• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Wij verbazen ons er dan ook niet over, dat Mozes en de profeten, die de engelachtige Leraar met recht de grote figuren van het uitverkoren volk noemt, omdat zij begrepen, dat de grondslag der wet in dit gebod der liefde lag H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. II-II, q. 2, a. 7, geheel de verhouding en de band tussen God en hun volk liever beschreven hebben met vergelijkingen geput uit de liefde van een vader tot zijn kinderen en der echtgenoten voor elkaar, dan met strenge beelden afgeleid uit Gods opperheerschappij of de voor ons alle verplichte van vreze doordrongen dienstbaarheid.

Om een voorbeeld te geven: Mozes zelf drukte zich, toen hij zijn beroemde lied zong over de bevrijding van zijn volk uit de slavernij van Egypte, uit in deze uitspraken en vergelijkingen, die hevig inwerken op het gemoed: "Als een arend, die zijn jongen tot vliegen wil lokken en boven hen blijft zweven, spreidt God Zijn vleugels uit, heeft Hij Zijn volk opgenomen en gedragen op Zijn wieken" (Deut. 32, 11).

Maar misschien heeft niemand onder heilige zieners zo duidelijk en zo hevig de liefde, waarmee God steeds Zijn volk begeleidt, uitgedrukt en verklaard als Osee. Want in de geschriften van deze profeet, die onder de andere kleine profeten uitmunt door grootse gedrongen zegging, toont God een rechtvaardige liefde vol heilige bezorgdheid voor Zijn uitverkoren volk, als de liefde van een barmhartige en liefhebbende vader of van een bruidegom wiens eer men te na komt.

Hij spreekt over een liefde, die niet alleen niet afneemt of bezwijkt vanwege de trouweloosheid der verraders of de onmetelijkheid der misdaad, maar die naar verdienste straft, niet om de vervreemde en trouweloze bruid of de ondankbare kinderen te verstoten of weg te zenden; doch slechts om ze te reinigen, te zuiveren en door het aanhalen en bevestigen der liefdesbanden opnieuw aan zich te binden. "Toen Israël een kind was had Ik hem lief, en uit Egypte heb Ik Mijn zoon geroepen - Efraïms opvoeder was Ik en droeg hen in Mijn armen - maar zij begrepen niet, dat Ik voor hen zorgde. Nu zal Ik ze tot Mij trekken met menselijk medeleven, met de koorden der liefde. Ik zal hun misdrijf genezen en ze van harte liefhebben, want mijn toorn is van hen afgewend. Ik zal zijn als de dauw, Israël zal opbloeien als een lelie en wortelschieten als een ceder van de Libanon" (Hos. 11, 1.3-4)(Hos. 14, 5-6).

Document

Naam: HAURIETIS AQUAS IN GAUDIO
Over de verering van het Allerheiligst Hart van Jezus
Soort: Paus Pius XII - Encycliek
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 15 mei 1956
Copyrights: © 1956, Katholiek Archief
Bewerkt: 14 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam