• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Velen zien de kern van deze vraag in de verhouding van Kerk en moderne wetenschap, en zij ondervinden nog de belasting van de beroemde conflicten, die door de ingreep van kerkelijke instanties in het proces van de wetenschappelijke vooruitgang ontstaan zijn. De Kerk herinnert zich deze met droefheid want we zijn vandaag op de hoogte van de dwalingen en de tekorten van dit ingrijpen. Heden kunnen we zeggen dat ze overwonnen zijn: dankzij de overtuigingskracht van de wetenschap, dankzij vooral van het werk van een wetenschappelijke theologie, die de geloofskennis verdiept en van haar tijdgebondenheid heeft bevrijd. Het kerkelijke leerambt heeft sinds het Eerste Vaticaanse Concilie meermaals deze principes in herinnering geroepen, zelfs en uitdrukkelijk in het Tweede Vaticaans Concilie Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 36, wat reeds in het werk van Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Albertus Magnus
(24 maart 2010)
te erkennen was. Hij heeft uitdrukkelijk het verschil van de kennisordening van geloof en verstand uitgesproken, hij heeft de autonomie en de vrijheid van de wetenschappen erkend en is voor de vrijheid van de wetenschap opgekomen. Wij vrezen niet, ja we houden het voor uitgesloten, dat een wetenschap die zich baseert op verstandsgronden en die op een methodische manier voortschrijdt, tot inzichten komt die in conflict zijn met de geloofswaarheden. Dit kan slechts het geval zijn waar het verschil van de kennisordening miskend en geloochend wordt.

Dit inzicht, dat door wetenschappers moet bijgebracht worden, zou de geschiedkundige belasting van de verhouding tussen Kerk en natuurwetenschap helpen overwinnen en een dialoog in partnerschap mogelijk maken, zoals het ondertussen veelvuldig gebeurt. Het gaat daarbij niet om loochening van het verleden maar om een nieuwe soort problemen die uit de rol van de wetenschappen in de hedendaagse cultuur ontstaan.

De natuurwetenschappelijke kennis heeft tot een diepingrijpende omvorming van de menselijke techniek gevoerd. Ten gevolge daarvan zijn de voorwaarden van het menselijk leven op aarde in ongehoorde mate veranderd en meestal ook verbeterd. De vooruitgang van de wetenschappelijke kennis werd tot motor van een algemene culturele vooruitgang. Technische wereldverandering leek voor velen zin en doel van de wetenschap. Intussen werd aangetoond dat de vooruitgang van de beschaving niet altijd de levensomstandigheden verbetert. Er bestaan onverwachte gevolgen die gevaarlijk en verderfelijk kunnen worden. Ik herinner slechts aan het ecologische probleem dat door de vooruitgang van de technisch-wetenschappelijke industrialisering ontstaan is. Zo ontstaat ernstige twijfel of de vooruitgang in zijn geheel nuttig is voor de mensen. Zulke twijfels slaan terug op de technisch begrepen wetenschap. Haar zin, haar doel, haar menselijke betekenis worden in vraag gesteld.

Bijzonder gewicht krijgt deze vraag ten opzichte van de toepassing van het natuurwetenschappelijk denken op de mensen. De zogenaamde humane wetenschappen hebben over het algemeen belangrijke en verder reikende kennis over het menselijke doen en laten gebracht. Ze lopen echter gevaar, in een technisch bepaalde cultuur, de mensen te manipuleren voor economische doeleinden, en voor politieke heerschappij misbruikt te worden.

Wordt de wetenschap wezenlijk als technisch gezien dan kan men haar als zoektocht naar zulk proces opvatten dat tot technisch succes zal voeren. Als ‘kennis’/inzicht geldt dan wat tot resultaat leidt. De aan de wetenschap voorafgaande wereld wordt dan als naakt complex van beïnvloedbare fenomenen, haar onderwerp een functionele samenhang, die ook slechts op zijn nuttigheid onderzocht wordt. Dergelijke wetenschap zou zichzelf als loutere functionaliteit kunnen opvatten. De rede zelf heeft het voorkomen van enkel een functie of als instrument van wezen, dat de zin van het bestaan buiten de kennis en de wetenschap, waar mogelijk in het leven op zich, heeft.

Onze cultuur is in alle gebieden van wetenschap doordrongen, die meestal functionalistisch handelt. Dat geldt ook voor het gebied van waarden en normen, voor de geestelijke oriëntering hoe dan ook. Juist hier stoot de wetenschap op haar grenzen. Men spreekt van een legitimatiecrisis ervan, ja, zelfs van een oriënteringscrisis van onze hele wetenschappelijke cultuur. Waar ligt haar kern? De wetenschap zelf kan niet het alomvattende antwoord op de vraag naar de zin geven, die zich in de crisis stelt. Wetenschappelijke uitspraken zijn altijd specifiek. Ze zijn slechts te rechtvaardigen in de gerichtheid op een bepaald doel; ze staan in een proces van vooruitgang en zijn in hem corrigeerbaar en herhaalbaar. Vooral echter: wat kon zowat het resultaat zijn van een wetenschappelijke aanzet, wat deze aanzet allereerst rechtvaardigt en dus hiervan reeds vooropgesteld moet zijn?

De pure wetenschap kan deze zinvraag niet beantwoorden, ja, ze zelf niet stellen in het raam van haar doel. En toch duldt deze vraag naar betekenis geen onbegrepen wegschuiven van haar antwoord. Als een verbreed wetenschapsgeloof ontgoocheld wordt, dan slaat makkelijk de stemming om in wetenschapsvijandigheid. In deze lege ruimte breken onverwachts ideologieën in. Ze doen zich soms weliswaar als wetenschappelijk voor, danken echter hun overtuigingskracht aan de dringende behoefte aan antwoord op een zinvraag en de interesse aan sociale en politieke verandering. De functionalistische waardevrijheid en de waarheidsvreemde wetenschap kan makkelijk in dienst van zulke ideologieën treden; een alleen nog instrumenteel verstand dreigt onvrij te worden. Tenslotte zijn er nog nieuwe verschijningen van bijgeloof, van sektarisme en zogenaamde ‘nieuwe religies’, waarvan het optreden met de culturele oriënteringscrisis samenhangt.

Deze dwaalwegen kunnen vanuit het geloof doorzien en vermeden worden. Maar ook de gelovige wetenschapper heeft met de algemene crisis te maken. Hij zal zich moeten afvragen in welke geest, in welke oriëntering hij zelf zijn wetenschap bedrijft. Hij zal zich rechtstreeks of onrechtstreeks de vraag moeten stellen, zijn handelen en doel van de wetenschap onder het aspect van de zinvraag bestendig te onderzoeken. Wij zijn medeverantwoordelijk voor deze cultuur en van ons wordt geëist aan de beheersing van de crisis mee te werken.

Document

Naam: TIJDENS DE ONTMOETING MET WETENSCHAPPERS EN STUDENTEN
In de Dom van Keulen
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 15 november 1980
Copyrights: © 1980, Libreria Editrice Vaticana
© 2010, Vertaling uit het Duits: Helena Aerts
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam