• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Men moet er nu wel opletten, dat deze citaten uit de H. Schrift en de Vaders en de vele soortgelijke, die Wij niet hebben aangehaald er weliswaar duidelijk getuigenis voor afleggen, dat Jezus Christus zintuiglijke bewegingen en gemoedsaandoeningen bezat en de menselijke natuur heeft aangenomen om ons eeuwig heil te bewerken, maar toch nooit deze aandoeningen zo in verband brengen met zijn lichamelijk Hart, dat zij het onomwonden aanwijzen als het symbool van de oneindige liefde. Doch al schrijven de Evangelisten en de heilige schrijvers niet direct over het Hart van onze Verlosser, dat leeft en gewaarwordingen heeft evenals het onze, en dat klopt en beweegt van brandende liefde door de gemoedsbewegingen en aandoeningen, die voortkomen uit Zijn tweevoudige wil; toch wijzen zij dikwijls op Zijn goddelijke liefde en de zintuiglijke aandoeningen, waarmee deze gepaard gaat b.v. verlangen, blijdschap, smart, vrees en toorn, die blijken uit Zijn woorden en gedragingen.

Vooral het gelaat van onze aanbiddelijke Verlosser verried en weerspiegelde aandoeningen, die op allerlei wijze het gemoed in beweging brachten, en als in wisselwerking ook Zijn allerheiligst Hart raakten en deden kloppen. Hiervoor geldt, wat de engelachtige Leraar, steunend op de algemene ervaring over de psychologie van de mens en wat daarmee samenhangt, opmerkt: "De verwarring, die ontstaat door toorn, verraadt zich ook naar buiten en vooral in de organen, die het duidelijkst weergeven, wat er omgaat in het hart nl. in de ogen, in het gelaat en het spraakvermogen". H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. 1-11, q. 48, a. 4

Met recht beschouwt men daarom het Hart van het mensgeworden Woord als het voornaamste kenteken en symbool van die drievoudige liefde, waarmee de goddelijke Verlosser de Eeuwige Vader en alle mensen onophoudelijk bemint. Het is het symbool van de goddelijke liefde, die Hij met de Vader en de H. Geest gemeenschappelijk heeft, maar die ons alleen in Hem, het Woord dat vlees geworden is, geopenbaard wordt door een zwak en broos menselijk lichaam "In Hem immers woont heel de volheid Gods op lichamelijke wijze" (Kol. 2, 9).

Eveneens is het Hart het symbool van de allervurigste liefde, die in Christus' ziel is ingestort, en Zijn ziel verrijkt, waarvan de werking wordt voorgelicht en geleid door een tweevoudige volmaakte, zalige, geschonken en ingestorte kennis. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. 111, q. 9, a. 1-3 En tenslotte is het Hart het directe en geheel natuurlijke symbool van de zintuiglijke aandoeningen, want het lichaam van Jezus Christus, dat in de schoot der maagd Maria door de H. Geest is gevormd, bezit zelfs een volmaakter gevoel- en waarnemingsvermogen dan welk ander menselijk lichaam ook. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. III, q. 33, a. 2, ad 3m, q. 46, a. 6

Nu leren de H. Schrift en de erkende documenten van het katholiek geloof ons, dat in de heilige Ziel van Jezus Christus steeds de volmaakste harmonie en eendracht heerst en dat Hij zijn drievoudige liefde klaarblijkelijk gericht heeft op het bereiken van Zijn doel nl. onze verlossing; en dus kunnen wij terecht het Hart van de goddelijke Verlosser beschouwen en vereren als een sprekend beeld van Zijn liefde, als een bewijs voor onze verlossing en als een mystieke ladder, waarlangs wij kunnen opklimmen tot de omhelzing "van God, onze Zaligmaker" (Tit. 3, 4).

Als een bewijs van die drievoudige liefde moeten wij Zijn woorden, Zijn handelingen, Zijn voorschriften en tekenen met bewondering beschouwen, doch vooral de werken, die nog duidelijker getuigen van Zijn liefde voor ons nl. de installing der H. Eucharistie, de smartelijke folteringen en Zijn dood, dat Hij ons Zijn heilige Moeder tot moeder gegeven heeft, en ten slotte dat Hij Zijn Apostelen en ons de H. Geest heeft gezonden.

Wij moeten ook met innige aandoening de harteklop overwegen van Zijn allerheiligst Hart, waar- niee Hij a.h.w. de tijd van Zijn aardse pelgrimstocht tot op dat laatste ogenblik heeft gemeten, waarvan de Evangelisten zeggen: "Met luider stem roepende zeide Hij: Het is volbracht. En het hoofd buigend gaf Hij de geest" (Mt. 27, 50)(Joh. 19, 30).

Toen hield Zijn Hart op te kloppen en ook aan Zijn liefde, voor zover die op zintuiglijke aandoeningen steunde, kwam tijdelijk een einde, tot Hij na overwinning van de dood verrees uit het graf. Nadat echter Zijn lichaam in de staat der eeuwige verheerlijking was overgegaan en opnieuw verenigd was met de ziel van de goddelijke Verlosser, de overwinnaar van de dood, heeft Zijn Allerheiligst Hart nooit opgehouden te kloppen in onverstoorbare, rust en kalmte en zal het blijven kloppen tot in eeuwigheid en tevens zal dit Hart nooit meer ophouden het symbool te zijn van de drievoudige liefde, waardoor de Zoon Gods met zijn hemelse Vader en met heel de gemeenschap der mensen, waarvan Hij met onaanvechtbaar recht het mystieke Hoofd is, verbonden blijft.

Document

Naam: HAURIETIS AQUAS IN GAUDIO
Over de verering van het Allerheiligst Hart van Jezus
Soort: Paus Pius XII - Encycliek
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 15 mei 1956
Copyrights: © 1956, Katholiek Archief
Bewerkt: 14 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam