• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TOT DE DEELNEMERS AAN EEN CONGRES OVER ORGAANTRANSPLANTATIE

Dierbare vrienden,

Het feit dat het Eerste Internationale Congres van de Society for Organ Sharing hier in Rome wordt gehouden, geeft me de gelegenheid u welkom te heten en u aan te moedigen in het bevorderen van het doel dat in het thema van uw Congres wordt uitgedrukt: “World Cooperation in Transplantation” (Mondiale Samenwerking in Transplantatie). Ik dank Professor Raffaello Cortesini voor zijn vriendelijke inleidende woorden, en ik bied mijn oprechte wensen aan voor het welslagen van het werk dat u doet.

Onder de vele belangrijke veroveringen van de moderne geneeskunde heeft de vooruitgang op het gebied van de immunologie en de chirurgische technologie het therapeutisch gebruik van organen en weefseltransplantatie mogelijk gemaakt. Het is terecht een reden voor voldoening dat vele zieken, die tot voor kort alleen de dood konden verwachten of, in de beste gevallen, een pijnlijk en gelimiteerd bestaan, nu min of meer geheel kunnen genezen dankzij de vervanging van een ziek orgaan door het gezonde van een donateur. We moeten ons verheugen dat de geneeskunde, in haar dienst aan het leven, in de orgaantransplantatie een nieuwe manier van dienst aan de mensenfamilie heeft gevonden, juist door het fundamentele goed van de persoon te beschermen.

Deze prachtige ontwikkeling is natuurlijk niet zonder schaduwzijde. Er is nog veel te leren door middel van onderzoek en klinische ervaring, en er bestaan vele vragen van ethische, juridische en sociale aard, die nog meer uitgediept en verbreed moeten worden. Er bestaan zelfs schandelijke misbruiken die een doortastend optreden vergen van de kant van de medische gemeenschap en de gemeenschap van donateurs, en vooral van de kant van de bevoegde wetgevende organen. Maar ondanks dergelijke moeilijkheden, kunnen we toch de woorden van de Heilige Basilius de Grote, Kerkleraar van de vierde eeuw, aanhalen: “Wat betreft de geneeskunde, zou het niet juist zijn een gave van God (dat wil zeggen de medische wetenschap) te verwerpen, alleen vanwege het slechte gebruik dat sommigen ervan maken…; we moeten juist licht werpen op wat zij hebben bedorven.” H. Basilius van Caesarea, Grote Regel. 55,3; PG 31, 1048)

Met de komst van de orgaantransplantatie, die begon met de bloedtransfusie, heeft de mens de manier gevonden om een deel van zichzelf, van zijn bloed en van zijn lichaam, te geven, opdat anderen blijven leven. Dankzij de wetenschap en de professionele vorming en de toewijding van de medici en de werkers in de gezondheidszorg, wier medewerking minder in het oog springend is maar desalniettemin onmisbaar voor het te boven komen van complexe chirurgische ingrepen, bieden zich nieuwe en prachtige uitdagingen aan. We worden uitgedaagd onze naaste te beminnen op nieuwe manieren; in evangelische termen, om te beminnen “tot het uiterste” (Joh. 13, 1), ook al is het binnen zekere grenzen die niet overschreden kunnen worden, grenzen die gesteld worden door de menselijke natuur zelf.

Bovenal is deze vorm van behandeling onscheidbaar van een menselijke daad van donatie. De transplantatie veronderstelt werkelijk een voorafgaand expliciet besluit, dat vrij en bewust genomen is door de donateur of door iemand die hem wettig vertegenwoordigt, doorgaans de meeste nabij verwanten. Het is een besluit om zonder enige compensatie een deel van iemands lichaam aan te bieden voor de gezondheid en het welzijn van een andere persoon. In deze zin maakt de medische transplantatiedaad de daad van offergave van de donateur mogelijk, welke oprechte gave van zichzelf onze essentiële roeping tot liefde en gemeenschap uitdrukt.

Liefde, gemeenschap, solidariteit en absoluut respect voor de waardigheid van de menselijke persoon vormen de enige legitieme context van orgaantransplantatie. Het is essentieel de morele en spirituele waarden niet te negeren die in het spel komen wanneer individuen, met inachtneming van de ethische normen die de waardigheid van de menselijke persoon garanderen en haar tot volmaaktheid voeren, vrij en bewust besluiten een deel van zichzelf te geven, een deel van hun lichaam, om het leven van een ander menselijk wezen te redden.

Het menselijk lichaam is inderdaad altijd een persoonlijk lichaam, het lichaam van een persoon. Het lichaam mag niet behandeld worden als een gewone fysische of biologische entiteit, en de organen en weefsels ervan mogen ook niet gebruikt worden als artikelen voor verkoop of ruil. Een dergelijk reductief en materialistisch concept zou leiden tot een puur instrumenteel gebruik van het lichaam en dus van de persoon. In een dergelijk perspectief vertegenwoordigen de orgaantransplantatie en het enten van weefsels niet meer een daad van donatie maar veeleer van onteigening of onrechtmatige uitbuiting van een lichaam.

Bovendien mag een persoon alleen dat doneren waarvan hij zich zonder ernstig gevaar of schade voor zijn eigen leven of persoonlijke identiteit kan ontdoen, en vanwege een juiste en proportionele reden. Het is vanzelfsprekend dat vitale organen alleen na de dood mogen worden gedoneerd. Maar tijdens het leven een deel van het eigen lichaam aanbieden – een geschenk dat pas na de dood effectief zal worden – is al in vele gevallen een daad van grote liefde, een liefde die leven geeft aan de anderen. De vooruitgang van de biomedische wetenschappen heeft het dus voor de personen mogelijk gemaakt hun roeping tot liefde uit te strekken tot voorbij de dood. Analoog aan het Paasmysterie van Christus, wordt in het sterven de dood in zekere zin overwonnen en het leven teruggegeven.

Om de woorden van het Tweede Vaticaans Concilie te herhalen: alleen in het mysterie van het mensgeworden Woord vindt het mysterie van de mens werkelijke klaarheid. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Verlosser van de mensen, Redemptor Hominis (4 mrt 1979), 8 De Dood en Verrijzenis van de Heer vertegenwoordigen de hoogste daad van liefde, die aan het geschenk van een orgaan door de donateur om een andere persoon te redden een diepe betekenis geeft. Voor de Christenen is Jezus die Zichzelf opoffert, het wezenlijke referentiepunt en de wezenlijke inspiratie van de liefde die de basis is van de bereidheid om een orgaan te doneren – een manifestatie van edelmoedige solidariteit die nog welsprekender is in een samenleving die buitensporig utilitaristisch is geworden en minder gevoelig voor de edelmoedige donatie.

Men zou nog veel meer toe kunnen voegen, waaronder een meditatie over de medici en hun assistenten die deze bijzondere vorm van menselijke solidariteit mogelijk maken. Een transplantatie, en zelfs een eenvoudige bloedtransfusie, is niet zoals andere ingrepen. Ze mag niet gescheiden worden van de daad van offergave van de donateur, van de liefde die leven geeft. De medicus zou zich steeds bewust moeten zijn van de bijzondere nobelheid van dit werk; hij wordt de bemiddelaar van iets bijzonder betekenisvols, de zelfgave verricht door een persoon – zelfs na de dood – opdat een ander kan leven. De moeilijkheid van de ingreep, de noodzaak tot snel handelen, de noodzaak tot maximale concentratie in de taak, moeten de medicus niet het zicht laten verliezen op het mysterie van liefde dat besloten is in wat hij aan het doen is.

Noch mogen de begunstigden van de orgaantransplantaties vergeten dat ze een unieke gift van een ander ontvangen: de zelfgave door de donateur, een gave die zonder meer als een authentieke vorm van menselijke en christelijke solidariteit moet worden beschouwd. Op de drempel van het Derde Millenium, in een periode van grote historische beloften, waarin evenwel de bedreigingen tegen het leven steeds machtiger en dodelijker aan het worden zijn, zoals in het geval van abortus en euthanasie, heeft de samenleving behoefte aan deze concrete gebaren van solidariteit en edelmoedige liefde.

Tot slot, laten we ons de woorden van Jezus herinneren die door de Evangelist en medicus Lucas gerapporteerd zijn: “Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, gestampte, geschudde en overlopende maat zal men u in de schoot storten” (Lc. 6, 38). We zullen onze hoogste beloning van God ontvangen overeenkomstig de oprechte en effectieve liefde die we onze naaste hebben betoond.

Moge de Heer van hemel en aarde u ondersteunen in uw inspanningen het leven te verdedigen en te dienen door de prachtige middelen die de medische wetenschap u ter beschikking stelt. Moge Hij u en uw dierbaren zegenen met vrede en vreugde.

Document

Naam: TOT DE DEELNEMERS AAN EEN CONGRES OVER ORGAANTRANSPLANTATIE
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 20 juni 1991
Copyrights: © 1991, Libreria Editrice Vaticana / © 2013, Stg. InterKerk
Vert.: Redactie
Bewerkt: 26 maart 2015

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam