• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het huidige treffen zal als een teken van gespreksbereidheid tussen wetenschap en Kerk begrepen worden. De dag waarop dit gebeurt en het oord zelf geven aan deze ontmoeting een bijzondere betekenis. Vandaag 700 jaar geleden stierf immers in het Dominicanenklooster, niet ver van deze dom, waarvan hij bij de stichting wel aanwezig geweest zal zijn, ‘Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Albertus Magnus
(24 maart 2010)
’, zoals zijn tijdgenoten hem noemden. De wereld heeft hem als unieke geleerde de bijnaam ‘de Grote’ gegeven.

Albertus heeft in zijn tijd ijverig gewerkt: als lid van de orde en predikant, als kloosteroverste en bisschop, en tenslotte als vredebrenger in zijn stad Keulen. Wereldberoemd werd hij als vorser en geleerde, die de kennis van zijn tijd breedvoerig beheerste en ze in een geweldig levenswerk een nieuwe vorm gaf. Zijn tijdgenoten erkenden hem ook als "auctor" (auteur), als schepper en beheerser van de wetenschap. Uiteindelijk liet hij zich kennen als "doctor universalis" (universeel geleerde). De Kerk beroept zich op hem, die ze tot haar heiligen rekent, als een van haar "leraars", en ze vereert hem in de liturgie ook onder deze titel.

Onze herinnering aan Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Albertus Magnus
(24 maart 2010)
zal echter geen acte van verschuldigde piëteit zijn. Belangrijker is het de werkelijke zin van zijn levenswerk tegenwoordig te stellen, dat we principieel een blijvende waarde moeten toekennen. Werpen we een korte blik op de geestesgeschiedenis van Albertus’ tijd, zijn toenemende bekendheid met de geschriften van Aristoteles en met de Arabische wetenschap. Het Avondland had tot dan toe de traditie van het de christelijke laatantieken herbeleefd en ze wetenschappelijk verder ontwikkeld. Nu werd het geconfronteerd met een uitgebreide, niet-christelijke wereldverklaring, die zich slechts op profane rationaliteit baseerde. Vele christelijke denkers, waaronder zeer belangrijke, zagen in deze confrontatie eerder een gevaar. Ze meenden de geschiedkundige identiteit van de christelijke traditie te moeten benadrukken want er waren ook radicale enkelingen en groepen die een onoplosbare tegenstrijd tussen deze wetenschappelijke rationaliteit en de geloofswaarheid vaststelden en die zich ten gunste van de ‘wetenschappelijkheid’ uitspraken.

Tussen deze extremen koos Albertus de gulden middenweg: de waarheidsaanspraak van de rationeel gegronde wetenschap werd erkend, ja zij werd inhoudelijk overgenomen, vervolledigd, gecorrigeerd en verder ontwikkeld in een zelfstandig overdenken. Juist daardoor werd zij tot eigendom van de christelijke wereld. Deze vond zo haar wereldbeeld ongemeen verrijkt, maar ze moest geen wezenskenmerken van haar traditie of zelfs van haar geloofsgronden opgeven. Want tussen een verstand dat door haar godgegeven natuur op de waarheid is afgesteld en dat tot de kennis van de waarheid is geroepen, en een geloof dat te danken is aan dezelfde goddelijke bron van waarheid, kan er principieel geen conflict bestaan. Het geloof bevestigt juist het eigen recht van het natuurlijke verstand. Het stelt het voorop want zijn aanname heeft die vrijheid nodig, die slechts aan het verstandelijke wezen eigen is. Daarmee toont het tegelijkertijd dat geloof en wetenschap behoren tot verschillende kennisordeningen, die niet in elkaar kunnen overvloeien. Dan echter wordt aangetoond dat het verstand niet alles uit zichzelf kan; het is beperkt. Het moet door een veelvoud van aparte kennis voortschrijden, die in een veelheid van aparte wetenschappen is vervat. De eenheid van wereld en waarheid met haar oorsprong kan ze slechts in die bijzondere wetenswaardigheden vatten. Ook de filosofie en de theologie zij als wetenschappen eindige pogingen die de eenheid in de waarheid slechts in de verscheidenheid, dus in een open ordeningsgeheel kunnen voorstellen.

Herhalen we het nog eens: Albertus voltooide de herkenbare neiging van de rationele wetenschap in een ordeningsgeheel, waarbij ze haar eigenheid bevestigt en behoudt - en toch blijft ze daarin op het maatgevende doel van het geloof betrokken. Daarmee heeft hij het statuut van een christelijke intellectualisme verwezenlijkt, waarvan de principes ook vandaag nog hun geldigheid bewaren. Wij kijken niet geringschattend neer op de betekenis van deze prestatie als we tegelijkertijd vaststellen dat Albertus’ werk inhoudelijk aan zijn tijd is gebonden en het in zoverre geschiedenis is geworden. De door hem aangebrachte "synthese" behoudt haar exemplarisch karakter en wij doen er goed aan haar principes in gedachten te houden als wij ons met de hedendaagse vraagstukken van wetenschap, geloof en Kerk bezighouden.

Document

Naam: TIJDENS DE ONTMOETING MET WETENSCHAPPERS EN STUDENTEN
In de Dom van Keulen
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 15 november 1980
Copyrights: © 1980, Libreria Editrice Vaticana
© 2010, Vertaling uit het Duits: Helena Aerts
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam