• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
In het motu proprio H. Paus Paulus VI - Motu Proprio
Ecclesiae Sanctae
Implementatie van Christus Dominis, Presbyterium Ordinis, Perfectae Caritatis en Ad Gentus Divinitas (8 juni 1966)
van augustus 1966 tot uitvoering van de bepalingen van het decreet 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Christus Dominus
Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk
(28 oktober 1965)
, en van het decreet 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Presbyterorum Ordinis
Over het leven en dienst van de priester
(7 december 1965)
, wordt voorgeschreven: 'De bisschoppen moeten er ieder voor zich of samen met elkaar voor zorgen, dat alle priesters, ook als zij bestemd zijn voor de bediening, terstond na de wijding een jaar lang een reeks pastorale lessen doorlopen'. In sommige bisdommen heeft men tot nu toe in dit pastoraal jaar voorzien door een min of meer verlengd diaconaat. Dit pastoraal jaar heeft de volgende doeleinden:
  1. een gemakkelijker overgang van het seminarieleven naar de uitoefening van de pastorale bediening;
  2. een geleidelijke overgang naar het pastorale werk, zodat de kennis van de maatschappij waarin ze als priesters moeten leven en optreden, de vaardigheid in allerlei bedieningen en de omgang met allerlei mensengroepen geleidelijk en zonder moeilijkheden verlopen;
  3. een grotere menselijke en priesterlijke rijpheid, dank zij de pastorale ervaring.
Op de noodzaak hiervan is al door Paus Pius XII zaliger gedachtenis gewezen in de apostolische adhortatie Paus Pius XII - Apostolische Exhortatie
Menti Nostrae
Aan geheel de geestelijkheid in vrede de na te streven heiligheid van het priesterlijk leven (23 september 1950)
, waar ook het gemeenschappelijk leven van de jongere priesters als een uiterst geschikt middel werd aangeraden: 'Wij vermanen u, eerbiedwaardige broeders, dat gij zo mogelijk geen nog onervaren priesters midden in het volle werk zult sturen, of dat ge hen zult sturen naar plaatsen, die ver van de zetel van het diocees of van andere grote centra verwijderd zijn. Want zo zullen zij zelf en hun werk schade lijden, wanneer zij geheel alleen, zonder ervaring en blootgesteld aan allerlei gevaren, zonder ervaren leiders zullen komen te staan. Bijzonder aanbevelenswaardig is het daarentegen, deze jonge priesters te plaatsen naast een pastoor, want zó kunnen zij onder leiding van een oudere, gemakkelijker bekwaamd worden tot hun heilig werk en hun vroomheid vervolmaken ... We keuren goed en bevelen levendig aan datgene, waar ook het Wetboek
Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917)
op wijst Vgl. Wetboek, Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917), 134, dat men de gewoonte handhaaft van het samenleven van de priesters van één of meer parochies'. Paus Pius XII - Apostolische Exhortatie
Menti Nostrae
Aan geheel de geestelijkheid in vrede de na te streven heiligheid van het priesterlijk leven (23 september 1950)

Het pastoraal jaar kan worden doorgebracht ofwel in een daartoe bestemd instituut of huis, in een parochie of een ander centrum van pastorale actie. De tijd moet zo worden ingedeeld, dat behoorlijk zowel voor de pastorale leer als de pastorale praktijk wordt gezorgd.

Bij de invoering van dit pastoraal jaar moeten vooral de volgende regels worden nageleefd:

  1. de pastoors en parochies waar de diakens of jongere priesters heengaan om ingeleid te worden in de zielzorg moeten met grote zorg worden gekozen;
  2. omtrent het werk van priesters die pas zijn gewijd, moeten duidelijke bepaalde regels worden vastgelegd; want een jongere priester mag niet als volledig kapelaan worden beschouwd. Daar hij nog niet ten volle is opgeleid, moet hij naar priesters worden gestuurd die echt bereid zijn tijd en moeite te besteden aan de vorming van een jonge collega;
  3. tijdens het pastoraal jaar moeten de jonge priesters voldoende gelegenheid krijgen om hun bevindingen in vergaderingen met hun leeftijdgenoten uit te wisselen, aan te vullen of eventueel te verbeteren;
  4. vooral tijdens het pastoraal jaar moet een levendig contact van de priesters met de bisschop, de algemeen of bisschoppelijk vicaris enz. worden aangemoedigd;
  5. pas na het einde van het pastoraal jaar mogen de jonge priesters een vaste aanstelling krijgen in een parochie.

Document

Naam: INTER EA
Rondzendbrief over de permanente opleiding en vorming van vooral de jongere clerus
Soort: Congregatie voor de Clerus
Auteur: John Kardinaal Wright
Datum: 4 november 1969
Copyrights: © 1970, Archief van Kerken 25e jrg. nr. 16 pag. 360-371
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam