• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Alvorens ons gereed te maken dit onderwerp te ontwikkelen, past het eraan te herinneren, dat de waarheid over de verrijzenis een sleutelbetekenis heeft gehad voor de vorming van heel de theologische antropologie, welke eenvoudig beschouwd zou kunnen worden als "antropologie van de verrijzenis". De bezinning op de verrijzenis is zo geweest, dat Thomas van Aquino in zijn metafysische (en tegelijk theologische) antropologie de filosofische opvatting van Plato over de verhouding tussen de ziel en het lichaam verliet en de opvatting van Aristoteles benaderde. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. Ia, q. 89, a. I: Vgl. bijvoorbeeld: "Habet autem anima alium modum essendi cum unitur corpori, et cum fuerit a corpore separata, manente tamen eadem animae natura; non ita quod uniri corpori si! ei accidentale. sed per rationem suae naturae corpori unitur .. ." en "'Si autem hoc non est ex natura anirnae, sed per accidens hoc convenit ei ex eo quod corpori alligatur, sicut Platonici posuerunt ... remoto impedimento corporis, rediret anima ad suam naturam ... Sed, secundum hoc, non esset anima corpori unita propter melius animae ... ; sed hoc esset solum propter rnelius corporis: quod est irrationabile, cum materia sit propter formam, et non e conversor. . ." Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. Ia, q. 76 a.1 ad 6: "Secundum se convenit animae corpori uniri ... Anima humana manet in suo esse cum fuerit a corpore separata, habent aptitudinem et inclinationem naturatem ad corporis unionem"

De verrijzenis getuigt namelijk, tenminste indirect, dat het lichaam niet alleen maar tijdelijk met de ziel is verbonden (als haar aardse 'gevangenis, zoals Plato hield) Plato, Gorgias. 493 A: "Tö men sömá estin hemin sêma" Vgl. Plato, Fedone. 66B Vgl. Plato, Cratilo. 400C, maar dat het met de ziel de eenheid en volkomenheid van het menselijk wezen vormt. Dat juist leerde Aristoteles Aristoteles, De Anima. II, 412a. 19-22 Vgl. Aristoteles, Metafysica. 1029 b 11 - 1030 b 14, anders dan Plato. Wanneer de heilige Thomas in zijn antropologie de opvatting van Aristoteles heeft aangenomen, deed hij dat nadat hij de waarheid over de verrijzenis had beschouwd. De waarheid over de verrijzenis bevestigt namelijk met duidelijkheid, dat de eschatologische volmaaktheid en het geluk van de mens niet kunnen worden begrepen als een staat van de ziel alleen, gescheiden (volgens Plato: bevrijd) van het lichaam, maar moet worden verstaan als de staat van de definitieve en volmaakte 'volkomenheid' van de mens door een zodanige vereniging van de ziel met het lichaam, welke definitief een dergelijke volmaakte volkomenheid aanduidt en waarborgt.

Op dit punt onderbreken wij onze bezinning op de woorden die door Christus werden uitgesproken over de verrijzenis. De grote rijkdom aan inhoud welke in deze woorden is vervat, spoort ons aan ze te hernemen in de verdere overwegingen.

Document

Naam: DE NIEUWE BETEKENIS VAN HET LICHAAM
66e catechese in de reeks: Theologie van het Lichaam
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 2 december 1981
Copyrights: © 1981, Archief van Kerken, jrg. 14, p. 272-275
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam