• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De mens is geboren voor de waarheid en onrustig zoekt hij haar.
Het onderwerp van de ziel is verbonden met de vraag de mens zich altijd stelt over de diepe zin van zijn bestaan en over het fundament van zijn leven, zijn denken en handelen. In elke periode is de mens een grote vraag voor zichzelf. De mens is geboren voor de waarheid en met een diepe onrust zoekt hij de waarheid over de mens, d.w.z. het antwoord op de vraag die Sint-Augustinus zich aldus stelde: “Quid ergo sum, Deus meus? Quae natura mea?” H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. X, 17, 26 . De mens weet iets van zichzelf, maar veel weet hij niet en hij verlangt te weten.

De uitingen van de menselijke activiteit zijn nu talrijker dan ooit, maar dit doet nu meer dan ooit de vraag rijzen naar een betere bepaling van hun gemeenschappelijke bron en naar het criterium voor hun samenwerking en voor hun waarde: en dit is niets anders dan zich de vraag stellen naar de ziel.
Dit onderzoek stelt ons voor een groot mysterie en doet ons ontdekken hoe onwetend wij zijn over onszelf: “Wandel, wandel –zei Heraclitus-, misschien zul je nooit de grenzen van de ziel bereiken, alhoewel je elke weg bewandeld hebt. Zo diep is jouw ‘logos’”. Diels, Die Fragmente der Vorsokratiker. 22 B 45, Berlin 1951 En inderdaad –zoals Sint-Thomas opmerkt H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. , 3, 1, 2 m; 93, 2, c.; 4, c.,1 m; 6, c., 2m; Iª - IIª, prol. H. Thomas van Aquino, Sententia Libri Ethicorum. I, D. XVI, q. 3, o.; D. XXXX, q. 1, 1, 1 m H. Thomas van Aquino, Summa Contra Gentiles. IV, c. 26 H. Thomas van Aquino, De Veritatis. q. X, a. 7, c. - het is precies in de ziel dat men het ‘beeld van God’ vindt, dat de mens doet gelijken op zijn Schepper; en het is dus dankzij de ziel dat er in de mens –een eindig schepsel- een zekere oneindigheid bestaat in zijn aspiraties, alhoewel niet in de feitelijke praktijk.

Het bewustzijn van een ziel te bezitten heeft iets paradoxaals omdat het enerzijds een vrijwel direct en evident gegeven lijkt te zijn van de innerlijke, vitale en existentiële ervaring en tegelijkertijd is het, zoals ik zei, een theoretisch probleem dat bijzonder duister en moeilijk is en waar ook grote denkers als het ware schipbreuk hebben geleden.

Deze tweevoudige, verrassende constatering drukt Sint-Thomas zeer goed uit wanneer hij zegt: “Secundum hoc scientia de anima est certissima, quod unusquisque in seipso experitur se animam habere et actus animae sibi inesse; sed cognoscere quid sit anima difficillimum est” (Kennis over de ziel is het meest zeker in de zin dat elkeen in zichzelf ervaart dat hij een ziel heeft en dat de handelingen van de ziel in hem zijn; maar het is zeer moeilijk te weten wat de ziel is.) H. Thomas van Aquino, De Veritatis. q. X, a. 8, 8m; en er aan toevoegt: “Requiritur diligens et subtilis inquisitio” (Een nauwkeurig en subtiel onderzoek is vereist) H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I, 87, 1. Een vermoeiend en riskant werk maar niet vergeefs, zeker niet indien het gedaan wordt, zoals jullie van plan zijn, door gebruik te maken van het licht dat komt van de goddelijke Openbaring en van het Leergezag van de Kerk.

Document

Naam: TOT DE DEELNEMERS AAN HET INTERNATIONAAL CONGRES VAN DE SITA (INTERNATIONALE SOCIëTEIT THOMAS VAN AQUINO)
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 4 januari 1986
Copyrights: © 2008, Vertaling uit het Italiaans: Drs. J. Vijgen
Bron: Insegnamenti XI, 1 (1986) pp. 18-24
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam