• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Om echter inderdaad, voor zo ver het een mens gegeven is, "met alle heiligen te begrijpen, wat de breedte, lengte, verhevenheid en diepte is" (Ef. 3, 18) van die verborgen liefde van het mensgeworden Woord voor de hemelse Vader en de met zonde bevlekte mensen, moet men er op letten, dat Zijn liefde niet alleen geestelijk was, zoals het God past, "omdat God Geest is" (Joh. 4, 24). Zonder twijfel was de liefde, waarmee God onze stamouders en het volk der Hebreën beminde van geestelijke aard en daarom zijn de uitdrukkingen, die men leest in de psalmen, in de geschriften der profeten en in het Hooglied, die wijzen op een menselijke, vertrouwelijke en vaderlijke liefde, aanduidingen en beelden van de waarachtige, maar geheel geestelijke liefde, die God aan het menselijk geslacht bewees.

De liefde echter, die ons uit het Evangelie, de brieven der Apostelen en het boek der Openbaring, die de liefde van het Hart van Jezus Christus beschreven, tegemoet treedt, duidt niet alleen een goddelijke liefde aan, maar ook menselijke gevoelens van genegenheid, zoals ongetwijfeld iedere Katholiek weet. Want het Woord Gods heeft geen schijnlichaam aangenomen, zoals reeds in de eerste tijden van het Christendom enige ketters hebben beweerd - zij werden daarom door de Apostel Johannes met deze ernstige woorden afgestraft: "Er zijn veel dwaalleraren over de wereld uitgegaan, die niet belijden, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is: Zo iemand is een dwaalleraar en antichrist!" (2 Joh. 7) - maar Hij heeft een werkelijke menselijke natuur, die in de allerzuiverste schoot der maagd Maria van de H. Geest ontvangen was, met Zijn goddelijke Persoon verenigd: een individuele, onverminkte, volledige menselijke natuur. Niets ontbrak er dus aan de menselijke natuur, die het Woord Gods met zich verbond. Hij nam haar onveranderd in Zich op, onveranderd zowel in het lichamelijke als in het geestelijke, dus als begaafd met verstand en wil, met de andere in- en uitwendige kenvermogens, met het zinnelijk begeervermogen en alle natuurlijke aandriften. Dit alles leert de Katholieke Kerk als waarheden, die door de Pausen en de Oecumenische Concilies plechtig zijn afgekondigd en bevestigd: "(De Zoon Gods, die geheel Zijn goddelijke natuur behield, nam ook onze natuur geheel aan)" Vgl. H. Paus Leo I de Grote, Over de Menswording van het Woord van God - Aan Bisschop Flavianus, Lectis dilectionis tuae - Tomus I Leonis (13 juni 449) - "Hij die volmaakt is in Godheid, diezelfde is ook volmaakt in zijn mensheid!" Concilie van Chalcedon, 5e Zitting - Over de twee naturen in Christus, Sessio V - Definitio de duabus naturis Christi (22 okt 451), 2 - "geheel God is mens, en geheel die mens God" S. Gelasius Papa Tract. III: Necessarium de duabus naturis in Christo, vgl. A. Thiel, Epist. Rom. Pont. a. S. Hilaxio usque ad Pelagium II, p.. 532.

Document

Naam: HAURIETIS AQUAS IN GAUDIO
Over de verering van het Allerheiligst Hart van Jezus
Soort: Paus Pius XII - Encycliek
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 15 mei 1956
Copyrights: © 1956, Katholiek Archief
Bewerkt: 14 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam