• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TOT DE DEELNEMERS AAN HET 5E INTERNATIONAAL THOMISTISCH CONGRES

Met bijzondere vreugde begroeten Wij u, die in deze verheven Stad, de verblijfplaats van de Stoel van Petrus, samengekomen zijt, zowel gij die leden zijt van de Pauselijke Academie van Sint Thomas van Aquino als gij die uit alle landen dit Congres hebt bijgewoond, dat door deze buitengewoon verdienstelijke Academie is bijeengeroepen. Wij hebben inderdaad goede, ja zelfs uitstekende redenen om Ons te verheugen.

Deze Thomistische Academie immers wijkt niet af van de veilige richtlijnen, die haar stichter Leo XIII, onsterfelijker gedachtenis, haar heeft gegeven, en welke Onze Voorgangers, die hem daarna opgevolgd zijn, hebben goedgekeurd en bevestigd: tijdens de algemene congressen en in de zevendaagse bijeenkomsten heeft deze Academie dan ook nooit nagelaten om de filosofie van de Aquinaat te belichten, te verdedigen en uit te dragen. Aangezien deze leer meer dan de andere overeenkomt met de waarheden, die door Gods openbaring gekend zijn, met de geschriften van de H.H. Vaders en met de principes van het gezond verstand, heeft de H. Kerk haar zich als 't ware toegeëigend en haar auteur de titel gegeven van Doctor communis, d.i. universele Leraar. Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over Sint Thomas van Aquino, Studiorum Ducem (29 juni 1923). A.A.S. XV, 1923, p. 314

Omdat gij er niet minder dan Wijzelf volledig van overtuigd zijt, dat de voor altijd geldende principes, de leerstellingen en de methode van de Engelachtige Leraar zich ook uitstrekken over de moraal, waarover het grootste deel van de H. Thomas van Aquino
Summa Theologiae ()
met de meest doelmatige ordening en met de uiterste ernst en duidelijkheid handelt, daarom, zeer beminde zonen, hebt gij tot onderwerp van uw besprekingen de drie volgende onderwerpen behandeld, die van het grootste gewicht zijn voor de leer en die met het thomistische stelsel overeenkomen, met volledig behoud van de richtlijnen der H. Kerk. Deze onderwerpen behandelen het volgende:
  • eerst hebt gij gesproken over de grondslag en de hulpmiddelen van de moraal;
  • vervolgens over de handhaving en de formulering van de rechten van de waarheid, en
  • tenslotte over het juiste begrip van de arbeid.

Het is stellig niet Onze bedoeling om, ook maar in het kort, nader op deze onderwerpen in te gaan: hiervoor kunt ge zeer geschikt gebruik maken van de meer nauwkeurige en uitvoerige documenten van Onze Voorganger Pius XII, onsterfelijker gedachtenis, en van Onze eerste encycliek H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Ad Petri Cathedram
Over waarheid, eenheid en vrede in de geest van liefde
(29 juni 1959)
. Bovendien hebben de zeer deskundige filosofen en theologen, wier namen Wij met grote voldoening op de lijst hebben gelezen, die Ons is overhandigd, deze onderwerpen belicht en grondiger onderzocht zowel tijdens hun besprekingen als in de uitwisselingen van gedachten.

Krachtens het ambt van het opperste leergezag, dat Wij bekleden, is het Onze grootste zorg om het eeuwige heil van de zielen te verzekeren. Dit spoort Ons in deze omstandigheden aan om aan uw geest twee waarheden ter overweging voor te stellen, waarvan Wij menen dat zij van het grootste nut zijn voor het welslagen van uw Congres.
Het eerste, dat Wij menen te moeten opmerken, is het volgende: ofschoon de moraal van Sint-Thomas in schijn slechts naar het doel streeft, dat haar het meest nabij is, namelijk het onderzoek naar het wezen van de dingen, waarin zijn diepste oorzaak wordt opgespoord, is zij er toch steeds op gericht om de mensen te leiden naar het veilig en volmaakt bereiken van hun laatste en bovennatuurlijk doel, dat het eeuwige geluk bevat. De voornaamste eigenschap van deze moraal van Sint-Thomas, waardoor het aardse op een hoger plan wordt gebracht en het bovennatuurlijk doel wordt bereikt, heeft Onze Voorganger Pius XI in zijn encycliek Paus Pius XI - Encycliek
Studiorum Ducem
Over Sint Thomas van Aquino (29 juni 1923)
op bekwame wijze duidelijk gemaakt in deze woorden: “Hij heeft bovendien zo'n beproefde moraaltheologie ontworpen, dat deze in staat is om de menselijke handelingen te richten naar het bovennatuurlijk einddoel.” Paus Pius XI, Encycliek, Over Sint Thomas van Aquino, Studiorum Ducem (29 juni 1923). A.A.S., 25 (1923) p. 319
De andere waarheid, die Wij u ter overweging wensen voor te stellen, schijnt Ons meer actueel en van groter belang, nu Wij in afwachting zijn van het Tweede Vaticaans Concilie, waarvan de doeltreffende voorbereiding Onze grootste zorg eist. De behandeling en de oplossing van de morele problemen volgens de onvergankelijke principes van Sint-Thomas zijn namelijk wonderwel bruikbaar om overeenstemming en eensgezindheid in waarheid en liefde bij de theologen te bevorderen: daaruit valt dan ook voor de Katholieke Kerk en voor de gehele wereld de veelvuldige en rijke vrucht van de vrede te verwachten.
In de encycliek Paus Pius XI - Encycliek
Studiorum Ducem
Over Sint Thomas van Aquino (29 juni 1923)
, waarin de buitengewone verdiensten van de Aquinaat werden herdacht bij gelegenheid van het zesde eeuwfeest van zijn heiligverklaring, had Pius XI zich voorgesteld hierdoor de triomf van “de vrede van Christus in het Rijk van Christus” te bespoedigen. Ook van Onze pastorale zorgen is dit het voornaamste streven en als 't ware het hoogtepunt, zoals Wij reeds in het begin van Ons Pontificaat zo nadrukkelijk hebben bekend gemaakt. In Onze H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Ad Petri Cathedram
Over waarheid, eenheid en vrede in de geest van liefde
(29 juni 1959)
immers hebben Wij aan Onze zonen overal ter wereld de gevoelens van Onze ziel meegedeeld, namelijk dat men moet hopen op de triomf van de christelijke vrede als gevolg van de goddelijke liefde, die overvloediger in de schoot van de menselijke samenleving stroomt: “Het gewenste heil moet immers vooral verwacht worden uit een overvloedige uitstorting van de liefde”. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Over waarheid, eenheid en vrede in de geest van liefde, Ad Petri Cathedram (29 juni 1959). A.A.S. 51 (1959) p. 509
Indien gij dan ook in uw bezorgdheid om het heil van de zielen de waarheden van de moraal, die op de natuurwet als op haar eerste fundament steunen en die in de goddelijke Openbaring haar hoogste norm bereiken, ernstig bestudeerd en ijverig bevorderd zult hebben, dan zult gij de handhavers zijn van de ware vrijheid van de zielen; en indien gij door uw raadgevingen en aansporingen tot de werkgevers en de werknemers bewerkt zult hebben dat zij op rechtvaardige wijze wederkerig de rechten voor zich opeisen en hun plichten vervullen, dan zult gij volgens uw vermogen ertoe hebben meegewerkt, dat zij Christus Jezus volgen, “de weg, de waarheid en het leven” (Joh. 14, 6), de “beschermer” in ons sterfelijk bestaan en het “overgrote loon” in de eeuwige zaligheid Vgl. Gen. 15, 1 .
Maar opdat dit alles, wat Wij zozeer wensen, verwezenlijkt zal worden, is het nodig zich vooral ijverig bezig te houden met de bestudering van de geschriften van Sint-Thomas. Daarom verlangen Wij vurig dat van dag tot dag het aantal van hen moge toenemen, die voor zichzelf licht en wijsheid putten uit de werken van de Engelachtige Leraar: dit geldt niet alleen voor de priesters en voor de mensen, die zuiver filosofisch en theologisch geschoold zijn, maar ook voor hen, die zich geregeld toeleggen op de beoefening van dé andere wetenschappen. Wij zouden willen, dat vooral de jongeren, die opgenomen zijn in de gelederen van de Katholieke Actie en die met de lauwerkrans van de wetenschap getooid zijn, hiertoe in groter getale behoren. Het is tenslotte Onze vurige wens, dat men als het ware de schat van leerstellingen van Sint-Thomas tot groot nut van de christelijke zaak iedere dag meer zal opgraven, zodat daardoor zijn geschriften zeer wijd verspreid worden, aangezien zijn methode van onderricht en van stijl in geen enkel opzicht verschillen van het karakter en de aard van onze tijd.
Zeer beminde Zonen, gij kent nu de wensen, die Wij hebben uitgesproken bij gelegenheid van uw Congres, waarvan Wij de aankondiging met de grootste welwillendheid hebben ontvangen en aan wier initiatieven en werkzaamheden Wij dikwijls Onze aandacht hebben gewijd. Wij waren er immers geheel en al van overtuigd, dat de bestudering van zijn werken van zeer grote waarde zijn voor het katholiek onderricht van de mensen. Deze studies gingen Onszelf niet weinig ter harte sedert de eerste jaren van Ons priesterschap, in welke tijd zij ongetwijfeld met een zeker nieuw enthousiasme werden ondernomen, aangezien Onze Voorganger Leo XIII deze zeer nadrukkelijk heeft aangemoedigd. Bovendien menen Wij wegens Onze naam — dit echter bekennen Wij schertsend als broeders onder elkaar — een zekere voorliefde te hebben tot alles wat de Sint-Thomas betreft, aangezien Wij immers deze naam hebben aangenomen van Onze Voorganger Joannes XXII, die Thomas van Aquino onder het getal van de heiligen heeft opgenomen.
Na u om vele redenen openlijk geluk gewenst te hebben met dit zo zorgvuldig georganiseerde werk in deze zaak van het allergrootste belang, verlenen Wij aan ieder van u, die hier tegenwoordig zijt, en aan al uw dierbaren met vaderlijke genegenheid de Apostolische Zegen als onderpand van de bovennatuurlijke gaven.

Document

Naam: TOT DE DEELNEMERS AAN HET 5E INTERNATIONAAL THOMISTISCH CONGRES
Soort: H. Paus Johannes XXIII - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes XXIII
Datum: 16 september 1960
Copyrights: © 2008, Vertaald uit het Latijn: Drs. J. Vijgen
Bron: AAS 52 (1960) p. 821-824
Bewerkt: 26 maart 2015

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam