• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE LEER VAN DE RECHTVAARDIGING - VAN HET GELOOF NAAR DE WERKEN
14e catechese in deze reeks over de H. Apostel Paulus

Beste broeders en zusters,

in de catechese van Paus Benedictus XVI - Audiëntie
De leer van de rechtvaardiging - Van de werken naar het geloof
13e catechese in de reeks over de H. Apostel Paulus
(19 november 2008)
heb ik gesproken over de kwestie hoe de mens rechtvaardig wordt ten overstaan van God. Paulus volgend, hebben we gezien dat de mens niet in staat is zichzelf door eigen handelingen “rechtvaardig” te maken, maar dat hij in werkelijkheid alleen maar rechtvaardig kan worden in Gods ogen omdat God hem zijn “gerechtigheid” verleent, door hem namelijk te verenigen met Christus, zijn Zoon. En deze vereniging met Christus verkrijgt de mens door middel van het geloof. In deze zin is het, dat Paulus ons zegt: niet onze werken, maar het geloof maakt ons tot “rechtvaardigen”. Dit geloof echter is geen gedachte, geen mening, geen idee. Dit geloof is gemeenschap, communio met Christus, die de Heer ons geeft, en daarom wordt dit geloof leven, gelijkvormigheid met Hem. Of met andere woorden: als het geloof waar en echt is, wordt het liefde (amore), wordt het naastenliefde (caritá). Een geloof zonder liefde, zonder deze vrucht, zou geen echt geloof zijn. Het zou een dood geloof zijn.

We hebben dus in de Paus Benedictus XVI - Audiëntie
De leer van de rechtvaardiging - Van de werken naar het geloof
13e catechese in de reeks over de H. Apostel Paulus
(19 november 2008)
twee niveaus gevonden: dat van het niet relevant zijn van onze handelingen, van onze werken, voor het bereiken van het heil, en dat van de rechtvaardiging door het geloof die de vrucht voortbrengt van de Geest. De verwarring van deze twee niveaus heeft in de loop der eeuwen heel wat misverstanden veroorzaakt in de christenheid. In deze context is het van belang dat sint Paulus in dezelfde Brief aan de Galaten van de ene kant op radicale wijze het genadekarakter (de gratuïteit) benadrukt van de niet door onze werken tot stand gebrachte rechtvaardiging, maar tegelijkertijd ook de relatie onderstreept tussen het geloof en de liefde, tussen het geloof en de werken: “In Christus is het niet de besnijdenis die telt, ook niet het onbesneden zijn, maar het geloof dat werkzaam is in de liefde” (Gal. 5, 6). Bij gevolg zijn er van de ene kant de “werken van het vlees” zoals “ontucht, onreinheid, losbandigheid, afgoderij” Vgl. Gal. 5, 19-21 : allemaal werken die tegengesteld zijn aan het geloof; van de andere kant is er de werking van de heilige Geest, die het christelijk leven voedt door het wekken van “liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid” (Gal. 5, 22): dit zijn de vruchten van de Geest waarin het geloof tot bloei komt.
Aan het begin van deze deugdenlijst staat de agapè, de liefde en aan het einde de zelfbeheersing of ingetogenheid. Inderdaad stort de Geest, die de liefde van de Vader en van de Zoon is, als zijn eerste gave de agapè uit in onze harten Vgl. Rom. 5, 5 ; en de agapè, de liefde, vereist, wil zij zich ten volle kunnen uiten, de zelfbeheersing. Over de liefde van de Vader en van de Zoon, die ons bereikt en ons leven ten diepste transformeert, heb ik ook gesproken in mijn eerste Encycliek: Paus Benedictus XVI - Encycliek
Deus Caritas Est
God is Liefde
(25 december 2005)
. De gelovigen weten dat in de onderlinge liefde zich de liefde incarneert van de Vader en de Zoon door middel van de Geest.

Maar keren we terug naar de Brief aan de Galaten. Hierin zegt sint Paulus dat de gelovigen, door elkaars lasten te dragen het gebod van de liefde vervullen Vgl. Gal. 6, 2 . Gerechtvaardigd door de gave van het geloof in Christus, worden wij geroepen te leven in de liefde van Christus voor de naaste, want het is volgens dit criterium dat wij aan het eind van ons leven zullen worden geoordeeld. In werkelijkheid doet Paulus niets anders dan herhalen wat Jezus zelf gezegd heeft en wat ons door het Evangelie van afgelopen zondag Christus Koning - jaar A in de gelijkenis van het laatste Oordeel opnieuw voorgehouden is. In de Eerste Brief aan de Korintiërs weidt Paulus erover uit in een beroemde lofrede op de liefde. Het is het zogenaamde “hooglied van de liefde”: “Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen: als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal... De liefde is lankmoedig en goedertieren; de liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij beeldt zich niets in. Zij geeft niet om de schone schijn, zij zoekt zich zelf niet...” (1 Kor. 13, 1.4-5).

De christelijke liefde is buitengewoon veeleisend omdat zij ontspringt aan de totale liefde van Christus voor ons: die liefde die ons opeist, ons opneemt, ons omhelst, ons ondersteunt, ja zelfs ons kwelt, omdat ze eenieder dwingt om niet langer voor zichzelf te leven, in eigen egoïsme opgesloten, maar “maar voor Hem die ter wille van ons is gestorven en verrezen” Vgl. 2 Kor. 5, 15 . De liefde van Christus doet ons in Hem die nieuwe schepping zijn Vgl. 2 Kor. 5, 17 , dat nieuwe schepsel dat binnengaat in en deel uitmaakt van zijn mystiek Lichaam dat de Kerk is.

In dit perspectief bezien, is de centrale plaats van de rechtvaardiging zonder de werken - wat het primaire onderwerp is van de prediking van Paulus - niet in tegenspraak met het geloof dat werkzaam is in de liefde; sterker nog, vereist juist dat ons geloof zich uitdrukt in een leven volgens de Geest. Dikwijls heeft men een ongegronde tegenstelling gezien tussen de theologie van sint Paulus en die van sint Jakobus, die in zijn Brief schrijft: “Zoals het lichaam dood is zonder de ziel, zo is het geloof dood zonder de daad (letterlijk: de werken)” (Jak. 2, 26). In werkelijkheid echter is het zo dat, terwijl Paulus er vooral om bekommerd is te bewijzen dat het geloof in Christus noodzakelijk en voldoende is, Jakobus het accent plaats op de daaruit volgende relatie tussen het geloof en de werken Vgl. Jak. 2, 2-4 . Zowel voor Paulus als voor Jakobus vormt het geloof dat werkzaam is in de liefde het bewijs van de rechtvaardiging in Christus. Van het in Christus ontvangen heil moet men werk maken “met ernst (letterlijk: met respect en in vrees). God is het immers die zowel het willen als het doen in u tot stand brengt om zijn heilsplan te verwezenlijken. Doet al wat ge te doen hebt zonder te morren of tegen te spreken...Houdt vast het woord des levens”: zo zal opnieuw Paulus het zeggen tegen de christenen van Filippi Vgl. Fil. 2, 12-14.16 .
Dikwijls zijn wij geneigd tot dezelfde misverstanden te vervallen als die welke de gemeenschap van Korinte hebben gekenmerkt: omdat zij om niet (gratuïet) gerechtvaardigd waren in Christus door het geloof, dachten die christenen dat hun nu “alles geoorloofd” was. En zij dachten - en dikwijls lijkt het dat ook de christenen van vandaag zo denken - dat het geoorloofd was verdeeldheden te scheppen in de Kerk, het Lichaam van Christus, Eucharistie te vieren zonder zich het lot aan te trekken van de meest behoeftigen, naar de beste genadegaven te streven zonder zich er rekenschap van te geven ledematen te zijn van elkaar, enzovoort.

Desastreus zijn de gevolgen van een geloof dat zich niet incarneert in de liefde, want dan reduceert het zich tot willekeur en subjectivisme met de meest schadelijke gevolgen voor onszelf en voor de broeders. Paulus volgend, moeten wij integendeel ons opnieuw bewust worden van het feit dat wij, juist omdat wij in Christus gerechtvaardigd zijn, niet meer aan onszelf toebehoren, maar tempel van de Geest geworden zijn en dat wij geroepen zijn God te verheerlijken in ons lichaam met heel ons bestaan Vgl. 1 Kor. 6, 19 . Het zou een uitverkoop van de onschatbare waarde van de rechtvaardiging zijn, als wij, die voor de dure prijs van het bloed van Christus zijn gekocht, Hem niet zouden verheerlijken met ons lichaam. In werkelijkheid bestaat juist daarin onze “redelijke” zowel als “geestelijke” eredienst, waardoor we door Paulus aangespoord worden “onszelf (letterlijk: onze “lichamen”) aan God toe te wijden als een levende, heilige offergave die Hij kan aanvaarden” (Rom. 12, 1).

Wat blijft er nog over van een liturgie die zich alleen tot God richt zonder tegelijkertijd dienst aan de broeders te worden; van een geloof dat zich niet in de liefde zou uitdrukken? En de Apostel plaatst zijn gemeenschap dikwijls voor het laatste Oordeel, waarbij “wij allen voor Christus’ rechterstoel moeten verschijnen, opdat ieder het loon ontvangt voor wat hij in dit leven heeft gedaan, goed of kwaad” (2 Kor. 5, 10) Vgl. Rom. 2, 16 . En deze gedachte aan het Oordeel moet ons in ons leven van alle dag verlichten.

Wanneer de ethiek die Paulus aan de gelovigen voorhoudt niet vervalt tot vormen van moralisme en zich actueel bewijst voor ons, dan komt dat omdat hij elke keer vertrekt vanuit de persoonlijke relatie en vanuit de relatie als gemeenschap met Christus om het concreet te maken in het leven volgens de Geest. Dit is essentieel: de christelijke ethiek komt niet voort uit een systeem van geboden, maar is een gevolg van onze vriendschap met Christus. Deze vriendschap beïnvloedt het leven: als zij waarachtig is, incarneert en verwezenlijkt zij zich in de liefde voor de naaste. Om deze reden beperkt zich welk ethisch verval dan ook, niet tot de individuele sfeer, maar betekent tegelijkertijd een ontwaarding van het persoonlijk en gemeenschappelijk geloof: Hier komt zij uit voort en hier heeft zij haar invloed op. Stellen we ons daarom open voor de verzoening die God ons in Christus heeft gegeven, voor de “dwaze” liefde van God voor ons: niets en niemand zullen ons ooit van Zijn liefde kunnen scheiden Vgl. Rom. 8, 39 . In deze zekerheid leven wij. Het is deze zekerheid die ons de kracht geeft om concreet het geloof te beleven dat werkzaam is in de liefde.
Zie ook:
Dossier over de Rechtvaardigingsleer

Document

Naam: DE LEER VAN DE RECHTVAARDIGING - VAN HET GELOOF NAAR DE WERKEN
14e catechese in deze reeks over de H. Apostel Paulus
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 26 november 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling uit het Italiaans, alineanummering en -indeling: Past. Chr. van Buijtenen pr.
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam