• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

PAULUS, DE TWAALF EN DE KERK VAN VóóR PAULUS
5e catechese in de reeks over de Apostel Paulus

Beste broeders en zusters.

vandaag zou ik het willen hebben over de relatie tussen Sint Paulus en de Apostelen die hem voorafgegaan zijn in de navolging van Christus. Deze betrekkingen waren altijd getekend door diep respect en door die vrijmoedigheid die Paulus ontleende aan de verdediging van de waarheid van het Evangelie. Ook al was hij in feite een tijdgenoot van Jezus van Nazaret, nooit heeft hij de gelegenheid gehad Hem tijdens zijn openbaar leven te ontmoeten. Vandaar dat hij na de ervaring van het stralend licht onderweg naar Damascus de behoefte voelde om de eerste leerlingen van de Meester te raadplegen, die door Hem gekozen waren om het Evangelie te brengen tot aan de grenzen van de wereld.

In de Brief aan de Galaten stelt hij een belangrijke rekening en verantwoording op van de contacten die hij met enkele van de Twaalf heeft onderhouden: op de eerste plaats met Petrus die als Kefas gekozen was, het Aramese woord dat rots betekent, de rots waarop de Kerk bezig was gebouwd te worden Vgl. Gal. 1, 18 ; met Jacobus, “de broeder van de Heer” Vgl. Gal.1, 19, en met Johannes Vgl. Gal. 2, 9 : Paulus aarzelt niet hen te erkennen als “de steunpilaren” van de Kerk. Bijzonder betekenisvol is de ontmoeting met Kefas (Petrus), welke in Jeruzalem plaatsvond: Paulus is zo’n veertien dagen bij hem om “hem te raadplegen” Vgl. Gal. 1, 19 , namelijk om over het aardse leven te worden geïnformeerd van de Verrezene die hem “gegrepen” had op de weg naar Damascus en die bezig was zijn leven radicaal te veranderen: van vervolger jegens de Kerk van God was hij de verkondiger (evangelizzatore) geworden van dat geloof in de gekruisigde Messias en Zoon van God, dat hij in het verleden had geprobeerd uit te roeien Vgl. Gal. 1, 23 .
Wat voor soort informatie kreeg Paulus over Jezus Christus in de drie jaar die op de ontmoeting van Damascus volgden? In de eerste Brief aan de Korintiërs kunnen we passages vinden die Paulus in Jeruzalem heeft leren kennen en die al geformuleerd waren als centrale elementen van de christelijke overlevering, de voor het christendom constitutieve overlevering. Hij geeft ze door in de bewoording waarin hij ze ook zelf ontvangen heeft en die hij getrouw aan de nieuwe christenen doorgeeft. Het zijn constitutieve elementen en hebben betrekking op de Eucharistie en op de Verrijzenis; het gaat om passages die al in de dertiger jaren waren geformuleerd. Zo komen we bij de dood, de begrafenis in het hart van de aarde en bij de verrijzenis van Jezus Vgl. 1 Kor. 15, 3-4 .

Laten we ze allebei nemen: (om te beginnen) de woorden van Jezus bij het Laatste Avondmaal Vgl. 1 Kor. 11, 23-25 . Deze zijn voor Paulus werkelijk het centrum van het leven van de Kerk: de Kerk wordt vanuit dit centrum opgebouwd, doordat zij zo zich zelf wordt. Behalve dat zij het eucharistisch centrum vormen, waarin de Kerk steeds opnieuw geboren wordt, - maar ook het centrum van heel de theologie van Sint Paulus, van heel zijn denken - hebben deze woorden een opmerkelijke invloed gehad op de persoonlijke relatie van Paulus met Jezus. Enerzijds bevestigen ze dat de Eucharistie licht werpt op de vervloeking van het Kruis, door haar tot zegening te maken (Gal. 3, 13-14), en van de andere kant leggen ze de strekking van diezelfde dood en verrijzenis van Jezus uit. In zijn Brieven wordt het “voor jullie” van de instelling van de eucharistie tot het “voor mij” (Gal. 2, 20), het wordt verpersoonlijkt vanuit de wetenschap dat hij zelf in dat “voor jullie” gekend en bemind werd door Jezus en dat het anderzijds ook “voor allen” was (2 Kor. 5, 14): dit “voor jullie” wordt het “voor mij” en “voor de Kerk” (Ef. 5, 25), of zelf het “voor allen” van het zoenoffer van het Kruis Vgl. Rom. 3, 25 . Vanuit en in de Eucharistie wordt de Kerk opgebouwd en erkent zij zichzelf als “Lichaam van Christus” (1 Kor. 12, 27), dagelijks gevoed door de kracht van de Geest van de Verrezene.

De andere tekst, die over de Verrijzenis, levert ons opnieuw dezelfde formule van trouw. Sint Paulus schrijft: “In de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften, en dat Hij begraven werd, en dat Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften, en dat Hij is verschenen aan Kefas en daarna aan de twaalf” (1 Kor. 15, 3-5). Ook in deze door Paulus doorgegeven overlevering keert dat “voor onze zonden” terug, dat het accent legt op de zelfgave van Jezus aan de Vader om ons van de zonden en de dood te bevrijden. Aan deze zelfgave van Jezus zal Paulus de ontroerendste en meest fascinerende uitdrukkingen ontlenen voor onze verhouding met Christus: “Hem die geen zonde heeft gekend, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij in Hem Gods eigen gerechtigheid zouden worden” (2 Kor. 5, 21); “Gij kent immers de genade van onze Heer Jezus Christus: dat Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij rijk zoudt worden door zijn armoede” (2 Kor. 8, 9). Het is de moeite waard te herinneren aan het commentaar waarvan de toen nog augustijner monnik, Martin Luther, deze paradoxale uitdrukkingen van Paulus voorzag: “Dit is het grandioze mysterie van de goddelijke genade jegens de zondaars: dat door een wonderlijke uitwisseling onze zonden niet langer van ons zijn maar van Christus, en dat de gerechtigheid van Christus niet langer van Christus is, maar van ons” Martin Luther, Commentaar op de Psalmen. van 1513-1515. En zo zijn wij gered.

In het oorspronkelijke kerygma (verkondiging), overgeleverd van mond op mond, verdient het gebruik te worden gesignaleerd van de werkwoordsvorm “is verrezen” (letterlijk “is opgewekt”), in plaats van “werd opgewekt”, wat logischer geweest zou zijn om te gebruiken, in continuïteit met “is gestorven...werd begraven”. De werkwoordsvorm “is verrezen” (letterlijk “is opgewekt”) is gekozen om te onderstrepen dat de verrijzenis van Christus doorwerkt tot in het hier en nu van het leven van de gelovigen: we mogen het vertalen met “is verrezen en leeft door” in de Eucharistie en in de Kerk. Zo legt heel de Schrift getuigenis af van de dood en de verrijzenis van Christus, omdat - zo schrijft Hugo van Sint Victor - “heel de goddelijke Schrift spreekt van Christus en vindt in Christus haar vervulling” Hugo van Sint Victor, De arca Noe. 2, 8. Als de heilige Ambrosius van Milaan zal kunnen zeggen dat wij “in de Schrift Christus lezen”, dan komt dat doordat de Kerk vanaf het begin al de Schriften van Israël gelezen heeft vanuit Christus en terugkerend tot Christus.

Het overzicht van de verschijningen van de Verrezene aan Kefas, aan de Twaalf, aan meer dan vijfhonderd broeders, en aan Jacobus sluit met de zinspeling op de persoonlijke verschijning die Paulus kreeg onderweg naar Damascus: “Het laatst van allen is hij ook verschenen aan mij, de misgeboorte” (1 Kor. 15, 8). Omdat hij de Kerk van God heeft vervolgd, drukt hij in deze belijdenis zijn onwaardigheid uit om te worden beschouwd als Apostel, op hetzelfde niveau als degenen die hem voorafgegaan zijn: maar de genade van God is in hem niet tevergeefs geweest (1 Kor. 15, 10). Het feit dat de genade bewezen heeft sterker te zijn, voegt Paulus bij de groep van de eerste getuigen van de verrijzenis van Christus: “Of zij het nu zijn of ik, dát verkondigen wij, en dát hebt gij geloofd” (1 Kor. 15, 11). Deze identiteit en uniciteit van de verkondiging van het Evangelie is belangrijk: zowel zij als ik preken hetzelfde geloof, hetzelfde Evangelie van de gestorven en verrezen Jezus Christus die zich geeft in de allerheiligste Eucharistie.

Het belang dat hij hecht aan de levende Overlevering, die hij aan zijn gemeenschap doorgeeft, toont aan hoe dwalend de opvatting is die aan Paulus de uitvinding van het christendom toeschrijft: voordat hij het Evangelie ging verkondigen van Jezus Christus, zijn Heer, heeft hij Hem ontmoet op weg naar Damascus en heeft hij Hem dikwijls bezocht in zijn Kerk, door zijn leven gade te slaan in de Twaalf en in degenen die Hem over de wegen van Galilea gevolgd waren. In de komende Catechesen zullen we de gelegenheid hebben ons te verdiepen in de bijdragen die Paulus heeft gegeven aan de Kerk van het begin; maar de zending die hij van de Verrezene heeft ontvangen om de heidenen te evangeliseren heeft de bevestiging en de garantie nodig van hen die hem en Barnabas de hand reikten als teken van goedkeuring van hun apostelschap en van hun evangelisatie en als teken van opname in de ene gemeenschap van de Kerk van Christus Vgl. Gal. 2, 9 .

Zo begrijpt men ook dat de uitdrukking “ook al hebben wij Christus “naar het vlees” gekend” (2 Kor. 5, 16) niet betekent dat zijn aardse bestaan nauwelijks van betekenis zou zijn voor onze rijping in het geloof, ook al is het wel zo dat vanaf het moment van zijn Verrijzenis, onze manier van omgaan met Hem geheel verandert. Tegelijkertijd is Hij immers de Zoon van God “naar het vlees geboren uit het geslacht van David, aangewezen als Zoon van God naar de Geest van heiliging door de opstanding uit de doden”, waaraan Paulus aan het begin van zijn Brief aan de Romeinen zal herinneren (Rom. 1, 3-4).

Hoe meer wij trachten de sporen na te trekken van Jezus van Nazaret over de wegen van Galilea, des te beter kunnen wij begrijpen dat Hij ons menszijn op zich genomen heeft, het in alles met ons delend, behalve in de zonde. Ons geloof ontstaat niet uit een mythe, noch uit een idee, maar uit de ontmoeting met de Verrezene, in het leven van de Kerk.

Document

Naam: PAULUS, DE TWAALF EN DE KERK VAN VóóR PAULUS
5e catechese in de reeks over de Apostel Paulus
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 24 september 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling uit het Italiaans, alineanummering en -indeling: Past. Chr. van Buijtenen pr.
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam