• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

CRESCENS MATRIMONIORUM
Over de gemengde huwelijken tussen Katholieken en gedoopte niet-katholieke oosterlingen

Het groeiend getal gemengde huwelijken tussen Katholieke Oosterlingen en Oosterse niet-Katholieke Christenen in de patriarchaten en eparchieën van het Oosten alsook in de Latijnse bisdommen en eveneens de noodzaak om aan de daaruit voortvloeiende moeilijkheden tegemoet te komen, zijn er de oorzaak van geweest, dat het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie heeft bepaald:

'dat, wanneer katholieke Oosterlingen een huwelijk aangaan met gedoopte niet-Katholieke Oosterlingen, de canonieke vorm alleen verplichtend is voor de geoorloofdheid van deze huwelijken; voor de geldigheid is de tegenwoordigheid van de priesters voldoende met inachtneming van de andere wettelijke bepalingen'. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de Oosterse Kerken, Orientalium Ecclesiarum (21 nov 1964), 18

Maar omdat in de bijzondere omstandigheden van de tegenwoordige tijd ook gemengde huwelijken tussen katholieke gelovigen van de Latijnse ritus en niet-Katholieke Oosterse Christenen worden aangegaan en een uiteenlopende canonieke discipline zowel in het oosten als in het westen velerlei ernstige moeilijkheden doet ontstaan, is van verschillende kanten tot de Paus het verzoek gericht om in deze materie de canonieke discipline één te willen maken door ook aan de Katholieken van de Latijnse ritus toe te staan, wat voor de Katholieken van de Oosterse ritus was vastgesteld.
Onze heilige vader Paulus VI, door de goddelijke voorzienigheid paus, heeft na rijp beraad en ernstig onderzoek gemeend aan het hem gedane verzoek en aan de aan hem voorgelegde wensen tegemoet te moeten komen en hij heeft welwillend toegestaan, dat, voor het geval oosterse dan wel Latijnse Katholieken huwelijken sluiten met Oosterse niet-Katholieke gelovigen, voor deze huwelijken overal ter wereld de canonieke huwelijkssluitingsvorm alleen voor de geoorloofdheid verplichtend is; dit ter voorkoming van ongeldige huwelijken tussen gelovigen van de Latijnse ritus en niet-katholieke Christengelovigen van de Oosterse ritussen, uit zorg voor de bestendigheid en heiligheid van het huwelijk en om de liefde tussen de Katholieke gelovigen en de niet-Katholieke Oosterse gelovigen steeds meer te bevorderen; voor de geldigheid is, met inachtneming van andere wettelijke bepalingen, de tegenwoordigheid van een priester voldoende.

Wel moet ervoor gezorgd worden, dat deze huwelijken zo spoedig mogelijk zorgvuldig in de voorgeschreven boeken worden aangetekend onder het waakzaam toezicht van de herders; en dat geldt ook voor het geval dat Katholieke Oosterlingen een huwelijk aangaan met niet-katholieke gedoopte Oosterlingen, overeenkomstig het conciliaire decreet 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Orientalium Ecclesiarum
Over de Oosterse Kerken
(21 november 1964)
.

Omwille van de heiligheid zelf van het huwelijk worden ook de niet-Katholieke bedienaren eerbiedig, maar dringend verzocht om zorg te dragen voor de aantekening van het huwelijk in de boeken van de Katholieke partner, zij het van de Latijnse dan wel van de Oosterse ritus.
Aan de plaatselijke bisschoppen echter, die dispensatie in het beletsel van gemengde godsdienst verlenen, wordt gelijkelijk de bevoegdheid gegeven om te dispenseren in de verplichting van de voor de geoorloofdheid vereiste vorm, zo dikwijls er moeilijkheden ontstaan die - naar hun verstandig oordeel - om deze dispensatie vragen.

De paus heeft aan de Heilige Congregatie voor de Oosterse Kerk, waarvan hijzelf het hoofd is, de opdracht gegeven om deze beraadslaging en goedkeuring op hoog niveau aan iedereen te doen weten; daarom heeft deze zelfde congregatie, na overleg ook met de Heilige Congregatie voor de geloofsleer, op last van de Paus dit decreet vervaardigd, dat opgenomen moet worden in de Acta Apostolicae Sedis.

Maar opdat deze nieuwe bepaling intussen ter kennis komt van alle belanghebbenden, van welke Katholieke of Orthodoxe ritus zij ook mogen zijn, zal dit onderhavige decreet van kracht beginnen te worden vanaf 25 maart van het jaar 1967, het feest van Maria boodschap.

Alles wat hiermee in strijd is, mist alle kracht.

Gegeven te Rome, vanuit het gebouw van de Heilige Congregatie voor de Oosterse Kerk, op 22 februari 1967, het feest van Petrus' stoel.

G. kard. TESTA
Prefect

Marius Brini,
secretaris

Document

Naam: CRESCENS MATRIMONIORUM
Over de gemengde huwelijken tussen Katholieken en gedoopte niet-katholieke oosterlingen
Soort: Congregatie voor de Oosterse Kerken
Auteur: G. Kard. Testa
Datum: 22 februari 1967
Copyrights: © 1967, Katholiek Archief 22e jrg nr 14 p. 358-359
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 30 januari 2020

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam