• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

POSTREMA SESSIO
Schrijft gebeden voor b.g.v. de naderende sluiting van het Tweede Vaticaans Concilie

Eerbiedwaardige broeders heil en apostolische zegen.

De laatste zitting van het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie loopt weldra ten einde. Spoedig zal deze zo grote vergadering zijn afgelopen, die 4 jaar geleden is bijeengekomen bij het graf van de heilige apostel Petrus, met het doel om te voldoen aan de verwachting van het christen volk, aan Zijn wensen en zijn ernstigste en dringendste noden. En gij, eerbiedwaardige broeders, zult naar uw bisschoppelijke zetels terugkeren na een lange en vruchtbare arbeid, uitbundig van een welverdiende vreugde, want uw activiteit heeft de heilzame middelen voorbereid om de ware vernieuwing van de Kerk en de eenheid van alle christenen, het streven naar vrede en de morele vooruitgang van alle christenen, het streven naar vrede en de morele vooruitgang van het menselijk geslacht te bevorderen.
Op het ogenblik waarop het oecumenisch Concilie op het punt staat zijn werkzaamheden te beëindigen en naar het schijnt eens te meer een rijke overvloed van geestelijk leven over de Kerk en de wereld zal doen uitstorten, kunnen wij niet nalaten de gelovigen vaderlijk aan te sporen, dat zij nog meer en nog vurigere smeekbeden tot God doen opstijgen. Wij verlangen, dat de ijver voor het gebed, waartoe wij de kinderen van de Kerk gedurende het Concilie herhaaldelijk hebben aangespoord, niet verslapt, dat zij eerder groter wordt op het ogenblik, waarop het Concilie ten einde loopt; zodat in die dagen geheel de Kerk, verenigd over de gehele wereld, zoals eertijds de apostelen verenigd waren met Maria, de moeder van Jezus en onze moeder, in het cenakel Vgl. Hand. 1, 14 , zich aansluit bij de vurige gebeden van de opvolgers van Petrus en de apostelen om te vragen om een nieuw pinksterfeest, dat op heilzame wijze door de genade van de Heilige Geest het aanschijn van de bruid van Christus en van de menselijke maatschappij zal vernieuwen.

Men moet vooral dank brengen aan de almachtige God, die altijd op het oecumenisch Concilie aanwezig is geweest met zijn verheven hulp en de overvloed van de hemelse verlichtingen. Waarlijk, als wij de aanzienlijke hoeveelheid werk overzien, die dit concilie heeft verzet, dan staan wij vol bewondering zowel voor de talrijke hoofdstukken van de leer, die door het bijzondere leergezag van de Kerk zijn uiteengezet, als voor de disciplinaire normen, die met grote wijsheid zijn toegestaan. Met handhaving van de trouw aan de herderlijke traditie biedt dit alles de mogelijkheid om voor de actie van de Kerk nieuwe wegen te openen en zal ongetwijfeld veel bijdragen tot het welzijn van de zielen.
En als wij onze aandacht wijden aan het oordeel, dat de publieke opinie zich in het algemeen heeft gevormd over het verloop van het Concilie, dan zijn wij van een even grote vreugde vervuld, want wij constateren, dat het oecumenisch Concilie in aanzienlijke mate de belangstelling en de reacties van de mensen heeft opgewekt; en wel in die mate, dat de problemen van het grootste belang worden beschouwd ten aanzien van de mensen van goede wil, die ernstig zoeken naar de waarheid en zich inspannen om het echte welzijn van hun naasten te dienen. En inderdaad is het een gelegenheid, die aan de Kerk wordt geboden in een vruchtbare dialoog te treden met de wereld, met de volkeren en de afzonderlijke personen van iedere godsdienst en iedere cultuur, om te kunnen medewerken aan de bescherming van het ware welzijn van de menselijke problemen volgens de leer van het Evangelie. Men kan inderdaad zeggen, dat de katholieke Kerk schijnt te stralen van het helderste licht in het aangezicht van allen, zoals de stad, die boven op de berg is gelegen Vgl. Mt. 5, 14 , onoverwonnen bewaarster van de goddelijke waarheden van de menselijke waardigheid. En het is niet moeilijk om innerlijk bij voorbaat de ontwikkelingen van de godsdienst te begrijpen, die eruit zullen voortvloeien, wanneer het volk Gods duidelijk de heilige zucht naar geestelijke vernieuwing zal opgevangen hebben, die het Concilie in de Kerk heeft opgewekt.
Dit alles verschaft zowel een zoete troost aan allen, die ertoe hebben bijgedragen dat ,de vele genaden
van God' (1 Pt. 4, 10) overvloedig toestromen in de zielen van de gelovigen en dwingt ons er ook toe, dat wij al onze krachten inspannen om te verhinderen, dat enig obstakel die overvloedige stroom van hemelse genaden ophoudt (Ps. 45, 5) en dat de geestelijke vitaliteit, waarvan de Kerk thans het vuur voelt, op enigerlei wijze verzwakt.

Dat zou kunnen gebeuren indien, na het verstrijken van de tijd der discussies en de bewerking van de wetten, de apostolische ijver van de Concilievaders zou gaan afnemen en zij niet de noodzakelijke aandacht zouden schenken aan de speciale plichten van de periode, die zal volgen op het houden van het Concilie. De gunstige uitslag van het Concilie en zijn kostbaarste vruchten voor het leven van de Kerk hangen werkelijk niet zozeer af van de hoeveelheid der wetten als van de ijver en de toewijding die men in de toekomst zal aanwenden om deze zelfde wetten in werking te doen treden.

Vooral moeten wij voorzichtig te werk gaan bij het voorbereiden van de gelovigen op het aannemen van de nieuwe normen: de traagheid opheffen van hen die weigeren zich aan te passen aan de nieuwe gang van zaken in het kerkelijk leven; het ongeduld intomen van anderen, die zich ten onrechte lenen tot bij2londere nieuwigheden en daardoor het werk van de ondernomen vernieuwing zouden kunnen benadelen. Het zal noodzakelijk zijn om de veranderingen in de discipline te handhaven binnen de grenzen, voorgeschreven door het wettige gezag, aan allen het vertrouwen in hun herders in te prenten en de gelovigen te overtuigen om volledig te gehoorzamen, want die gehoorzaamheid is het getuigenis van de ware liefde voor de Kerk en tegelijkertijd het zekerste onderpand van de eenheid en volledig succes.
Het is voldoende om die verschillende punten in het kort te vermelden, eerbiedwaardige broeders, om het gewicht en de belangrijkheid te doen uitkomen van de plichten, die u in de toekomst wachten. Het is een zeer zware taak, die van u voorzichtigheid, volharding, doorzicht vraagt; en die evenzeer van de zijde van geheel de kudde, die aan ieder van u is toevertrouwd, een dienovereenkomstige ijverige en edelmoedige actie vraagt. Omdat het oecumenisch Concilie van belang is voor het geestelijk leven van alle kinderen van de Kerk, kan het in feite in het geheel niet de medewerking van allen ontberen.

Bij deze taak, die de nauwste eenheid zal scheppen, zullen de priesters, meer nog dan de anderen, de helpers zijn van hun herders, vooral degenen, die de zielzorg uitoefenen. Het oecumenisch Concilie heeft nuttige normen uitgevaardigd, die op hen betrekking hebben, het geeft hen ook een onvergelijkelijk instrument, dat hen in staat zal stellen om de plichten van het priesterschap zowel met meer waardigheid als doeltreffendheid uit te oefenen. Mogen zij het daarom gaarne aannemen en er gebruik van maken, innerlijk vastbesloten om te streven naar de heiligheid en om hun bediening met ijver en edelmoedigheid te vervullen. Onze herderlijke ervaring heeft ons werkelijk geleerd, dat talrijke werkers van Christus, van ongerepte waardigheid, zich actief inspannen bij de zorg die zij zich getroosten op het veld van de Heer. Wij kennen de moeilijkheden en het lijden, waaraan het leven van een groot aantal van hen is blootgesteld, want het wordt dikwijls doorgebracht in eenzaamheid, armoede, te midden van vijandige mensen. Mogen deze dierbare zonen weten, dat de plaatsbekleder van Christus zijn gedachten naar hen richt en gestadig voor hen bidt tot God; mogen zij er ook aan denken, dat hun dikwijls verborgen zorgen wel kunnen ontsnappen aan de aandacht der mensen, maar niet aan die van God, die hun in de hemel een waardige beloning voor hun werken bereidt.

Onze gedachten gaan ook met bijzonder vertrouwen uit naar de waardevolle bijdrage, die alle kloostergemeenschappen aan dit werk zullen leveren. Van het bloeiende kloosterleven ontvangt de Kerk een groot deel van haar kracht, haar apostolische ijver en het vuur, waarmee zij streeft naar de heiligheid. En thans meer dan ooit heeft de Kerk behoefte aan het openbare en sociale getuigenis, dat het religieuze leven geeft, en aan de hulp, die het verschaft aan de diocesane geestelijkheid bij het apostolische werk. Mogen daarom steeds meer de voorbeelden schitteren van hen, die werkelijk verzaakt hebben aan de wereld en die daardoor duidelijk laten blijken, dat het koninkrijk Gods niet van deze wereld is Vgl. Joh. 18, 36 . Moge de apostolische ijver, waarin zij ontvlamd zijn, zich niet beperken tot de beslotenheid van hun kloostergemeenschap, maar moge zij openstaan voor alle geestelijke noden, waaraan onze tijd helaas lijdt.
Wij hebben tenslotte groot vertrouwen in de christelijke leken, die deelnemen aan het apostolaat, dat wij met vaderlijke welwillendheid bejegenen. Dat het oecumenisch Concilie zijn werkzaamheid heeft willen gebruiken om datgene te behandelen, wat op hen betrekking heeft, en dat het uitvoerig hun plaats en hun taken in de Kerk heeft vastgesteld, volstaat om duidelijk de belangrijke rol te doen uitkomen, die men voortaan aan de leken moet toekennen. In feite kan de herderlijke activiteit van de gewijde bedienaren haar doeleinden niet bereiken, als zij niet vergezeld gaat van de actie der leken, die hun hulp aan de Kerk moeten verlenen bij de vervulling van het heilig ambt, zoveel zij kunnen, de priesters moeten vervangen in de gebieden, waar het gebrek aan priesters zich doet voelen, en die ook de nieuwe wegen en middelen moeten zoeken, die de Kerk in staat zullen stellen om sterker, bekwamer en doelmatiger te zijn om de heilsboodschap te verkondigen aan de mensen van onze tijd. Wij sporen dus deze dierbare zonen vaderlijk aan om zich het grote moment van het oecumenisch Concilie waardig te tonen en met vurigheid de verwachting en de hoop in vervulling te doen gaan, die de Kerk in hen heeft gesteld.
Eerbiedwaardige broeders, zoals uw kinderen in Christus uw zorgen gedeeld hebben aangaande de resultaten van het Concilie, door te bidden, door uw bekommernissen, uw verwachtingen en uw vreugden te delen, zo hebben wij ook goede hoop, dat zij u zullen willen overstelpen van vreugde bij uw terugkeer in uw bisdommen, door het edelmoedige besluit, dat zij zullen nemen om u te helpen. En wij wensen zelfs vurig, dat er openbare manifestaties zullen plaatsvinden bij uw terugkeer in uw vaderland, die getuigenis afleggen van de eer en de dankbaarheid, die het grote werk vereist, dat gij hebt voltooid in vereniging met ons ten koste van zoveel voorzichtigheid, wijsheid en de grootste activiteit. Een derge-
lijke demonstratie is passend voor hen, die voor de ogen van de Kerk nieuwe na te streven doeleinden hebben vastgesteld en tegelijkertijd op zo gezagvolle wijze aan de mensen de rechte weg hebben leren kennen van de menselijke waardigheid, de broederlijke liefde, de vrede en de eenheid. Door u is er een hoopvolle verwachting gekomen in de Kerk en in de wereld; gelukkig zij, die u zullen helpen om ze te blijven koesteren, ze te versterken en tot verwezenlijking te brengen. Maar gij weet, eerbiedwaardige broeders, hoezeer de moeilijke en hoogst belangrijke taak, die gij hebt te vervullen na de sluiting van het Concilie, de menselijke krachten te boven gaat. De toepassing van de wetten van het Concilie zal dan ook aan de Kerk niet de vruchten opleveren, die zij verwacht, tenzij bij uw pogingen zich de hulp zal voegen van de goddelijke Verlosser, die gezegd heeft ,zonder Mij kunt gij niets doen' (Joh. 15, 5), en tenzij de werking van de Heilige Geest ook in de toekomst zal blijven binnendringen in de ziel van de herders, om ze te verlichten en te versterken. Daarom vormt het gebod - dat als het ware de ademhaling van de Kerk is - en in het bijzonder het gebed tot de Heilige Geest, aan wie het toekomt de voetstappen van de leerlingen van Christus te leiden, de voornaamste plicht, die is voorgeschreven gedurende de laatste periode van het Concilie. De gelovigen zullen er de bovennatuurlijke krachten uit putten om zich te kunnen begeven op de weg, vol van hoop, die zich reeds voor hen opent; om met volledige toestemming te kunnen gehoorzamen aan de beschikkingen van de Kerk. Deze verlangt, vooral op het ogenblik, kinderen, die volgzaam zijn in de gehoorzaamheid, voortvarend van handelen, edelmoedig in de moeilijkheden, die zij wellicht het hoofd zullen moeten bieden. Mogen zij daarom van God, door het gebed, een talrijke schare van heiligen verkrijgen, die naar het voorbeeld van heilige Carolus Borromeus voor het christen volk een voorbeeld en een uitnodiging mogen zijn om de decreten van het Concilie getrouw uit te voeren. Men moet juist vooral van dergelijke mensen de ware vernieuwing van de Kerk verwachten, die het vurig verlangen is van het oecumenisch Concilie.
Bij dit einde hebben wij besloten, eerbiedwaardige broeders, om een triduum van plechtige gebeden voor te schrijven in alle bisdommen van de wereld, in iedere parochie en kloostergemeenschap, voor de sluiting van het oecumenisch Concilie. Deze gebeden zullen verricht worden gedurende de aanstaande noveen ter ere van de allerzaligste onbevlekte maagd Maria; zij zullen niet uitsluitend tot doel hebben om dank te brengen aan God, zoals het behoort, noch om nieuwe bovennatuurlijke gunsten te vragen; maar zij kunnen ook een geschikte gelegenheid vormen om de gelovigen te wijzen op hun nieuwe plichten en hen aan te sporen om hun krachten te verenigen met uw initiatieven om de heilzame voorschriften van het oecumenisch Concilie snel ingang te doen vinden in het persoonlijke en openbare leven van de christenen.

Laat ons tenslotte voor u, eerbiedwaardige broeders, de wens uitdrukken, dat gij vanuit Rome aan uw gelovigen de nodige instructies en opwekkingen geeft met betrekking tot deze gebeden en dat er maatregelen worden genomen, opdat bij de viering van de sluiting van het Concilie, op dezelfde dag en op hetzelfde uur, geheel de katholieke familie op alle punten van de aarde verenigd is, één van stem en één van ziel met de plaatsbekleder van Christus en hun herders in een vurig gebed.

Gesteund door deze hoop, u geheel toegenegen in de Heer, verlenen wij de apostolische zegen, onderpand van de goddelijke genaden en getuigenis van onze welwillendheid, aan u allen en aan ieder van u, eerbiedwaardige broeders, en aan de geestelijkheid en het volk, die aan uw zorgen zijn toevertrouwd.

Gegeven te Rome, bij Sint Pieter, 4 november op het feest van de heilige Carolus Borromeus van het jaar 1965, het derde van ons pontificaat.

Paulus VI, Paus

Document

Naam: POSTREMA SESSIO
Schrijft gebeden voor b.g.v. de naderende sluiting van het Tweede Vaticaans Concilie
Soort: H. Paus Paulus VI - Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 4 november 1965
Copyrights: © 1966, Katholiek Archief 21e jrg
Bewerkt: 12 november 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam