• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het feit dat in vitro fertilisatie zeer vaak de opzettelijke vernietiging van embryo’s met zich mee brengt is al opgemerkt in de Instructie Congregatie voor de Geloofsleer
Donum Vitae
Over het beginnend menselijk leven en waardigheid van de voortplanting
(22 februari 1987)
. Congregatie voor de Geloofsleer, Over het beginnend menselijk leven en waardigheid van de voortplanting, Donum Vitae (22 feb 1987), 11 Er waren mensen die beweerden dat dit het gevolg was van nog ietwat gebrekkige technieken. De ervaring heeft echter aangetoond dat er bij alle technieken van in vitro fertilisatie gehandeld wordt alsof het menselijk embryo slechts een klompje cellen is, dat kan worden gebruikt, uitgekozen en weggedaan.

Het is waar dat ongeveer een derde van de vrouwen die hun toevlucht nemen tot kunstmatige voortplanting erin slagen een baby te krijgen. Erkend moet echter worden dat gegeven de verhouding tussen de geproduceerde embryo’s en degenen die uiteindelijk geboren worden, het aantal opgeofferde embryo’s bijzonder hoog is. Op dit moment schommelt het aantal embryo's dat wordt opgeofferd, zelfs in de meest technisch geavanceerde centra van kunstmatige fertilisatie, boven de 80% Deze verliezen worden aanvaard door de beoefenaars van in vitro fertilisatie als de prijs die betaald moet worden voor positieve resultaten. In feite is het zeer verontrustend dat onderzoek op dit gebied voornamelijk is gericht op het behalen van betere resultaten in termen van het percentage baby’s dat ter wereld wordt gebracht door vrouwen die aan het proces begonnen zijn, maar geen werkelijke belangstelling wordt getoond voor het recht op leven van ieder individueel embryo.

Er wordt vaak aangevoerd dat het verlies van embryo’s in de meerderheid van de gevallen onbedoeld is of dat het werkelijk ingaat tegen de wil van de ouders en de artsen. Men zegt dat het een kwestie van risico’s is, die niet zoveel verschillen van de risico’s bij natuurlijke voortplanting; proberen nieuw leven voort te brengen zonder enig risico te lopen zou in de praktijk betekenen niets doen om het door te geven. Het is waar dat niet alle verlies van embryo’s in het proces van in vitro fertilisatie in dezelfde relatie staat tot de wil van degenen die bij het proces betrokken zijn. Maar het is ook waar dat in veel gevallen het prijsgeven, vernietigen en verloren laten gaan van embryo’s voorzien en gewild is.

In vitro geproduceerde embryo’s die afwijkingen vertonen worden onmiddellijk weggedaan. Er komen steeds meer gevallen voor waarbij stellen die geen vruchtbaarheidsproblemen hebben kunstmatige middelen gebruiken om aan genetische selectie van hun kroost te doen. In veel landen is het nu gebruikelijk de ovulatie te stimuleren om een groot aantal eicellen te verkrijgen, die dan bevrucht worden. Sommige daarvan worden in de baarmoeder van de vrouw ingebracht, terwijl andere worden ingevroren voor toekomstig gebruik. De reden voor het inbrengen van meerdere embryo’s is het vergroten van de waarschijnlijkheid dat tenminste één ervan zich in de baarmoeder zal innestelen. Bij deze techniek is dus het aantal ingebrachte embryo’s groter dan het éne gewenste kind, in de verwachting dat sommige embryo’s verloren zullen gaan en er geen meerlingzwangerschap ontstaat. Zo impliceert dus de praktijk van het inbrengen van meerdere embryo’s een zuiver utilitaire behandeling van embryo’s. Het is toch wel héél opvallend dat op geen enkel ander terrein van de geneeskunde door de gewone professionele ethiek, en ook door de autoriteiten van de gezondheidszorg zelf, ooit een medische procedure zou worden toestaan met zo’n groot aantal mislukkingen en gevallen met dodelijke afloop. In feite worden de technieken van in vitro fertilisatie aanvaard op basis van de aanname dat het individuele embryo geen volledig respect verdient, gegeven het concurrerende verlangen naar nageslacht, waaraan voldaan moet worden.

Deze droevige werkelijkheid, die dikwijls verdoezeld wordt, is toch wel heel betreurenswaardig: de “verschillende kunstmatige voortplantingstechnieken (die) ten dienste van het leven lijken te staan en dit ook vaak als doel hebben, openen .... in feite de deur voor nieuwe aanslagen op het leven”. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven, Evangelium Vitae (25 mrt 1995), 14

Bovendien vindt de Kerk dat het ethisch onaanvaardbaar is als de voortplanting wordt gescheiden van de geheel persoonlijke context van de huwelijksdaad: Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Tot de deelnemers aan het tweede wereldcongres, Over vruchtbaarheid en steriliteit (19 mei 1956), 8 Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Het menselijk leven en geboorteregelingen, Humanae Vitae (25 juli 1968), 12 Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Over het beginnend menselijk leven en waardigheid van de voortplanting, Donum Vitae (22 feb 1987), 17-18 menselijke voortplanting is een persoonlijke daad van man en vrouw, waarvoor geen vervanging is. De blijmoedige aanvaarding van het enorme aantal abortussen bij het proces van in vitro fertilisatie laat helder zien hoe het vervangen van de huwelijksdaad door een technische procedure – naast het feit dat dit in strijd is met het respect dat toekomt aan de voortplanting als iets dat niet gereduceerd kan worden tot louter reproductie – leidt tot verzwakking van het respect dat iedere mens toekomt. Erkenning van dat respect wordt daarentegen bevorderd door de intimiteit tussen man en vrouw, gevoed door huwelijksliefde.

De Kerk erkent de rechtmatigheid van de kinderwens en begrijpt het lijden van stellen die worstelen met vruchtbaarheidsproblemen. Die wens mag echter nooit absolute voorrang krijgen op de waardigheid van ieder menselijk leven. De kinderwens kan de “productie” van nageslacht niet rechtvaardigen, evenmin als de wens geen kind te hebben ooit de rechtvaardiging kan zijn een kind te vondeling leggen of het te doden als het eenmaal verwekt is.

Het lijkt wel alsof sommige onderzoekers die geen enkel ethisch referentiepunt hebben maar zich wel bewust zijn van de mogelijkheden die inherent zijn aan technologische vooruitgang, zich overgeven aan de logica van zuiver subjectieve verlangens Steeds meer mensen, zelfs indien ze niet getrouwd zijn, nemen hun toevlucht tot technieken van kunstmatige voortplanting om een kind te krijgen. Zulke handelingen verzwakken het instituut van het huwelijk en zijn er de oorzaak van dat baby’s geboren worden in milieus die niet bevorderlijk zijn voor hun volledige menselijke ontwikkeling. en aan de economische druk, die op dit gebied zo sterk is. Geconfronteerd met deze manipulatie van de mens in het embryologische stadium moet worden herhaald dat “Gods liefde geen verschil maakt tussen het pas ontvangen kind in de moederschoot, het geboren kind, de jonge mens, de volwassene en de oudere mens. God maakt geen onderscheid omdat Hij een afdruk van Zijn eigen beeld en gelijkenis (Gen. 1, 26) ziet in ieder van hen ... Daarom verkondigt het leergezag van de Kerk voortdurend dat ieder menselijk leven, van de conceptie tot aan het natuurlijke einde, heilig en onschendbaar is”. Paus Benedictus XVI, Toespraak, Tot het congres van de Pauselijke Academie voor het Leven, De menselijke embryo in de fase van de pre-implantatie (27 feb 2006), 5

Document

Naam: DIGNITAS PERSONAE
Instructie betreffende zekere bio-ethische vraagstukken
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: William Kardinaal Levada
Datum: 8 september 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana / SRKK
Voorlopige vert.: N. Stienstra
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam