• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Daarom is het volgende besloten en vastgesteld:
I
§ 1. Krachtens goddelijke wet zijn alle gelovigen gehouden boete te doen.

§ 2. De wettelijke voorschriften van de Kerk betreffende de boetepraktijk worden door de volgende normen geheel gereorganiseerd.

II

§ 1. De Vastentijd behoudt haar boetekarakter. De boetedagen, in de gehele Kerk verplichtend, zijn: iedere vrijdag en Aswoensdag, of, overeenkomstig de verschillende riten, de eerste dag van de grote vasten; hun substantiële naleving vormt een zware verplichting.

§ 2. Met behoud van de faculteiten in nn. VI en VIII, zal het gebod van de boetvaardigheid als volgt op die dagen worden nageleefd: onthouding op al de vrijdagen die geen feestdag zijn; vasten en onthouding op Aswoensdag, of, overeenkomstig de verschillende riten, op de eerste dag van de grote vasten, en op goede vrijdag.

III

§ 1. De onthoudingswet verbiedt het gebruik van vlees, maar niet dat van eieren, melkspijzen en van alle spijzen met dierenvet bereid.

§ 2. De vastenwet schrijft voor, om slechts één maaltijd per dag te gebruiken; ze verbiedt echter niet 's morgens en 's avonds enige spijzen te gebruiken, mits men zich houdt aan de erkende plaatselijke gewoonte wat betreft de hoeveelheid en de hoedanigheid der spijzen.

IV

Tot onthouding zijn verplicht allen die hun 14e jaar voltooid hebben. Tot vasten zijn verplicht allen die hun 21e jaar voltooid hebben en hun 60e jaar nog niet zijn ingetreden. Wat de jongeren betreft, moeten de zielzorgers en de ouders er ijverig voor zorgen hen in de ware geest van boetvaardigheid te vormen.

V

Alle privileges en indulten, zowel de algemene als de particuliere, zijn afgeschaft. Maar deze wetten veranderen niets in de geloften van iedere fysieke of morele persoon, noch in de constituties en regels van iedere goedgekeurde religieuze congregatie of instelling.

VI

§ 1. Krachtens het conciliedecreet 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Christus Dominus
Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk
(28 oktober 1965)
, over het herderlijk ambt van de bisschoppen, 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Christus Dominus
Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk
(28 oktober 1965)
, zijn de bisschoppenconferenties bevoegd:

  1. om wegens een wettige reden de boetedagen te verplaatsen, altijd met inachtneming van de vastentijd;
  2. om geheel of gedeeltelijk het vasten en de onthouding door andere vormen van boetedoening te vervangen, in het bijzonder door werken van liefdadigheid en godsdienstige oefeningen.

§ 2. De bisschoppenconferenties zullen aan de Apostolische Stoel ter informatie meedelen, wat zij naar aanleiding hiervan hebben besloten.

VII
Zonder inbreuk te maken op de bevoegdheid van iedere bisschop, om volgens de bepalingen van hetzelfde decreet 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Christus Dominus
Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk
(28 oktober 1965)
2e Vaticaans Concilie - Decreet
Christus Dominus
Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk
(28 oktober 1965)
, dispensatie te verlenen, kan ook de pastoor om wettige reden en met inachtneming van de voorschriften der bisschoppen, aan afzonderlijke gelovigen of families dispensatie verlenen in onthouding of vasten, of deze veranderen in andere godsdienstige werken; dit kan ook de overste van een religieuze orde of van een klerikaal instituut voor zijn eigen onderdanen.
VIII

In de Oosterse Kerken komt aan de patriarch met zijn synode of aan het hoogste gezag met zijn raad van hiërarchen het recht toe de dagen van vasten en onthouding vast te stellen, volgens het besluit van het Conciliedecreet 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Orientalium Ecclesiarum
Over de Oosterse Kerken
(21 november 1964)
, 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Orientalium Ecclesiarum
Over de Oosterse Kerken
(21 november 1964)
.

IX
§ 1. Het is zeer wenselijk, dat de bisschoppen en de overige zielzorgers niet alleen krachtig aansporen, om het sacrament van de biecht veelvuldiger te ontvangen, maar ook om buitengewone boetewerken te verrichten tot boetedoening of afsmeking, vooral in de vastentijd.

§ 2. Alle gelovigen wordt sterk aanbevolen om zich oprecht te doordringen van de christelijke geest van boetvaardigheid die hen opwekt tot werken van boetvaardigheid en naastenliefde.

X
§ l. Deze voorschriften, die bij uitzondering zijn afgekondigd door hun publicatie in L'Osservatore Romano, zullen op Aswoensdag van dit jaar, de 23e van deze maand, van kracht worden.

§ 2. Waar tot heden toe echter allerlei soorten privileges en indulten, zowel algemene als particuliere, van kracht waren, gaat deze wet eerst in: zes maanden na de dag van de afkondiging.

Wij willen, dat deze besluiten en voorschriften nu en in de toekomst rechtsgeldig en van kracht zullen zijn, niettegenstaande de apostolische constituties en regelingen van onze voorgangers, en niettegenstaande andere, zelfs speciaal vermelde voorschriften.

Gegeven te Rome bij Sint Pieter, 17 februari in het jaar 1966, het derde van ons pontificaat.

PAUS PAULUS VI.

Document

Naam: PAENITEMINI
Over de hernieuwing van de kerkelijke boetepraktijk
Soort: H. Paus Paulus VI - Apostolische Constitutie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 17 februari 1966
Copyrights: © 1966, Katholiek Archief 21e jrg p. 907-926
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 mei 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam