• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

EERSTE RADIOBOODSCHAP TOT DE WERELD, WAARNA DE EERSTE ZEGEN URBI ET ORBI NA DE PAUSKEUZE DE DAG ERVOOR

Eerbiedwaardige broeders,

"Vocabor Johannes". Deze naam klinkt Ons zoet in de oren omdat hij de naam van Onze vader is. Hij is Ons dierbaar omdat de nederige parochie waar Wij het heilig Doopsel ontvingen aan de H. Johannes is toegewijd. Het is de plechtige naam van talloze kathedralen, verspreid over geheel de wereld. In de eerste plaats van de hoog heilige Lateraanse basiliek, Onze kathedraal. Het is de naam, die in de lange rèeks van Pausen van Rome het meest voorkomt. Immers 22 Pausen wier legitimiteit onbetwist vaststaat, droegen de naam Johannes. Het pontificaat van hen allen duurde maar kort.

Wij hebben er de voorkeur aan gegeven de kleinheid van Onze naam achter deze schitterende rij van Pausen te verbergen. En heette de Evangelist Marcus, glorie en beschermheer van Ons dierbaar Venetië, degene die de H. Petrus, Prins der Apostelen en eerste bisschop van de Kerk van Rome, liefhad als Zijn zoon niet ook Johannes met Zijn voornaam.

Maar Wij beminnen de naam Johannes, die aan Ons en de Kerk zo dierbaar is, in bijzondere mate om Zijn dubbele betekenis van de naam van twee mannen die Onze Heer Jezus Christus, de Goddelijke Verlosser der gehele wereld en de stichter der Kerk, het naast van allen stonden: Johannes de Doper, de voorloper van Onze Heer, was zeker niet het licht, maar getuige van het licht. En Hij was werkelijk een onoverwinnelijk getuige der waarheid van het recht, van de vrijheid in de prediking in het Doopsel der boetvaardigheid, in het vergoten bloed. De andere Johannes, de apostel en evangelist, de lieveling van Christus en van Zijn aller-zoetste Moeder, die bij het laatste avondmaal tegen de borst van Zijn Heer rustte en daaruit die liefde puurde waarvan Hij tot in hoge ouderdom de vlam levendig bewaarde.

Geve God dat zowel de ene als de andere Johannes en de gehele Kerk voor Ons aller-nederigste herderschap pleiten, hetwelk volgt op het zo goed volbrachte herderschap van Onze voorganger Pius XII zaliger gedachtenis, en diens zo roemrijke voorgangers in de Kerk.

Mogen zij bij de geestelijkheid en geheel het volk pleitbezorgers zijn van Ons werk waarmee Wij de weg des Heren willen bereiden, Zijn paden recht maken, opdat de oneffen paden effen worden en alle vlees Gods Heil zal zien (Lc. 3, 4-5). En Johannes de Evangelist, die zoals hij zelf verzekert Maria, de Moeder van Christus en van Ons allen, met zich meenam moge tezamen met haar de volgende aansporing steunen of verhoren, die het leven en de vreugde der Katholieke en Apostolische Kerk en bovendien de vrede en de welvaart van alle volkeren is. "Kindertjes hebt elkander lief". Want dit is het hoogste gebod van de Heer. Geve God in Zijn welwillendheid, eerbiedwaardige broeders, dat Wij dezelfde naam aannemend als de eerste van deze reeks Pausen met behulp van de Goddelijke genade zo heilig mogen leven als Hij en Zijn gemoedssterkte mogen bezitten, zelfs - indien het God mocht behagen - tot aan het vergieten van het bloed.

In dit uur van spanning, waarin Ons door de geheime wilsbeschikking van de Goddelijke Voorzienigheid na de dood van Onze voorganger Paus Pius XII z.g., die Zich ten opzichte van de Kerk zulke grote verdiensten verworven heeft, de zware last van het Opperherderschap op Onze schouders werd gelegd, is Ons hart bedrukt en moedeloos.

Wij richten daarom voor alles vurige smeekbeden tot God, opdat Hij in Zijn onmetelijke. goedheid Ons in Onze zwakheid en machteloosheid kracht moge schenken, Onze geest moge verlichten en Onze wil sterken. Wij omhelzen vervolgens met grote liefde de dierbare leden van het H. College van Kardinalen, waarvan de voortreffelijke gaven en deugden Ons wel bekend zijn, daarbij Ons in het bijzonder richtend tot degenen die Wij met smart verre van ons weten en wier leed en nood Ons zo diep bewegen.

Wij wensen voorts Onze vaderlijke en liefdevolle welwillendheid jegens al Onze eerbiedwaardige broeders in het Episcopaat te betuigen, die over de gehele wereld hun krachten geven aan de verzorging van de wijngaard des Heren.

Wij kunnen ook niet nalaten de priesters te gedenken, die de uitdelers der geheimen Gods zijn en in het bij­zonder de missionarissen, die als herauten van het God­delijk Woord geen offer schuwen om aan de Evange­lische waarheid in verre landen verspreiding te geven. De kloosterlingen, mannen en vrouwen, die met ver­lichte ijver hun krachten in dienst van de Kerk stellen en ook die leken, die onder leiding van hun bisschoppen in de vreedzame gelederen der Katholieke Actie strij­den en tevens alle anderen, die in welke vorm ook bij­stand verlenen aan het apostolaatwerk der hiërarchie. Hen allen tezamen en eenieder van hen afzonderlijk zegenen Wij uit het diepst van Ons hart. Wij bidden ook tot God voor al diegenen, die in Christus Onze kinderen zijn, maar in het bijzonder voor de armen en de zieken en Wij smeken Hem aan allen in overvloe­dige mate de nodige hulp en de hemelse troost te ge­ven.

Onder deze zonen en dochters zijn aan Ons vaderlijk hart bijzonder dierbaar de gelovigen van het gewest Venetië, waar Wij het herderlijk ambt hebben uitge­oefend en die van het diocees Bergamo, waar Wij het levenslicht aanschouwden. Èn als Wij thans zo ver daarvan verwijderd zijn, zijn Wij er toch tegenwoordig in de liefde van Jezus Christus en zullen Wij dat ook steeds blijven. Wij vertrouwen er zelfs op, dat hun gebeden verenigd met de Onze tot God omhoog zullen stijgen om Zijn hemelse gunsten af te smeken. Onze gedachten gaan echter heel in het bijzonder uit naar de bisschoppen, de priesters, de kloosterzusters en alle gelovigen, die in de landen leven, waar de katholieke godsdienst geen enkele vrijheid meer heeft of die nog slechts in be­perkte mate geniet, waar· de onschendbare rechten van de mens op vermetele wijze met voeten worden ge­treden, waar de rechtmatige herders of verbannen werden, of gevangen gehouden dan wel belemmerd wor­den hun herderlijk ambt naar behoren uit te oefenen. Wij wensen dat zij weten, dat Wij hun leed, hun angst en hun droefheid met hen delen, en dat Wij de Heer, schenker van alle goeds, smeken eindelijk een einde te maken aan deze onmenselijke vervolgingen, die niet al­leen de rust en de welvaart van de getroffen volkeren ondermijnen, doch ook in open tegenstelling staan tot de moderne beschaving en de sinds lang erkende rech­ten van de mens.

Moge God, de geesten van degenen, die aan het hoofd van die landen staan, verlichten, moge Hij aan de ver­volgers vergeving schenken en aan allen, die niet de vrijheid genieten, welke hun rechtmatig toekomt, spoe­dig betere en gelukkiger tijden schenken.
Maar evenals de Westerse Kerk omhelzen Wij met even grote vaderlijke liefde de Oosterse Kerk. Wij openen bovendien Ons hart en Onze armen wijd voor al degenen, die van Onze Apostolische Stoel zijn afge­scheiden, waarin Petrus zelf in Zijn opvolgers voort­leeft "tot aan het einde der wereld", (Mt. 28, 20) en het bevel ten uitvoer legt, dat Hem door Christus werd gegeven alles op deze aarde te binden en te ont­binden (Mt. 16, 19) en de lammeren van de Heer te weiden (Joh. 21, 15-17). Wij verlangen vurig naar hun terugkeer naar het huis van de algemene Vader en Wij herhalen daarom de woorden van de Goddelijke Verlosser: "Heilige Vader, bewaar hen in Uw naam, die Gij mij hebt gegeven, opdat zij een mogen zijn zoals wij" (Joh. 17, 11). Op deze wijze zal het worden "een kudde, een herder" (Joh. 10, 16). Laten Wij dus allen - zo bezweren Wij - vol goede wil en vol liefde komen en moge deze terugkeer onder ingeving en met de hulp van de genade spoedig werkelijkheid worden. Zij zullen geen vreemd huis betreden, maar hun eigen huis, hetzelfde dat eens opgeluisterd werd door de ver­heven leer en deugden van hun voorvaderen.
Het moge Ons thans vergund zijn een beroep te doen op de regeerders van alle naties, in wier handen het lot, de welvaart en de hoop van de verschillende volkeren is gelegd. Waarom worden niet eindelijk de conflicten en meningsverschillen op billijke wijze bijgelegd? Waarom worden de hulpbronnen van de menselijke geest en de rijkdommen der volkeren vaker aangewend voor het smeden van wapenen, - verderfelijke instrumenten voor het brengen van dood en verwoesting - dan voor de vermeerdering van het welzijn der bevolkingsklassen, vooral van degenen, die het minst bedeeld zijn. Zeker Wij weten, dat ernstige en nauwelijks overkoombare moeilijkheden aan zulk een prijzenswaardig voornemen en aan het slechten der geschillen in de weg staan. Maar zij dienen zelfs ten koste van grotere inspanning zegevierend overwonnen te worden. Het gaat immers om de belangrijkste onderneming nauw verbonden met het welzijn van geheel het menselijk geslacht. Zet u dus aan het werk met vertrouwen en moed in de gloed van het licht, dat van boven komt, en met de hulp van God. Richt uw blikken op de volkeren, die u zijn toevertrouwd en luistert naar hun stem. Wat vragen zij van u? Waar smeken zij u om? Zij vragen niet om de monsterachtige oorlogsmachines, die Onze tijd heeft voortgebracht, en die slechts broedermoord en universele ondergang kunnen brengen. Zij vragen om vrede. Die vrede, welke de mensen van nu in staat stelt in vrijheid te leven, tot bloei te komen en te gedijen. Zij willen rechtvaardigheid, waardoor de wederzijdse rechten en plichten der verschillende klassen eindelijk in een billijke oplossing met elkander worden verzoend. Zij vragen tenslotte rust en eensgezindheid, waaruit alleen de werkelijke welvaart voort kan komen. In de vrede immers, mits hij gegrond is op de wettige rechten van eenieder en bestendigd wordt door broederlijke naastenliefde, ontwikkelen zich de kunsten en de beschaving, bundelen zich de krachten van allen in productieve energie, groeien de nationale en particuliere rijkdommen. De gedachten hierover van de grote geesten zijn bekend. De vrede is "de geordende eensgezindheid van de mensen" H. Augustinus, Over de Stad Gods, De Civitate Dei. 19-13. Vrede is "rust in orde" H. Augustinus, Over de Stad Gods, De Civitate Dei. 19-13 H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. II-II, 29/1 ad 1. "Het woord vrede is zoet, hetgeen het betekent is heilzaam. Er bestaat echter een zeer groot verschil tussen vrede en slavernij. De ware vrede is rust in vrijheid". Cicero, Philippica. 2-44.
Men moet opnieuw aandachtig overdenken en overwe­gen wat de engelen boven de kribbe van het Goddelijk Kind zongen "Glorie aan God in den hoge, vrede op aarde aan de mensen van goede wil" (Lc. 2, 14). Men schenkt inderdaad geen ware vrede aan de bur­gers, aan de volkeren en aan de Naties, wanneer men de vrede niet eerst schenkt in hun gemoed. Want er kan geen uiterlijke vrede zijn, indien deze niet de weerspiegeling is van een innerlijke vrede en indien de innerlijke vrede de andere niet leidt. Zonder de innerlijke vrede staat alles wankel en is in gevaar om in te storten. Doch alleen de godsdienst kan aan deze vrede voedsel, kracht en bestendigheid geven. Mogen degenen hieraan denken, die de naam van God afwijzen, Zijn heilige rechten met voeten treden en tenslotte met vermetele hardnekkigheid pogen de godsvrucht in de harten der mensen te doven.
In dit ernstige uur herhalen Wij de woorden en de be­loften van de Verlosser: "Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u" (Joh. 14, 27).
En in het teken van deze ware en volle vrede en als onderpand daarvan en van alle overige hemelse gunsten geven Wij in vurige liefde de Apostolische Zegen Urbi et Orbi.

Document

Naam: EERSTE RADIOBOODSCHAP TOT DE WERELD, WAARNA DE EERSTE ZEGEN URBI ET ORBI NA DE PAUSKEUZE DE DAG ERVOOR
Soort: H. Paus Johannes XXIII - Urbi et Orbi
Auteur: H. Paus Johannes XXIII
Datum: 29 oktober 1958
Copyrights: © 1958, Katholiek Archief 13e jrg., no. 46 p. 1078-1082
Bewerkt: 26 maart 2015

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam