• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
B.II.1 - Magisteriƫle uitspraken over de interpretatie van het dogma

De historische weg van Nicea (325) naar Consiantinopel I (381), van Efeze (431) naar Chalcedon (451), Constantinopel II (553) en de volgende oud-kerkelijke concilies toont dat de dogmageschiedenis een proces van voortdurende en levende uitleg van de traditie is. Het Tweede Concilie van Nicea (787) vatte de eensluidende leer van de Vaders samen, volgens welke het Evangelie in de door de Heilige Geest gedragen traditie (paradosis) van de catholica Ecclesia wordt doorgegeven. Vgl. 2e Concilie van Nicea, Actus 7a - De definitie aangaande heilige afbeeldingen, Actus 7a - Definitio de sacris imaginibus (13 okt 787), 0.2. (vgl. DH 600 ; 602) Vgl. 2e Concilie van Nicea, Actus 8 - Verkiezingen tot heilige ambten - Over beelden, mensheid van Christus en kerkelijke overlevering (23 okt 787), 6. (vgl. DH 609)

Het Concilie van Trente (1545-1563) verdedigde deze leer. Het waarschuwde voor een particuliere uitleg van de Schrift en voegde eraan toe dat het aan de Kerk toekomt over de ware zin van de Schrift en haar interpretatie te oordelen. Vgl. Concilie van Trente, 4. Zitting - Decreet over de Heilige Geschriften en de overleveringen van de apostelen, Sessio IV - Recipiuntur Libris Sacris et de traditionibus recipiendis (8 apr 1546), 1. (vgl. DH 1501) Vgl. Concilie van Trente, 4. Zitting - Decreet over de Vulgaat uitgave van de Bijbel en de manier van uitleg van de Heilige Schrift, Sessio IV - Recipitur vulgata editio Bibliae praescribiturque modus interpretandi Sacram Scripturam (8 apr 1546), 2. DH 1507 Het Eerste Vaticaans Concilie (1869-1870) herhaalde de leer van Trente. Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof, Dei Filius (24 apr 1870), 9. (vgl. DH 3007) Het erkende bovendien een ontwikkeling van het dogma, voorzover deze in dezelfde zin en in dezelfde inhoud plaatsvindt (eodem sensu eademcjue sententia). Zo leerde het concilie dat bij de dogma’s de zin die eenmaal door de Kerk is vastgelegd, blijvend vastgehouden dient te worden. Daarom veroordeelde het concilie iedereen die: daarvan afwijkt onder de schijn en in naam van een hoger inzicht, een zogenaamde diepere interpretatie van dogmatische formuleringen of van een vooruitgang in de wetenschap. Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof, Dei Filius (24 apr 1870), 22.40. (vgl. DH 3020; 3043) Deze eigenschap van de geloofsuitspraken dat zij nooit ongedaan gemaakt kunnen worden; en niet-hervormbaar zijn, wordt bedoeld met; de door de heilige Geest geleide onfeilbaarheid van de Kerk en vooral van:de paus in zaken van geloof en zeden. Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 4e Zitting - Dogmatische Constitutie over de Kerk van Christus, Pastor Aeternus (18 juli 1870), 25. (vgl. DH 3074) Dat steunt op het feit dat de Kerk in de heilige Geest deelt in de waarachtigheid en waarheid van God (qui nec falli nec fallere potest). Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof, Dei Filius (24 apr 1870), 10. (vgl DH 3008)

Tegenover het zuiver symbolische en pragmatische: begrip van het dogma bij de modernisten heeft het kerkelijk leergezag deze leer verdedigd Vgl. Heilig Officie, Syllabus van dwalingen van de modernisten, Lamentabili sane exitu (3 juli 1907), 1-8. (vgl. DH 3401-3408) Vgl. Heilig Officie, Syllabus van dwalingen van de modernisten, Lamentabili sane exitu (3 juli 1907), 20-26. (vgl. DH 3420-3426) Vgl. Heilig Officie, Syllabus van dwalingen van de modernisten, Lamentabili sane exitu (3 juli 1907), 58-66. (vgl. DH 3458-3466) Vgl. H. Paus Pius X, Encycliek, Over de leerstellingen van het modernisme, Pascendi Dominici Gregis (8 sept 1907), 19. (vgl. DH 3483) Paus Pius XII waarschuwde in de encycliek „Paus Pius XII - Encycliek
Humani Generis
Over sommige valse meningen die de grondslagen van de Katholieke leer dreigen te ondermijnen
(12 augustus 1950)
” (1950) nogmaals tegen een dogmatisch relativisme, dat afwijkt van de traditionele kerkelijke manier van spreken om de geloofsinhoud te verwoorden in een historisch wisselende terminologie. Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over sommige valse meningen die de grondslagen van de Katholieke leer dreigen te ondermijnen, Humani Generis (12 aug 1950), 14-17. (vgl. DS 3881-3883) Eveneens waarschuwde paus Paulus VI in de encycliek „H. Paus Paulus VI - Encycliek
Mysterium Fidei
Over de leer en de verering van de Heilige Eucharistie
(3 september 1965)
” (1965) dat men aan de exacte en vastgelegde uitdrukkingswijze moest vasthouden.

Document

Naam: DE INTERPRETATIE VAN HET DOGMA
Soort: Internationale Theologische Commissie
Datum: 1 oktober 1989
Copyrights: © 1990, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie / Kerkelijke Documentatie 1990, nr 5, p. 21-45
Vert. vanuit het Duits: prof. dr. J. Ambaum m.m.v. prof. dr. L. Elders s.v.d.
Bewerkt: 12 november 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam