• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De liturgie van de Mis heeft tot doel op waarneembare wijze de grootheid van het mysterie, dat zich daarin, voltrekt, uit te drukken en de inspanning van het ogenblik richt zich er vooral op de gelovigen er zo actief en intelligent mogelijk aan te laten deelnemen. Ofschoon dit doel gerechtvaardigd is, loopt men gevaar een daling van de eerbied teweeg te brengen, als men de aandacht van de voornaamste handeling afleidt om ze te richten naar de luister van andere ceremoniën. Wat is die voornaamste handeling van het eucharistisch offer? Wij hebben er uitvoerig over gesproken in de Paus Pius XII - Toespraak
Magnificate Dominum
Over het priesterschap - tot Kardinalen en Bisschoppen
(2 november 1954)
. Wij haalden er allereerst de leer aan van het Concilie van Trente:

In divino hoc sacrificio, quod in Missa peragitur, idem ille Christus continetur et incruente immolatur, qui in ara crucis semel se ipsum cruente obtulit.... Una enim eademque est hostia, idem nunc offerens sacerdotum ministerio, qui se ipsum tunc in cruce obtulit, sola offerendi ratione diversa - In dit goddelijk offer wat in de Mis wordt voltrokken, is dezelfde Christus tegenwoordig en wordt Hij op onbloedige wijze geofferd, Hij die op het altaar van het kruis Zichzelf op bloedige wijze heeft opgedragen ... De offergave is immers één en dezelfde; diezelfde, die zichzelf aan het kruis heeft geofferd, offert zich nu door het dienstwerk van de priester; alleen de wijze van offeren is verschillend." Concilie van Trente, 22e Zitting - Over het allerheiligst Misoffer, Sessio XXII - Doctrina de sanctissimo Missae sacrificio (17 sept 1562), 6.

En Wij vervolgden met deze woorden:

Itaque sacerdos celebrans, personam Christi gerens, sacrificat, isgue solus, non populus, non clerici, ne sacerdotes quidem, pie religioseque qui sacris operanti inserviunt; quamvis hi omnes in sacrificio activas quasdam partes habere possint et habeant - Ook de priester-celebrant, tegenwoordig stellend de persoon van Christus, offert en hij alleen ; niet het volk, niet de clerici, zelfs niet de priesters die vroom de celebrant assisteren met het heilige werk ; alhoewel al dezen een actief deel kunnen en moeten hebben aan het offer" .

Wij onderstreepten vervolgens, dat men, omdat men geen onderscheid maakte tussen de kwestie van het delen in de vruchten van het Misoffer door de celebrant en de kwestie van de aard van de handeling, die hij stelt, tot deze conclusie gekomen was:

Idem esse unius Missae celebrationem, cui centum sacerdotes religioso cum obsequio adstent atque centum Missas a centum sacerdotibus celebratas”. - "De viering van één Mis waarbij honderd priesters met godsdienstige volgzaamheid aanwezig zijn is hetzelfde als honderd Missen, gevierd door honderd priesters"

Van deze bewering zeiden Wij: „Tamquam opinionis error reici debet”. - "Deze dwalende mening dient verworpen te worden" En Wij voegden eraan toe bij wijze van verklaring:

Quoad sacrificii Eucharistici oblationem tot sunt actiones Christi Summi Sacerdotis, quot sunt sacerdotes celebrantes, minime vero quot sunt sacerdotes Missam episcopi aut sacri presbyteri celebrantis pie audientes; hi enim, cum sacro intersunt, nequaquam Christi sacrificantis personam sustinent et agunt, sed comparandi sunt christifidelibus laicis, qui sacrificio adsunt” - "Wat betreft de offergave van het eucharistische offer, er zijn zoveel handelingen van de Hogepriester Christus als er celebrerende priesters zijn en niet als er priesters zijn die vroom de Mis van de bisschop of van een celebrerende priester aan horen; want zij, wanneer zij bij het heilige assisteren, stellen op geen enkele wijze de persoon van Christus tegenwoordig maar zij zijn te vergelijken met leken-christengelovigen die aanwezig zijn bij het offer".

Ten aanzien van de liturgische Congressen, hebben Wij bij diezelfde gelegenheid gezegd:

Hi coetus interdum propriam sequuntur regulam, ita scilicet, ut unus tantum sacrum peragat, alii vero (sive omnes sive plurimi) huic uni sacro intersint in eoque sacram synaxim e manu celebrantis sumant. Quod si hoc ex justa et rationabili causa fiat,.... obnitendum non est, dummodo huic modo agendi ne subsit error iam supra a Nobis memoratus” - "Deze groepen volgens soms een eigen regel zo dat één enkel priesters het heilige voltrekt, de anderen (ofwel allen ofwel de meesten) bij de éne Mis tegenwoordig zijn en uit de hand van de celebrant communiceren. Indien dit gebeurd omwille van een gerechtvaardige en redelijke reden ... dan dient men zich hiertegen niet te verzetten, op voorwaarde dat de dwaling die Wij boven vermelden niet aan de oorsprong ligt van deze wijze van handelen";

dat wil zeggen: de dwaling van de gelijkwaardigheid tussen de viering van honderd Missen door honderd priesters en die van een Mis, die door honderd priesters vroom wordt bijgewoond.

Volgens dit alles is het centrale element van het eucharistisch offer dat, waarin Christus tussenbeide komt als „se ipsum offerens” - "zichzelf offerend", om de eigen, termen van het Concilie van Trente weer op te nemen Concilie van Trente, 22e Zitting - Over het allerheiligst Misoffer, Sessio XXII - Doctrina de sanctissimo Missae sacrificio (17 sept 1562), 6. Dat gebeurt bij de Consecratie, waar in dezelfde daad van de door de Heer bewerkte transsubstantiatie Vgl. Concilie van Trente, 13e Zitting - Decreet over het Sacrament van de Eucharistie, Sessio XIII - Decretum de SS. Eucharistia (11 okt 1551), 5-8, de celebrerende priester „personam Christi gerens" is. Zelfs indien de consecratie zich zonder luister en in eenvoud voltrekt, is zij het centrale punt van heel de liturgie van het offer, het centrale punt van de „Actio Christi cujus personam gerit sacerdos celebrans” - "de handeling van Christus, tegenwoordig gesteld door de celebrerende priester", of de „sacerdotes concelebrantes" in het geval van een echte concelebratie.

Recente gebeurtenissen geven Ons de gelegenheid om bepaalde punten hieromtrent nader te preciseren. Wanneer de consecratie van het brood en van de wijn geldig is verricht, is de gehele daad van Christus zelf voltooid. Zelfs indien alles wat volgt niet zou kunnen worden voltrokken, zou er toch niets essentieels aan het offer van de Heer ontbreken.

Wanneer de consecratie voltooid is, kan de „oblatio hostiae super altare positae" worden gedaan – en wordt ze gedaan – door de celebrerende priester, door de Kerk, door de andere priesters, door iedere gelovige. Maar deze handeling is niet de „actio ipsius Christi per sacerdotem ipsius personam sustinentem et gerentem”. In werkelijkheid is de handeling van de consacrerende priester de handeling zelf van Christus, die werkt door zijn bedienaar. In het geval van een concelebratie in de volle zin van het woord werkt Christus in plaats van door een bedienaar te werken, door verschillende. In een louter ceremoniële concelebratie daarentegen, welke ook door een leek zou kunnen gedaan worden, is er geen gelijktijdige consecratie en men werpt dan een belangrijke vraag op: „Welke intentie en welke uitwendige handeling zijn vereist, wil er werkelijk sprake zijn van een concelebratie en gelijktijdige consecratie?"

Laten We hier in herinnering roepen, wat Wij in Onze Apostolische Constitutie „Paus Pius XII - Apostolische Constitutie
Episcopalis Consecrationis (30 november 1944)
" van 30 november 1944 zeiden. Wij bepaalden daar, dat bij de Bisschopswijding de twee Bisschoppen, die de Consecrator vergezellen, de intentie moeten hebben om de Uitverkorene te consacreren en dat zij bijgevolg de Uiterlijke daden moeten stellen en de woorden moeten uitspreken, waardoor de over te dragen macht en genade worden betekend en overgedragen. Het is dus niet voldoende, dat zij hun wil verenigen met die van de voornaamste Consecrator en verklaren, dat zij zijn woorden en handelingen tot de hunne maken. Zelf moeten zij deze handelingen stellen en de wenselijke woorden uitspreken.

Zo gaat het ook in de concelebratie in eigenlijke zin. Het is niet voldoende de wil te hebben en te doen blijken om de woorden en de handelingen van de celebrant tot de zijne te maken. De concelebranten moeten zelf over brood en wijn: „Dit is mijn Lichaam", „Dit is mijn Bloed" zeggen; anders is hun concelebratie louter ceremonieel.

Het staat dan ook niet vrij te beweren, dat „de enige beslissende kwestie in laatste analyse is te weten, in welke maat de persoonlijke, door de genade ondersteunde deelname, die men aan deze cultus-offerande neemt, het deelhebben aan het kruis en de genade van Christus doet toenemen, die ons met Hem en onderling verenigt". Wij hebben deze onjuiste probleemstelling reeds verworpen in de Paus Pius XII - Toespraak
Magnificate Dominum
Over het priesterschap - tot Kardinalen en Bisschoppen
(2 november 1954)
van 2 november 1954; maar sommige theologen kunnen er nog geen genoegen mee nemen. Wij herhalen dus: de beslissende kwestie (zowel voor de concelebratie als voor de Mis van één enige priester) is niet, welke vrucht de ziel ervan trekt, maar welke de aard is van de handeling, die gesteld wordt: stelt de priester als bedienaar van Christus al of niet de „actio Christi se ipsum sacrificantis et offerentis". Zo gaat het er ook bij de Sacramenten niet om te weten, welke de vrucht is, die ze voortbrengen, maar of de wezenlijke elementen van het sacramenteel teken (het stellen van het teken door de door de bedienaar zelf, die de gebaren verricht en de woorden uitspreekt met de intentie "saltem faciendi quod facit Ecclesia" - "ten minste te doen wat de Kerk doet") geldig gesteld zijn. Zo moet men ook bij de celebratie en de concelebratie zien, of de celebrant tezamen met de noodzakelijke innerlijke intentie, de uitwendige handeling verricht en vooral de woorden uitspreekt, die de „actio Christi se ipsum sacrificantis et offerentis" constitueren. Dat wordt niet bewaarheid, wanneer de priester niet over het brood en de wijn de woorden des Heren uitspreekt: „Dit is mijn Lichaam", „Dit is mijn Bloed".

Document

Naam: VOUS NOUS AVONS DEMANDé
Tot de Kardinalen, prelaten en priesters, die hebben deelgenomen aan het Internationaal Congres voor pastorale liturgie te Assisi
Soort: Paus Pius XII - Toespraak
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 22 september 1956
Copyrights: © 1956, Katholiek Archief jrg 11 nr 43 p. 1017-1026
Vert.: Katholiek Archief; deelvertalingen uit het Latijn: Dr. J. Vijgen
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam