedt. Wat dat voor ons betekent heeft de H.Ambrosius in een brief heel mooi beschreven: "Ook terwijl ik nu het Heilige Schriften lees, loopt God door de tuin" Vgl. H. Ambrosius van Milaan, Epistulae. 49, 3. Ook vandaag, wanneer we lezen in de Schrift, kunnen wij op een bepaalde manier ons voorstellen in het Paradijs te zijn en God te ontmoeten die daar wandelt.

Dit is de diepere verbinding tussen het thema van de Wereld Jongeren Dag in Australië en dat van de Bisschoppensynode. De twee thema's van de "Heilige Geest" en "het Woord van God" gaan hand in hand. Bij het lezen van de Schrift kunnen we ook leren dat Christus en de Heilige Geest onscheidbaar zijn. Wanneer St. Paulus, met ontstellende beknoptheid, zegt: "De Heer is de Geest" (2 Kor. 3, 17), zo lijkt dit niet alleen tegen de achtergrond van de trinitaire eenheid van Zoon en Heilige Geest, maa vooral hun eenheid in de heilsgeschiedenis. In de passie en de verrijzenis van Chritsus worden de sluiers van alleen het letterlijke verscheurd en het huidig spreken van God zichtbaar. De Schrift met Christus lezend leren we, de stem van de Heilige Geest in de mensenwoorden te horen en ontdekken de eenheid van de Bijbel.
3.
Daarmee zijn we al bij de derde dimensie van de pneumatologie aangekomen, die juist in de onscheidbaarheid van Christus en de Heilige Geest bestaat. Misschien wel op de mooiste manier wordt dit duidelijk in het verslag van de Heilige Johannes over de eerste ontmoeting van de Verrezene met Zijn leerlingen: De Heer blaast over de leerlingen heen en schenkt hun zo de Heilige Geest. De Heilige Geest is de adem van Christus. En zoals de adem van God op de morgen van de schepping uit leem de levende mens heeft gemaakt, zo neemt de adem van Christus ons op in de wezensgemeenschap met de Zoon, maakt ons tot nieuwe schepping. daarom is het de Heilige Geest, die ons met de Zoon laat zeggen: "Abba, Vader!" (Joh. 20, 22)(Rom. 8, 15).
Heel eenvoudig volgt hieruit als vanzelf de vierde dimensie, namelijk het verband tussen Geest en Kerk. Paulus heeft in 1 Kor. 12 (1 Kor. 12) en Rom. 12 (Rom. 12) de Kerk als het Lichaam van Christus en juist als organisme van de Heilige Geest beschreven, waarbij de gaven van de Heilige Geest ieder tot een levend geheel samenvormt. De Heilige Geest is de Geest van het Lichaam van Christus. In het geheel van dit Lichaam vinden we onze opgave, leven wij voor elkaar en vanuit elkaar, ten diepste van degene levens, die voor ons allen geleefd en geleden heeft en ons door Zijn Geest tot Zich neemt tot de eenheid van alle kinderen van God. "Wil jij ook door de geest van Christus leven? Blijft dan in het Lichaam van Christus", zegt Augustinus daarover. H. Augustinus, In Iohannis Evangelium Tractatus. 26, 13.
Zo wordt met het thema van de Heilige Geest, dat de dagen in Australië en op de achtergrond de weken van de Synode hebben bepaald, de gehele omvang van het Christelijk geloof zichtbaar, die door de verantwoordelijkheid voor de schepping en het geschapen zijn van de mens via de thema's van de Schrift en de heilsgeschiedenis tot Christus leiden en van daaruit opgenomen worden in de levende gemeenschap van de Kerk, in haar ordening en verantwoordelijkheden zowel als haar omvang en vrijheid, die zich in de veelvoud aan charismata zowel als in het beeld van Pinksteren met de veelvoud aan spraken en culturen, tot uitdrukking komen.

{rest volgt}

Document

Naam: TOT LEDEN VAN DE ROMEINSE CURIE BIJ GELEGENHEID VAN HET UITWISSELEN VAN DE KERSTWENSEN 2008
Sala Clementina (werkvertaling in ontwikkeling)
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 22 december 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana
Werkvertaling uit het Duits, alineanummering en -verdeling: Redactie en Katholiek Nieuwsblad
Bewerkt: 26 juli 2015

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam