• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het is de overtuiging van de Kerk dat wat menselijk is niet alleen ontvangen en gerespecteerd wordt door het geloof, maar ook gezuiverd, verheven en vervolmaakt wordt. Nadat God de mens naar Zijn beeld en gelijkenis geschapen had Vgl. Gen. 1, 26 , omschreef Hij Zijn schepsel als “heel goed” (Gen. 1, 31); later zou Zijn Zoon de menselijke gedaante aannemen Vgl. Joh. 1, 14 . In het mysterie van de Menswording bevestigde de Zoon van God de waardigheid van het lichaam en de ziel, die samen de mens vormen. Christus verachtte de menselijke lichamelijkheid niet, maar ontvouwde juist ten volle de betekenis en de waarde ervan: “In werkelijkheid licht het mysterie van de mens alleen op in het mysterie van het mens geworden Woord”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22

Door een van ons te worden, maakt de Zoon het voor ons mogelijk “kinderen van God” te worden (Joh. 1, 12), mensen die “deel krijgen aan Gods eigen wezen” (2 Pt. 1, 4). Deze nieuwe dimensie is niet in strijd met de waardigheid van het schepsel, die iedereen middels de rede kan erkennen, maar verheft deze tot een wijdere levenshorizon die eigen is aan God, waardoor we het vermogen krijgen dieper na te denken over het menselijk leven en over de daden waardoor dit in het bestaan wordt geroepen. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven, Evangelium Vitae (25 mrt 1995), 37-38

De eerbied voor de individuele mens, vereist door de rede, wordt vergroot en versterkt in het licht van deze geloofswaarheden: zo zien we dat er geen tegenstelling is tussen de bevestiging van de waardigheid en de bevestiging van de heiligheid van het menselijk leven. “De verschillende manieren waarop God, handelend in de geschiedenis, zorg draagt voor de wereld en voor de mensheid sluiten elkaar niet uit; integendeel, ze ondersteunen elkaar en zijn met elkaar verbonden. Ze hebben hun eigen oorsprong en doel in het eeuwige, wijze en liefdevolle raadsbesluit waarbij God mannen en vrouwen heeft voorbestemd “tot gelijkvormigheid met het beeld van Zijn Zoon” (Rom. 8, 29). H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over kerkelijke moraalleer, Veritatis Splendor (6 aug 1993), 45

Document

Naam: DIGNITAS PERSONAE
Instructie betreffende zekere bio-ethische vraagstukken
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: William Kardinaal Levada
Datum: 8 september 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana / SRKK
Voorlopige vert.: N. Stienstra
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam