• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Een nog meer edelmoedige, wijze en verstandige pastorale inzet, naar het voorbeeld van de Goede Herder, is vereist voor de gezinnen die zich - vaak onafhankelijk van hun eigen wil, of onder de druk van allerlei andere problemen - geplaatst zien voor objectief moeilijke situaties.

In dit verband is het nodig speciale aandacht te vragen voor enkele bijzondere categorieën die meer behoefte hebben niet alleen aan bijstand maar ook aan een meer ingrijpende druk op de publieke opinie en vooral op de culturele, economische en juridische structuren, om de diepe oorzaken van hun zorgen zoveel mogelijk weg te nemen.

Dat zijn bijvoorbeeld:

  • de gezinnen die emigreren vanwege het werk;
  • de gezinnen van degenen die gedwongen zijn tot langdurige afwezigheid, zoals militairen, zeevarenden, reizigers van allerlei soort;
  • de gezinnen van gevangenen, van vluchtelingen en van verbannenen;
  • de gezinnen die in de grote steden praktisch afgesloten van de anderen leven;
  • de gezinnen die geen huis hebben;
  • de onvolledige gezinnen en de gezinnen met één enkele ouder;
  • de gezinnen met gehandicapte of aan drugs verslaafde kinderen;
  • de gezinnen van alcoholisten;
  • de gezinnen die weggerukt zijn uit hun cultureel of maatschappelijk milieu of die dat gevaar lopen;
  • de gezinnen die gediscrimineerd worden om politieke of andere redenen;
  • de gezinnen die verdeeld zijn wat de wereldbeschouwing betreft;
  • de gezinnen die er moeilijk in slagen contact te hebben met de parochie;
  • de gezinnen die geweld of onrechtvaardige behandelingen ondergaan omwille van het geloof;
  • de gezinnen van minderjarige echtgenoten;
  • de bejaarden die niet zelden gedwongen zijn in eenzaamheid te leven en zonder passende middelen van bestaan.

De gezinnen van emigranten, speciaal waar het gaat om arbeiders en boeren, moeten overal in de Kerk hun vaderland kunnen vinden. Dit is een taak die voortvloeit uit de natuur zelf van de Kerk, die immers teken van eenheid in verscheidenheid is. Voor zover mogelijk, moeten de emigranten bijgestaan worden door priesters van hun eigen ritus, cultuur en taal. Het is ook de taak van de Kerk een beroep te doen op het publieke geweten en op allen die gezag hebben in het sociale, economische en politieke leven, opdat de arbeiders werk kunnen vinden in hun eigen streek en land en een rechtvaardig loon ontvangen; opdat de gezinnen zo spoedig mogelijk weer verenigd worden, gerespecteerd worden in hun culturele identiteit, op dezelfde wijze behandeld worden als andere gezinnen en dat tenslotte aan hun kinderen de gelegenheid gegeven wordt voor beroepsopleiding en -uitoefening alsook voor het bezit van het land dat nodig is om te werken en te leven.

Een moeilijk probleem is dat van de gezinnen die verdeeld zijn wat de wereldbeschouwing betreft. In deze gevallen is een bijzondere pastorale zorg nodig. Vóór alles moet men op verstandige wijze een persoonlijk contact onderhouden met die gezinnen. De gelovigen moeten versterkt worden in hun geloof en bevestigd in hun christelijk leven. Ook al mag de partij die trouw is aan het katholiek geloof, niet wijken, toch moet deze steeds in een levende dialoog blijven met de andere partij. Men moet de uitingen van liefde en respect vermenigvuldigen, in de vaste hoop de eenheid te kunnen bewaren. Veel hangt ook af van de relaties tussen ouders en kinderen. De wereldbeschouwingen die vreemd zijn aan het geloof, kunnen overigens de gelovige leden van het gezin stimuleren in de groei van de liefde en van de bewijzen van liefde.

Andere moeilijke omstandigheden waarin het gezin behoefte heeft aan de hulp van de kerkgemeenschap en van haar herders, kunnen zijn: de rusteloze, opstandige en soms stormachtige jeugd van de kinderen; hun huwelijk, dat hen losmaakt van het gezin waaruit zij komen; het gebrek aan tederheid of liefde van de kant van de meest dierbare personen; het in de steek gelaten worden door de partner of het verlies van de partner, waarmee de smartelijke ervaring begint van het weduwschap of van de dood van een gezinslid, die de oorspronkelijke kern van het gezin verminkt en diepgaand verandert.

De Kerk mag evenmin de omstandigheid van de oude dag verwaarlozen, met heel zijn positieve en negatieve inhoud: de verdieping van de echtelijke liefde, steeds meer gezuiverd en veredeld door de lange en ononderbroken trouw; de bereidheid de opgespaarde goedheid en wijsheid en de overgebleven krachten in nieuwe vorm in dienst te stellen van anderen; de drukkende eenzaamheid, vaak meer psychologisch en gevoelsmatig dan lichamelijk, door het eventueel in de steek gelaten worden of door de onvoldoende belangstelling van de kant van de kinderen en verwanten; lijden en ziekte, door het geleidelijke verval van de krachten of door de vernedering van de afhankelijkheid van anderen of door de bitterheid van het zich misschien tot last voelen van de eigen dierbaren, door het naderen van de laatste ogenblikken van het leven. Dit zijn de gelegenheden waarin het gemakkelijker is - zoals de synodevaders hebben aangeduid - de verheven aspecten van de huwelijks- en gezinsspiritualiteit te doen begrijpen en beleven die geïnspireerd worden door de waarde van het kruis en de verrijzenis van Christus, bron van heiliging en diepe vreugde in het dagelijkse leven, in het perspectief van de grote eschatologische werkelijkheden van het eeuwige leven.

In al die verschillende situaties mag men nooit het gebed vergeten, bron van troost en kracht en voedsel voor de christelijke hoop.

Helaas toont de dagelijkse ervaring aan dat degenen die hun toevlucht nemen tot echtscheiding, meestal de bedoeling hebben een nieuwe levensverbintenis aan te gaan, uiteraard niet met de katholieke godsdienstige ritus. Aangezien het hier om een plaag gaat die, evenals andere, ook de katholieke milieus steeds verder aantast, moet dit probleem zonder uitstel zorgvuldig aangepakt worden. De synodevaders hebben het uitdrukkelijk bestudeerd. De Kerk, die ingesteld is om alle mensen en vooral de gedoopten tot het heil te brengen, kan uiteraard degenen die - reeds gebonden door een sacramentele huwelijksverbintenis - opnieuw zijn getrouwd, niet aan zichzelf overlaten. Daarom zal zij zich steeds onvermoeibaar inspannen om hun haar heilsmiddelen ter beschikking te stellen.

De herders moeten weten dat zij, uit liefde voor de waarheid, verplicht zijn de situaties goed te onderscheiden. Er is immers verschil tussen degenen die zich oprecht ingespannen hebben om hun eerste huwelijk te redden, maar op volkomen onrechtvaardige wijze in de steek gelaten zijn, en degenen die door hun eigen zware schuld een kerkrechtelijk geldig huwelijk stuk gemaakt hebben. Tenslotte zijn er degenen die een nieuwe verbintenis zijn aangegaan met het oog op de opvoeding van de kinderen en die soms in geweten overtuigd zijn dat het vorige huwelijk, dat onherstelbaar verbroken is, nooit geldig is geweest.

Samen met de synode spoor ik de herders en heel de gemeenschap van gelovigen vurig aan de gescheidenen te helpen en met zorgzame liefde ervoor te waken dat zij niet als van de Kerk gescheidenen worden beschouwd, daar zij als gedoopten mogen en zelfs moeten deelnemen aan haar leven. Zij dienen daarenboven aangespoord te worden naar het Woord Gods te luisteren, het misoffer bij te wonen, te volharden in het gebed, de werken van naastenliefde en alle initiatieven van de gemeenschap ten bate van de rechtvaardigheid te begunstigen, de kinderen op te voeden in het christelijk geloof, zich toe te leggen op de geest en op de werken van boetvaardigheid om zo van dag tot dag de genade van God af te smeken. De Kerk moet voor hen bidden, hen aanmoedigen, zich een barmhartige moeder tonen en hen zo steunen in het geloof en de hoop.

Niettemin bevestigt de Kerk haar praktijk, gebaseerd op de heilige Schrift, de hertrouwde gescheidenen niet tot de communie toe te laten. Zij verhinderen immers zelf dat zij toegelaten worden, aangezien hun levensstaat en situatie objectief in tegenspraak zijn met de liefdesgemeenschap tussen Christus en de Kerk, die in de Eucharistie haar teken en verwerkelijking vindt. Er is bovendien nog een andere, speciaal pastorale reden: als men deze mensen tot de communie toelaat, zullen de gelovigen in dwaling en verwarring gebracht worden omtrent de leer van de Kerk over de onontbindbaarheid van het huwelijk. De verzoening in het sacrament van de Boete, die de weg opent naar het sacrament van de Eucharistie, kan verder alleen verleend worden aan degenen die er berouw over hebben dat zij het teken van het verbond en de trouw van Christus geschonden hebben en die oprecht bereid zijn een vorm van leven te leiden die niet meer in tegenspraak is met de onontbindbaarheid van het huwelijk. Dit brengt concreet mee dat de man en de vrouw "de verplichting op zich nemen in volledige onthouding te leven, d.w.z. zich van de eigenlijke huwelijksdaad te onthouden" H. Paus Johannes Paulus II, Homilie, Bij de sluiting van de 7e Bisschoppensynode (over het Gezin) (25 okt 1980), 7, wanneer zij om serieuze redenen - zoals bijvoorbeeld de opvoeding van kinderen - niet kunnen voldoen aan de verplichting uit elkaar te gaan.

Het respect dat verschuldigd is aan het sacrament van het Huwelijk, alsmede aan de echtgenoten zelf, aan hun gezinsleden en ook aan de gemeenschap van de gelovigen, verbiedt eveneens aan alle herders, om welk motief of om welke pastorale reden ook, voor gescheidenen die hertrouwen, plechtigheden van welke aard ook te organiseren. Deze zouden namelijk de indruk geven van de viering van een nieuw sacramenteel en geldig huwelijk en bijgevolg tot dwaling leiden omtrent de onontbindbaarheid van het geldig gesloten huwelijk.

Door zo te handelen, belijdt de Kerk haar trouw aan Christus en aan zijn waarheid; en tegelijkertijd gedraagt zij zich als een bezorgde moeder jegens deze kinderen van haar, speciaal jegens hen die buiten hun schuld in de steek gelaten zijn door hun wettige partner.

Zij gelooft bovendien vol vertrouwen dat allen die zich verwijderd hebben van het gebod van de Heer en nog in zo'n situatie leven, van God de genade van de bekering en van het heil kunnen verkrijgen, als zij volharden in het gebed, in de boete en in de liefde.

Document

Naam: FAMILIARIS CONSORTIO
Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 22 november 1981
Copyrights: © 1982, Stg. Verkondiging, Roermond
Bewerkt: 1 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam