• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Zoals Wij in de Encycliek „Paus Pius XII - Encycliek
Mediator Dei et hominum
Over de Heilige Liturgie
(20 november 1947)
" zeiden, vormt de liturgie een levensfunctie van de gehele Kerk en niet alleen van een bepaalde groep of beweging.

Sacra Liturgia integrum constituit publicum cultum mystici Jesu Christi Corporis, capitis nempe membrorumque ejus” - "De Heilige Liturgie maakt de integrale openbare eredienst uit van het mystieke Lichaam van Jezus Christus, d.i. van het Hoofd en van Zijn ledematen". Paus Pius XII, Encycliek, Over de Heilige Liturgie, Mediator Dei et hominum (20 nov 1947), 20

Het Mystiek Lichaam des Heren leeft van de waarheid van Christus en van de genaden, die naar de ledematen uitstromen, deze bezielen en onderling' en met hun Hoofd verenigen. Dat is de gedachte van Sint Paulus, wanneer hij in zijn Eerste Brief aan de Korinthiërs zegt: „Omnia vestra: sunt, vos autem Christi, Christus autem Dei” - "Alles is van u, maar gij zijt van Christus en Christus is van God" (1 Kor. 3, 23). Alles is dus op God gericht, op Zijn dienst en Zijn eer. Vervuld van de gaven en het leven van God, geeft de Kerk zich met een intieme en spontane beweging over aan de aanbidding en aan de lofprijzing van de Oneindige God en door de liturgie geeft zij Hem als gemeenschap de eredienst, die Zij Hem verschuldigd is.

In deze enige liturgie brengt elk van de ledematen, zowel degenen, die met hiërarchische macht zijn bekleed als de gelovige menigte, alles in wat hij van God ontvangen heeft, alles, wat hij met zijn verstand, zijn hart en zijn daden vermag. Allereerst de Hiërarchie, die het „depositum fidei” (geloofsschat) en het „depositum gratiae” (genadeschat) beheert. Uit het „depositum fidei", uit de waarheid van Christus, die in de Schrift en de Traditie vervat ligt, put zij de grote geloofsgeheimen en stort zij deze over in de liturgie, in het bijzonder de geheimen van de Triniteit, de Incarnatie en de Verlossing. Maar men zou moeilijk een christelijke geloofswaarheid vinden, die niet op een of andere manier in de liturgie tot uitdrukking komt, of het nu gaat over de lezingen uit het Oude of het Nieuwe Testament, gedurende de Heilige Mis en in het Goddelijk Officie, of over de rijkdommen, die geest en hart in de Psalmen ontdekken. De plechtige liturgische ceremoniën zijn trouwens een geloofsbelijdenis met de daad; zij verwezenlijken de grote geloofswaarheden over de ondoorgrondelijke plannen van Gods edelmoedigheid en zijn onuitputtelijke gunsten voor de mensen, over de liefde en de barmhartigheid van de hemelse Vader jegens de wereld, voor het behoud waarvan Hij zijn Zoon zond en overleverde aan de dood. Zo deelt de Kerk in de liturgie in overvloed de schatten mee van het „depositum fidei", van de waarheid van Christus.

Door de liturgie verbreiden zich ook de schatten van het „depositum gratiae", die de Heer aan de Apostelen heeft overgedragen: de heiligmakende genade, de deugden, de gaven, de macht om te dopen, de Heilige Geest mee te delen, de zonde te vergeven door de biecht, priesters te wijden. In het hart van de liturgie voltrekt zich de viering van de Eucharistie, offer en maaltijd; in de liturgie worden ook alle sacramenten toegediend en vermenigvuldigt de Kerk door de sacramentaliën in overvloed de weldaden van de genade in de meest verschillende omstandigheden. De Hiërarchie strekt ook haar bezorgdheid uit tot alles, wat ertoe bijdraagt om de liturgische ceremoniën mooier en waardiger te maken, of het nu gaat over de plaatsen van de eredienst, over de inrichting, over de liturgische gewaden, de gewijde muziek of de gewijde kunst. Als de Hiërarchie door de liturgie de waarheid en de genade van Christus meedeelt, hebben de gelovigen van hun kant de taak deze te ontvangen, er met heel hun ziel mee in te stemmen, ze om te vormen tot levenswaarden: Al wat hun geboden wordt, de genaden van het Offer van het Altaar, van de sacramenten en de sacramentaliën ontvangen zij niet passief, door ze eenvoudig in hen te laten uitstromen, maar met medewerking van heel hun wil en al hun krachten, en vooral door aan de liturgische diensten deel te nemen of tenminste vurig het verloop ervan te volgen. In hoge mate hebben zij ertoe bijgedragen – en zij doen dit nog steeds met een standvastige inspanning – om de uitwendige luister van de eredienst te vermeerderen, kerken en kapellen te bouwen, ze te verfraaien, de schoonheid van de liturgische ceremoniën te verhogen door al de pracht van de gewijde kunst.

De bijdrage, die de Hiërarchie en die, welke de gelovigen leveren voor de liturgie, laten zich niet optellen als twee gescheiden hoeveelheden, maar ze vertegenwoordigen de samenwerking van ledematen van eenzelfde organisme, dat werkt als een enkel levend wezen. Herders en kudde, de onderwijzende en de onderwezen Kerk vormen slechts een enkel lichaam van Christus. Er is dan ook geen enkele reden om wantrouwen, rivaliteiten, openlijke of verborgen tegenstellingen in stand te houden, hetzij in gedachten of in de manier van spreken of doen. Tussen ledematen van eenzelfde lichaam moet voor alles eensgezindheid, eenheid, samenwerking heersen. In die eenheid bidt, offert, heiligt zich de Kerk en men mag dus terecht getuigen, dat de liturgie het werk is van de gehele Kerk. Maar Wij moeten eraan toevoegen: toch is de liturgie niet de gehele Kerk; zij put het terrein van haar werkzaamheden niet uit. Naast de publieke eredienst, die van de gemeenschap, is er al plaats voor de private eredienst die het individu aan God brengt in het geheim van zijn hart of door uiterlijke daden uitdrukt en die evenveel varianten kent als er christenen zijn, ofschoon hij uit hetzelfde geloof en dezelfde genade van Christus voortkomt. De Kerk tolereert deze vorm van eredienst niet alleen, maar ze erkent ze ten volle en beveelt ze aan, zonder evenwel niets af te dingen aan de hogere waardigheid van de liturgische eredienst.

Maar wanneer Wij zeggen, dat de liturgie het terrein van de werkzaamheden van de Kerk niet uitput, denken Wij vooral aan haar taken van onderricht en, pastoraal, aan het „Pascite qui in vobis est gregem Dei” - "Weidt de kudden van God, waarvan gij de herders zijt" (1 Pt. 5, 2). Wij hebben de rol, die het Magisterium, waaraan de waarheid van Christus is toevertrouwd, uitoefent door de liturgie, in herinnering gebracht; de invloed van de bestuursmacht op de liturgie is even duidelijk, aangezien het de Pausen toekomt de geldende riten te erkennen, nieuwe in te voeren en het verloop van de eredienst te regelen, en het de taak der Bisschoppen is zorgvuldig toe te zien, dat de canonieke voorschriften betreffende de goddelijke eredienst worden nageleefd. Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de Heilige Liturgie, Mediator Dei et hominum (20 nov 1947), 57 Maar de functies van onderrichting en bestuur strekken zich nog veel verder uit. Om zich daar rekenschap van te geven is het voldoende een blik te werpen op het Kerkelijk Recht en hetgeen het zegt over de Paus, de Romeinse Congregaties, de Bisschoppen, de Concilies, het Magisterium en de kerkelijke tucht. Men komt tot dezelfde conclusie door het leven van de Kerk gade te slaan en in Onze twee Toespraken van Paus Pius XII - Toespraak
Si diligis
Over de drievoudige taak van de Bisschop (31 mei 1954)
en van Paus Pius XII - Toespraak
Magnificate Dominum
Over het priesterschap - tot Kardinalen en Bisschoppen
(2 november 1954)
over de drievoudige functie van de Bisschop, hebben Wij uitdrukkelijk geïnsisteerd op omvang van zijn taken, die zich niet beperken tot het onderricht en het bestuur, maar ook al het overige omvatten van de menselijke activiteit in de mate, waarin godsdienstige of zedelijke belangen op het spel staan.

Als dus de taken en de belangen van de Kerk zo universeel zijn, moeten priesters en gelovigen zich er wel voor hoeden in hun manier van denken en doen te vervallen tot bekrompenheid tot wanbegrip. Onze Encycliek „Paus Pius XII - Encycliek
Mediator Dei et hominum
Over de Heilige Liturgie
(20 november 1947)
" had al bepaalde verkeerde uitspraken recht gezet, die tot strekking hadden om het godsdienstig onderricht en de pastoraal een uitsluitend liturgische richting te geven, of om de liturgische beweging, die men niet begreep, moeilijkheden in de weg te leggen. Feitelijk bestaat er geen enkele objectieve tegenstelling tussen het door de liturgie nagestreefde doel en dat van de andere functies van de Kerk; wat het verschil in mening betreft, dat bestaat werkelijk, maar toch biedt dit geen onoverkomelijke moeilijkheden. Deze beschouwingen zullen voldoende aantonen, hopen Wij, dat de liturgie het werk is van de gehele Kerk, en dat alle gelovigen ze als ledematen van het Mystiek Lichaam moeten beminnen, hoogachten en eraan deelnemen, met begrip evenwel voor het feit, dat de taken van de Kerk zich ver daarbuiten uitstrekken.

Document

Naam: VOUS NOUS AVONS DEMANDé
Tot de Kardinalen, prelaten en priesters, die hebben deelgenomen aan het Internationaal Congres voor pastorale liturgie te Assisi
Soort: Paus Pius XII - Toespraak
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 22 september 1956
Copyrights: © 1956, Katholiek Archief jrg 11 nr 43 p. 1017-1026
Vert.: Katholiek Archief; deelvertalingen uit het Latijn: Dr. J. Vijgen
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam