• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Actualiteit van de ecclesiologie van Augustinus
Proberen wij nu te zien hoe de gedachten van Augustinus over de Kerk de problemen kunnen helpen verhelderen waarmee zij vandaag geconfronteerd wordt. Ik zou in het bijzonder willen stilstaan bij het belang van de ecclesiologie van Augustinus voor de oecumenische dialoog. Een omstandigheid maakt die keuze bijzonder actueel. De christelijke wereld bereidt zich voor op de vijfde verjaardag van de protestantse Hervorming. Gemeenschappelijke verklaringen en documenten beginnen met het oog op die gebeurtenis te circuleren . Het is voor de hele Kerk van levensbelang dat deze gelegenheid niet verspild wordt door gevangenen van het verleden te blijven, door misschien met nog meer objectiviteit en minder irenisme dan in het verleden, de redenen en fouten van de enen en de anderen uit te zuiveren; maar dat men een kwaliteitssprong zou maken, zoals in de sluis van een rivier of kanaal, waar de schepen hun vaart op een hoger niveau kunnen vervolgen.

De toestand in de wereld, in de Kerk en in de theologie is veranderd ten overstaan van toen. Het gaat erom opnieuw vanuit de Persoon van Jezus te vertrekken, onze tijdgenoten nederig te helpen om de Persoon van Christus te ontdekken. Wij moeten terugkeren naar de tijd van de apostelen. Zij hadden een voorchristelijke wereld voor zich, wij grotendeels een postchristelijke wereld. Wanneer Paulus de essentie van de christelijke boodschap wil samenvatten, zegt hij niet: “wij verkondigen u die of die leer”, hij zegt: “Wij verkondigen een gekruisigde Christus” (1 Kor. 1, 23) en ook: “Wij verkondigen Christus Jezus, de Heer”. Vgl. 2 Kor. 4, 5

Het is niet de grote theologische en spirituele verrijking die de Hervorming voortbracht, ontkennen of het willen terugkeren naar een vorig punt; het is eerder heel de christenheid van deze veroveringen willen laten genieten, eens dat zij bevrijd is van bepaalde forceringen te wijten aan het oplaaiende klimaat van het moment en de polemieken die erop volgden. De rechtvaardiging door het geloof zonder de werken, zou vandaag bijvoorbeeld kunnen gepreekt worden – en sterker dan ooit – niet tegengesteld aan de goede werken (wat reeds een achterhaalde kwestie is!) maar tegengesteld aan de pretentie van de moderne mens die beweert zich op zijn eentje te redden, zonder God noch Christus nodig te hebben. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer Luther vandaag zou leven, hij zo zou preken over de rechtvaardiging door het geloof zonder de werken.

Wij zien hoe de theologie van Augustinus ons bij deze onderneming kan helpen om de eeuwenlange hindernissen tussen de christenen te boven te komen. De weg die vandaag moet bewandeld worden is in zekere zin, in de tegenovergestelde richting dan die Augustinus volgde ten overstaan van de donatisten.

Men diende dus van de gemeenschap van de sacramenten op te gaan naar de gemeenschap in de genade van de Heilige Geest en de naastenliefde; vandaag moeten wij van de spirituele gemeenschap van de naastenliefde opgaan naar de volle gemeenschap in de sacramenten, meer bepaald de Eucharistie.

Dit onderscheid tussen de twee niveaus waarop de ware Kerk gerealiseerd wordt – het uitwendige niveau van de tekenen en het inwendige niveau van de genade – doet Augustinus een principe formuleren, dat voordien ondenkbaar was: “Er kan in de katholieke Kerk dus iets niet katholiek zijn, zoals er buiten de katholieke Kerk iets katholiek kan zijn”. Deze twee aspecten van de Kerk – zowel zichtbaar en institutioneel als onzichtbaar en spiritueel – zouden niet mogen gescheiden worden. Het is waar en Pius XII heeft het opnieuw bevestigd in “Paus Pius XII - Encycliek
Mystici Corporis Christi
Over het mystieke lichaam van Christus en over de vereniging die wij daarin bezitten met Christus
(29 juni 1943)
” en het Tweede Vaticaans Concilie in “2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
” maar zolang deze twee niveaus omwille van historische scheidingen en de zonde van de mens, helaas niet samenvallen, kan men aan de institutionele gemeenschap niet méér belang hechten dan aan de spirituele gemeenschap.

Volgens mij, stelt zich hier een vraag. Kan ik mij als katholiek méér in gemeenschap voelen met de menigte van hen die, in dezelfde Kerk gedoopt, helemaal geen interesse hebben voor Christus en de Kerk tenzij om er kwaad van te kunnen spreken, dan met al degenen die, alhoewel zij tot andere christelijke belijdenissen horen, werkelijk geloven in dezelfde fundamentele waarheden waarin ik geloof, die Jezus Christus zo beminnen dat zij hun leven voor Hem geven, het Evangelie verspreiden, de armoede in de wereld willen verlichten en dezelfde gaven van de Heilige Geest bezitten als wij? Vervolgingen, die vandaag in bepaalde streken van de wereld zo frequent zijn, maken geen onderscheid: kerken worden niet verbrand en mensen niet gedood omdat zij katholiek of protestant zijn, maar christen. In hun ogen, zijn wij reeds “hetzelfde”!

Natuurlijk, deze vraag zouden ook Christenen van andere Kerken zich moeten stellen ten overstaan van de katholieken en God zij dank, is het juist dat wat er gebeurt, in het verborgene maar beter dan wat voor het grote publiek aan het licht treedt. Ooit zal men verwonderd staan dat men niet eerder bemerkt heeft wat de Heilige Geest onder de christenen van onze tijd aan het realiseren was. Er zijn zo veel christenen van andere confessies die met nieuwe ogen naar de katholieke Kerk kijken en hun eigen oorsprong in haar beginnen te herkennen.

De nieuwste en meest vruchtbare intuïtie van Augustinus aangaande de Kerk was, zoals wij zagen, het essentiële principe van haar eenheid te lokaliseren in de Geest en niet in de horizontale onderlinge gemeenschap van de bisschoppen en van de bisschoppen met de paus van Rome. Zoals de eenheid van het menselijk lichaam gegeven wordt door de ziel die alle ledematen levend maakt en bezielt, zo is het ook met de eenheid van het Lichaam van Christus.

Het is inderdaad een mystiek feit, zelfs vooraleer een realiteit te zijn die sociaal en zichtbaar naar buiten tot uiting komt. Het is de weerkaatsing van de volmaakte eenheid tussen de Vader en de Zoon door de werking van de Geest. Het is Jezus die eens en voor altijd dit mystiek fundament van de eenheid gelegd heeft toen Hij zei: “opdat zij allen EEN mogen zijn” (Joh. 17, 22). De wezenlijke eenheid in de leer en de discipline zal de “vrucht” zijn van deze mystieke en spirituele eenheid, zij zal er nooit de “oorzaak” van kunnen zijn.

De meest concrete stappen naar de eenheid zijn dus niet degene die men rond een tafel of in gezamenlijke verklaringen doet; het zijn degene die men doet wanneer gelovigen van verschillende confessies hun trouw aan hun eigen Kerk belijden, elkaar vinden om samen in broederlijke verstandhouding de Heer Jezus te verkondigen doch daarbij hun charisma delen en elkaar als broeders in Jezus Christus erkennen.

Document

Naam: DE H. AUGUSTINUS: "IK GELOOF IN DE ENE, HEILIGE KERK"
Tweede Vastenpredikatie 2014
Soort: Prefectuur van het Pauselijk Huis - Prediker van het Pauselijk Huis
Auteur: Pater Raneiro Cantalamessa, ofm cap.
Datum: 21 maart 2014
Copyrights: © 2014, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk Vert. uit het Frans: maranatha-gemeenschap; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 30 januari 2020

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam