• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TOT DE DEELNEMERS AAN HET CONGRES OVER “DE NALATENSCHAP VAN HET LEERGEZAG VAN PIUS XII EN HET TWEEDE VATICAANS CONCILIE”
Sala Clementina

Heren Kardinalen,
Vereerde broeders in het bisschopsambt en het priesterschapDierbare broeders en zusters!

Ik ben verheugd jullie te ontvangen ter gelegenheid van het congres over “De nalatenschap van het leergezag van Pius XII en het Tweede Vaticaans Concilie”, georganiseerd door de Pauselijke Lateraanse Universiteit samen met de Pauselijke Gregoriaanse Universiteit. Het betreft een belangrijk congres vanwege het thema dat behandeld wordt en vanwege de erudiete personen die eraan deelnemen, afkomstig uit verschillende landen. Terwijl ik jullie allen mijn hartelijke groet overbreng, groet ik in het bijzonder Mons. Rino Fisichella, rector van de Lateraanse Universiteit en P. Gianfranco Ghirlanda, rector van de Gregoriaanse Universiteit, vanwege de vriendelijke woorden waarmee zij uitdrukking gegeven hebben aan de algemene gevoelens.

Ik heb het veeleisende thema, waarover jullie zich gebogen hebben, gewaardeerd. Wanneer men de afgelopen jaren sprak over Pius XII, heeft zich de aandacht op buitensporige wijze gericht op slechts één problematiek, die veelal op eenzijdige wijze behandeld werd. Afgezien van elke andere beschouwing, heeft dit een benadering verhinderd die tegemoet komt aan een persoon van grote historisch-theologische diepgang zoals het geval is bij paus Pius XII. Het geheel van indrukwekkende activiteiten verricht door deze paus en zeer in het bijzonder zijn leergezag, waarover jullie zich deze dagen gebogen hebben, zijn een veelzeggend bewijs van wat ik zonet kwam te zeggen. Immers, zijn leergezag wordt gekenmerkt door de grote en heilzame wijdte, als ook door zijn buitengewone kwaliteit, zodanig dat men kan zeggen dat het een kostbare nalatenschap vormt waaraan de Kerk schatplichtig is geweest en dit blijft zijn.

Ik heb gesproken over de “grote en heilzame wijdte” van dit leergezag. Het volstaat hieromtrent te herinneren aan de encyclieken en de zeer vele toespraken en radioboodschappen die vervat liggen in de twintig volumes van zijn ‘Insegnamenti’. Het zijn meer dan veertig encyclieken die hij gepubliceerd heeft. Daaronder neemt Paus Pius XII - Encycliek
Mystici Corporis Christi
Over het mystieke lichaam van Christus en over de vereniging die wij daarin bezitten met Christus
(29 juni 1943)
, waarin de paus het thema van de ware en innerlijke natuur van de Kerk behandelt, een uitzonderlijke plaats in. In een omvattend onderzoek stelt hij in het licht onze diepe, ontologische eenheid met Christus en –in Hem, door Hem en met Hem- met alle andere gelovigen, welke bezield zijn door zijn Geest, die zich voeden aan zijn Lichaam en, in Hem omgevormd, aan hem de manier geven om in de wereld zijn verlossend werk verder te zetten en uit te breiden. Twee andere encyclieken zijn op innige wijze verbonden met "Paus Pius XII - Encycliek
Mystici Corporis Christi
Over het mystieke lichaam van Christus en over de vereniging die wij daarin bezitten met Christus
(29 juni 1943)
": "Paus Pius XII - Encycliek
Divino afflante Spiritu
Over de bevordering van de studie van de Heilige Schrift
(30 september 1943)
" over de Heilige Schrift en "Paus Pius XII - Encycliek
Mediator Dei et hominum
Over de Heilige Liturgie
(20 november 1947)
" over de heilige Liturgie. Hierin worden de twee bronnen voorgesteld waaraan zij die tot Christus, Hoofd van dit mystieke Lichaam dat de Kerk is, zich altijd moeten laven.
In deze veelomvattende context heeft Pius XII verschillende categorieën van personen behandeld die, door de wil van de Heer, deel uitmaken van de Kerk maar met verschillende roepingen en taken: de priesters, de religieuzen en de leken. Zo heeft hij wijze normen uitgevaardigd voor de vorming van de priesters, die zich dienen te onderscheiden door de persoonlijke liefde tot Christus, de eenvoud en soberheid van leven, de gehoorzaamheid aan hun bisschop en de beschikbaarheid tegenover diegenen die toevertrouwd zijn aan hun pastorale zorg. Vervolgens in de encycliek Paus Pius XII - Encycliek
Sacra virginitas
Over gelofte van de maagdelijkheid (25 maart 1954)
en in andere documenten over het religieuze leven heeft Pius XII duidelijk de uitmuntendheid in het licht gesteld van de “gave” die God aan sommige personen toekent door hen uit te nodigen om zich gans toe te wijden aan zijn dienst en aan de dienst van de naaste in de Kerk. In dit perspectief legt de Paus grote nadruk op de terugkeer naar het Evangelie en naar het authentieke charisma van de stichters en stichteressen van verschillende religieuze ordes en congregaties, terwijl hij ook de noodzaak voorzag van enkele gezonde hervormingen. Bij veelvuldige gelegenheden heeft Pius XII tevens gesproken over de verantwoordelijkheid van de leken in de Kerk, waarbij hij in het bijzonder baat nam van de grote internationale congressen die gewijd waren aan dit thema. Graag bood hij het hoofd aan de problemen van de afzonderlijke beroepen door bij voorbeeld te duiden op de plichten van de rechters, advocaten, sociale werkers en dokters. Aan deze laatste heeft de Paus verscheidene toespraken gewijd waarbij hij de deontologische normen toelichtte die zij in hun handelingen dienen te respecteren. Vervolgens in de encycliek Paus Pius XII - Encycliek
Miranda prorsus
Over film, radio en televisie (8 september 1957)
is de Paus stilgestaan bij het grote belang van de moderne communicatiemiddelen die op steeds indringender wijze de publieke opinie kwamen te beïnvloeden. Juist om deze reden onderlijnde de Paus, die ten zeerste de nieuwe uitvinding van de radio naar waarde schatte, de plicht van de journalisten om waarheidsgetrouwe informatie te verschaffen in respect voor de morele normen.
Pius XII richtte tevens zijn aandacht naar de wetenschappen en de buitengewone vooruitgang die zij bewerkstelligden. Alhoewel hij de bereikte resultaten in deze gebieden bewonderde, liet de Paus niet na om te waarschuwen voor de risico’s dat een onderzoek, dat geen oog heeft voor de morele normen, met zich mee kan brengen. Slechts één voorbeeld volstaat: zijn toespraak over de geslaagde splitsing van atomen blijft beroemd. Met uitzonderlijke vooruitziendheid echter waarschuwde de Paus dat ten allen koste diende vermeden te worden dat deze geniale, wetenschappelijke vooruitgang zou gebruikt worden voor de bouw van dodelijke wapens die verschrikkelijke rampen en uiteindelijke de totale vernietiging van de mensheid hadden kunnen veroorzaken. Hoe zouden wij vervolgens niet kunnen herinneren aan de uitvoerige en bezielde toespraken over de gewenste herinrichting van de burgerlijke maatschappelijk, nationaal en internationaal, waarvoor hij als onmisbaar fundament de rechtvaardigheid aanduidde, de ware vooronderstelling voor een vreedzaam samenleven van de volkeren: “opus iustitiae pax!”. Tevens verdient het mariologisch onderricht van Pius XII een bijzondere vermelding. Het had als hoogtepunt de afkondiging van het Paus Pius XII - Apostolische Constitutie
Munificentissimus Deus
Dogma verklaring Maria Tenhemelopneming
(1 november 1950)
, waarmee de Heilige Vader de eschatologische dimensie van ons bestaan wilde onderstrepen en eveneens de waardigheid van de vrouw wilde prijzen.
Wat te zeggen over de kwaliteit van het onderricht van Pius XII? Hij was tegen improvisaties: hij schreef met de grootste zorg elke toespraak en overwoog grondig elke zin en elk woord vooraleer het publiekelijk uit te spreken. Hij bestudeerde aandachtig de verschillende kwesties en had de gewoonte om aan eminente specialisten raad te vragen wanneer het over thema’s ging die een bijzondere competentie vereisten. Pius XII was van nature en van inborst een gematigd en realistisch man; een gemakkelijk optimisme was hem vreemd maar hij was eveneens immuun voor het gevaar van het pessimisme dat niet past bij een gelovige. Hij had een afkeer van steriele polemieken en was ten diepste wantrouwig ten aanzien van fanatisme en sentimentalisme.
Deze innerlijke houdingen doen recht aan de waarde en de diepgang, als ook aan de vertrouwenswaardigheid van zijn onderricht en verklaren de vertrouwensvolle toewijding jegens hem, niet enkel vanwege de gelovigen maar ook vanwege vele personen die niet tot de Kerk behoren. Bij het beschouwen van de grote wijdsheid en de hoge kwaliteit van het leergezag van Pius XII, komt de vraag naar boven hoe hij erin geslaagd is zoveel te doen, terwijl hij zich toch diende toe te wijden aan verschillende andere taken, verbonden met zijn ambt als Opperste Herder: het dagelijkse bestuur van de Kerk, de benoemingen en de bezoeken van bisschoppen, de bezoeken van staatshoofden en diplomaten, de ontelbare audiënties voor private personen en onderling zeer verscheiden groepen.
Allen erkennen in Pius XII een buitengewone intelligentie, een ijzeren geheugen, een uitzonderlijke vertrouwdheid met vreemde talen en een opmerkelijke gevoeligheid. Er is gezegd geworden dat hij een bekwaam diplomaat, een eminent jurist, een uitstekend theoloog was. Dit alles is waar maar dit verklaart niet alles. Er was in hem eveneens de voortdurende inspanning en de vaste wil om zichzelf aan God te geven, zonder voorbehoud en zonder om te zien naar zijn zwakke gezondheid. Dit is de ware drijfveer geweest van zijn gedrag: alles kwam voort uit de liefde voor zijn Heer Jezus Christus en voor de Kerk en de mensheid. Hij was immers op de eerste plaats de priester in voortdurende en intieme eenheid met God, de priesters die de kracht voor zijn immens werk vond in de langdurige onderbrekingen van gebed voor het Allerheiligste Sacrament, in stil gesprek met zijn Schepper en Verlosser. Het is van hieruit dat zijn leergezag oorsprong en gloed vond, zoals trouwens al zijn andere activiteiten
Het moet daarom niet verbazen dat zijn onderricht ook vandaag licht blijft verspreiden in de Kerk. Er zijn bijna vijftig jaren voorbijgegaan sinds zijn dood, maar zijn veelzijdig en vruchtbaar leergezag blijft ook voor christenen van vandaag van onschatbare waarde. Zeker, de Kerk, Mystiek Lichaam van Christus, is een levend en vitaal organisme dat zich niet onbeweeglijk opsluit in wat was vijftig jaren geleden. Maar de ontwikkeling vindt plaats in de coherentie. Daarom is de nalatenschap van het leergezag van Pius XII verzameld geworden door het Tweede Vaticaans Concilie en opnieuw voorgesteld geworden aan de volgende christelijke generaties. Het is bekend dat men in de mondelinge en schriftelijke interventies van de vaders van het Tweede Vaticaans Concilie meer dan duizend verwijzingen naar het leergezag van Pius XII tegenkomt. Niet alle documenten van het Concilie hebben een voetnotenapparaat maar in de documenten waar dit apparaat wél aanwezig is, daar duikt de naam van Pius XII meer dan tweehonderd maal op. Dit wil zeggen dat, met uitzondering van de Heilige Schrift, deze Paus de meest geciteerde gezaghebbende bron is. Men weet tevens dat de noten die aan deze documenten zijn toegevoegd in het algemeen niet zomaar verhelderende verwijzingen zijn maar vaak ware en eigenlijke, integrale delen van de conciliaire teksten vormen; zij vormen niet enkel rechtvaardigingen ter ondersteuning van wat in de tekst bevestigd wordt maar bieden een interpretatieve sleutel.
We kunnen dus terecht zeggen dat de Heer, in de persoon van Paus Pius XII, zijn Kerk een uitzonderlijke gave heeft geschonken, een gave waarvoor wij Hem allen dankbaar moeten zijn.

Ik hernieuw daarom de uitdrukking van mijn waardering voor het belangrijke werk dat door jullie bij de voorbereiding en het verloop van dit internationale congres over het leergezag van Pius XII is gebeurd en ik wens dat men verder gaat in het nadenken over de kostbare nalatenschap die de onsterfelijke Paus aan de Kerk heeft nagelaten, om er voordelige toepassingen uit te halen voor problemen die zich vandaag voordoen. Met deze wens en terwijl ik de hulp van de Heer afroep over jullie werk, verleen ik van harte aan ieder mijn Zegen.

Document

Naam: TOT DE DEELNEMERS AAN HET CONGRES OVER “DE NALATENSCHAP VAN HET LEERGEZAG VAN PIUS XII EN HET TWEEDE VATICAANS CONCILIE”
Sala Clementina
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 8 november 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana
Vertaald uit het Italiaans: Drs. J. Vijgen, alineanummering en -indeling: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam