• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De ondeelbare eenheid van de echtelijke communicatie
De eerste communicatie is die welke zich vormt en ontwikkelt tussen de echtgenoten: krachtens het verbond van echtelijke liefde zijn de man en de vrouw "niet meer twee, maar één vlees" (Mt. 19, 6) Vgl. Gen. 2, 24 en zijn zij geroepen voortdurend te groeien in hun omgang door de dagelijkse trouw aan de huwelijksbelofte van wederzijdse totale overgave.

Deze echtelijke communicatie heeft haar wortels in het feit dat man en vrouw van nature elkaar aanvullen en zij voedt zich door middel van de persoonlijke wil van de echtgenoten hun hele leven samen te delen, alles wat zij hebben en zijn: daarom is een dergelijke communicatie de vrucht en het teken van een diep menselijk vereiste. Maar in Christus de Heer neemt God dit menselijk vereiste op, bevestigt het, zuivert het en verheft het en brengt het tot volmaaktheid in het sacrament van het huwelijk: de heilige Geest, die is uitgestort in de sacramentele viering, biedt de gehuwden de gave aan van een nieuwe omgang, van een liefde, die een levend beeld is van de uitzonderlijke eenheid welke van de Kerk het ondeelbare mystieke Lichaam van de Heer maakt.

De gave van de Geest is levensopdracht voor de christelijke gehuwden en tegelijk een stimulans om iedere dag voortgang te maken op de weg van een steeds rijkere vereniging met elkaar op alle niveaus - van lichaam, van karakter, van hart, van verstand en wil, van ziel Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Homilie, Kinshasa, Mis voor de gezinnen (3 mei 1980), 4 -, om zo aan de Kerk en aan de wereld het nieuwe liefdesverkeer te openbaren dat geschonken is door de genade van Christus.

Een dergelijke communicatie wordt radicaal gedwarsboomd door de polygamie: deze ontkent immers op directe wijze de bedoeling van God, zoals die ons aan het begin geopenbaard wordt, omdat zij tegengesteld is aan de gelijke waardigheid van man en vrouw als personen die zich in het huwelijk aan elkaar wegschenken met een liefde welke totaal is en daarom uniek en exclusief. Zoals het Tweede Vaticaans Concilie schrijft: "De door de Heer bevestigde eenheid van het huwelijk blijkt op overduidelijke wijze ook uit de gelijke waardigheid als persoon van man en vrouw, die tot uitdrukking behoort te komen in wederkerige en totale liefde". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 49 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Homilie, Kinshasa, Mis voor de gezinnen (3 mei 1980), 4

Een eerste onregelmatige situatie wordt gevormd door het zogenaamde "proefhuwelijk", dat velen in deze tijd willen rechtvaardigen door er een zekere waarde aan toe te kennen. Alleen al het menselijk verstand wijst de onaanvaardbaarheid ervan aan, want het laat zien hoe weinig passend het is dat men een proef neemt met menselijke personen, wier waardigheid veeleer eist dat zij altijd en alleen doel zijn van de liefde die zich aan ieder van beide personen wegschenkt zonder enig voorbehoud van tijd of van een andere omstandigheid.

De Kerk kan van haar kant zo'n vorm van samenleving niet toestaan om andere bijzondere en oorspronkelijke redenen die voortvloeien uit het geloof. Van de ene kant is namelijk de gave van het lichaam in de seksuele relatie het werkelijke teken van de schenking van de hele persoon; een dergelijke schenking kan echter in de actuele heilseconomie niet in volle waarheid geschieden zonder de medewerking van de geestelijke liefde die door Christus geschonken wordt. Van de andere kant is het huwelijk van twee gedoopten het werkelijke symbool van de vereniging van Christus met de Kerk, een vereniging die niet tijdelijk is en "op proef" maar eeuwig trouw; daarom kan tussen twee gedoopten slechts een onontbindbaar huwelijk bestaan.

Gewoonlijk kan zo'n situatie niet overwonnen worden, als de menselijke persoon er niet toe is opgevoed, vanaf zijn kinderjaren, om, met de hulp van de genade van Christus, en zonder vrees, de opkomende begeerte te beheersen en om met anderen banden van waarachtige liefde aan te knopen. Dit kan niet bereikt worden zonder een serieuze opvoeding tot echte liefde en tot het juiste gebruik van de seksualiteit, een opvoeding die de menselijke persoon in al zijn dimensies, en dus ook in zijn lichamelijke dimensie, voert tot de volheid van het mysterie van Christus.

Het zal zeer nuttig zijn een onderzoek in te stellen naar de oorzaken van dit verschijnsel, ook naar zijn psychologische en sociologische aspecten, om te bereiken dat men er een passende therapie voor vindt.

Er bestaan ook vrije samenlevingen zonder enige band die het karakter hebben van een publiek erkende instelling, hetzij burgerlijk hetzij kerkelijk. Ook dit verschijnsel - dat ook steeds vaker voorkomt - moet vanzelfsprekend de aandacht trekken van de zielenherders, ook omdat er redenen aan ten grondslag kunnen liggen die veel van elkaar verschillen en waarvan de gevolgen wellicht beperkt kunnen worden als men deze redenen nauwkeurig leert kennen.

Sommigen voelen er zich als het ware toe genoodzaakt door moeilijke situaties - economische, culturele en godsdienstige - in zover zij, door op wettige wijze te trouwen, blootgesteld zouden worden aan schade, aan het verlies van economische voordelen, aan onrechtvaardige discriminatie enz. Bij anderen daarentegen ontmoet men een houding van minachting, van verzet of verwerping van de maatschappij, van het gezin als instituut, van de sociaal-politieke orde, of een houding van alleen maar genot zoeken. Anderen tenslotte worden ertoe gedwongen door volstrekte onwetendheid of uiterste armoede, soms door een situatie die ontstaan is uit werkelijk onrechtvaardige omstandigheden, of uit een bepaalde psychische onrijpheid die hen onzeker maakt en bevreesd een vaste en definitieve verbintenis aan te gaan. In sommige landen erkennen de traditionele gewoonten het echte en eigenlijke huwelijk eerst na een periode van samenleving en na de geboorte van het eerste kind.

Al deze elementen stellen de Kerk voor moeilijke pastorale problemen wegens de ernstige gevolgen die eruit voortvloeien, zowel godsdienstige als zedelijke (verlies van de godsdienstige betekenis van het huwelijk, voor zover het beschouwd wordt als een verbond van God met zijn volk; beroving van de genade van het sacrament; zware ergernis) alsook sociale (afbraak van het begrip "gezin"; verzwakking van de zin voor trouw, ook jegens de maatschappij; mogelijke psychische trauma's bij de kinderen; versterking van het egoïsme).

De herders en de kerkelijke gemeenschap zullen deze situaties en hun ware oorzaken moeten kennen, geval voor geval om samenlevenden met discretie en respect te benaderen; zij moeten te werk gaan met de geduldige voorlichting, liefdevolle correctie en christelijk gezinsgetuigenis die de weg kunnen effenen voor het gezondmaken van deze situatie. Maar zij moeten vooral preventief te werk gaan, door de zin van trouw te ontwikkelen in heel de zedelijke en godsdienstige opvoeding van de jongeren; door hen te onderrichten over de voorwaarden en de structuren die de trouw begunstigen, zonder welke er geen werkelijke vrijheid bestaat; door hen te helpen geestelijk rijper te worden, door hen de echte menselijke en bovennatuurlijke rijkdom van het sacrament van het huwelijk te leren begrijpen.

Het volk Gods moet ook de burgerlijke overheid bewerken, opdat deze weerstand biedt aan de tendensen die de maatschappij zelf ontbinden en schadelijk zijn voor de waardigheid, het welzijn en de voorspoed van de afzonderlijke burgers en opdat zij zich inspant om te voorkomen dat de publieke opinie ertoe gebracht wordt het belang van het huwelijk en het gezin als instituut te onderschatten. En aangezien in veel streken de jongeren, wegens de uiterste armoede die het gevolg is van onrechtvaardige of ontoereikende sociaaleconomische structuren, niet in staat zijn op passende wijze te trouwen, moeten de maatschappij en de regeringen het wettige huwelijk begunstigen door een gezinsinkomen te garanderen, door beslissingen te nemen over een huisvesting die geschikt is voor het gezinsleven, door passende arbeids- en levensmogelijkheden te verschaffen.

Helaas toont de dagelijkse ervaring aan dat degenen die hun toevlucht nemen tot echtscheiding, meestal de bedoeling hebben een nieuwe levensverbintenis aan te gaan, uiteraard niet met de katholieke godsdienstige ritus. Aangezien het hier om een plaag gaat die, evenals andere, ook de katholieke milieus steeds verder aantast, moet dit probleem zonder uitstel zorgvuldig aangepakt worden. De synodevaders hebben het uitdrukkelijk bestudeerd. De Kerk, die ingesteld is om alle mensen en vooral de gedoopten tot het heil te brengen, kan uiteraard degenen die - reeds gebonden door een sacramentele huwelijksverbintenis - opnieuw zijn getrouwd, niet aan zichzelf overlaten. Daarom zal zij zich steeds onvermoeibaar inspannen om hun haar heilsmiddelen ter beschikking te stellen.

De herders moeten weten dat zij, uit liefde voor de waarheid, verplicht zijn de situaties goed te onderscheiden. Er is immers verschil tussen degenen die zich oprecht ingespannen hebben om hun eerste huwelijk te redden, maar op volkomen onrechtvaardige wijze in de steek gelaten zijn, en degenen die door hun eigen zware schuld een kerkrechtelijk geldig huwelijk stuk gemaakt hebben. Tenslotte zijn er degenen die een nieuwe verbintenis zijn aangegaan met het oog op de opvoeding van de kinderen en die soms in geweten overtuigd zijn dat het vorige huwelijk, dat onherstelbaar verbroken is, nooit geldig is geweest.

Samen met de synode spoor ik de herders en heel de gemeenschap van gelovigen vurig aan de gescheidenen te helpen en met zorgzame liefde ervoor te waken dat zij niet als van de Kerk gescheidenen worden beschouwd, daar zij als gedoopten mogen en zelfs moeten deelnemen aan haar leven. Zij dienen daarenboven aangespoord te worden naar het Woord Gods te luisteren, het misoffer bij te wonen, te volharden in het gebed, de werken van naastenliefde en alle initiatieven van de gemeenschap ten bate van de rechtvaardigheid te begunstigen, de kinderen op te voeden in het christelijk geloof, zich toe te leggen op de geest en op de werken van boetvaardigheid om zo van dag tot dag de genade van God af te smeken. De Kerk moet voor hen bidden, hen aanmoedigen, zich een barmhartige moeder tonen en hen zo steunen in het geloof en de hoop.

Niettemin bevestigt de Kerk haar praktijk, gebaseerd op de heilige Schrift, de hertrouwde gescheidenen niet tot de communie toe te laten. Zij verhinderen immers zelf dat zij toegelaten worden, aangezien hun levensstaat en situatie objectief in tegenspraak zijn met de liefdesgemeenschap tussen Christus en de Kerk, die in de Eucharistie haar teken en verwerkelijking vindt. Er is bovendien nog een andere, speciaal pastorale reden: als men deze mensen tot de communie toelaat, zullen de gelovigen in dwaling en verwarring gebracht worden omtrent de leer van de Kerk over de onontbindbaarheid van het huwelijk. De verzoening in het sacrament van de Boete, die de weg opent naar het sacrament van de Eucharistie, kan verder alleen verleend worden aan degenen die er berouw over hebben dat zij het teken van het verbond en de trouw van Christus geschonden hebben en die oprecht bereid zijn een vorm van leven te leiden die niet meer in tegenspraak is met de onontbindbaarheid van het huwelijk. Dit brengt concreet mee dat de man en de vrouw "de verplichting op zich nemen in volledige onthouding te leven, d.w.z. zich van de eigenlijke huwelijksdaad te onthouden" H. Paus Johannes Paulus II, Homilie, Bij de sluiting van de 7e Bisschoppensynode (over het Gezin) (25 okt 1980), 7, wanneer zij om serieuze redenen - zoals bijvoorbeeld de opvoeding van kinderen - niet kunnen voldoen aan de verplichting uit elkaar te gaan.

Het respect dat verschuldigd is aan het sacrament van het Huwelijk, alsmede aan de echtgenoten zelf, aan hun gezinsleden en ook aan de gemeenschap van de gelovigen, verbiedt eveneens aan alle herders, om welk motief of om welke pastorale reden ook, voor gescheidenen die hertrouwen, plechtigheden van welke aard ook te organiseren. Deze zouden namelijk de indruk geven van de viering van een nieuw sacramenteel en geldig huwelijk en bijgevolg tot dwaling leiden omtrent de onontbindbaarheid van het geldig gesloten huwelijk.

Door zo te handelen, belijdt de Kerk haar trouw aan Christus en aan zijn waarheid; en tegelijkertijd gedraagt zij zich als een bezorgde moeder jegens deze kinderen van haar, speciaal jegens hen die buiten hun schuld in de steek gelaten zijn door hun wettige partner.

Zij gelooft bovendien vol vertrouwen dat allen die zich verwijderd hebben van het gebod van de Heer en nog in zo'n situatie leven, van God de genade van de bekering en van het heil kunnen verkrijgen, als zij volharden in het gebed, in de boete en in de liefde.

Document

Naam: FAMILIARIS CONSORTIO
Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 22 november 1981
Copyrights: © 1982, Stg. Verkondiging, Roermond
Bewerkt: 1 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam