• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

We zijn begonnen vanuit de vaststelling dat, te midden van de ineenstorting van de oude orde en de oude zekerheden, de basishouding van de monniken bestond in het quaerere Deum, in het zich toeleggen op de zoektocht naar God. Daar ligt – zo zouden we kunnen zeggen - de waarlijk wijsgerige houding: verder kijken dan het voorlaatste en zich toeleggen op de zoektocht naar de uiteindelijke werkelijkheid, de ware werkelijkheid. Diegene die monnik werd, begon aan een verheven en lange weg maar niettegenstaande was hij reeds in het bezit van de richting die hij moest gaan: het Woord van de Bijbel waarin hij God hoorde spreken. Nu moest hij zich inspannen om Hem te verstaan om zo Hem te kunnen ontmoeten. Op deze wijze vond de weg van de monniken reeds plaats binnen in het hart van het ontvangen Woord, zelfs indien de afstand van de weg onmeetbaar is. Het zoeken van de monniken bevat in zichzelf reeds in zekere zin een vinden.

Opdat deze zoektocht mogelijk zou zijn, is het noodzakelijk dat er in een eerste moment een innerlijke beweging bestaat die niet enkel de wil tot zoeken opwekt, maar die ook het feit geloofwaardig maakt dat in dit Woord zich een levensweg bevindt, een levensweg waarop God de mens ontmoet om zo de mens toe te laten Hem te ontmoeten. Met andere woorden, de verkondiging van het Woord is noodzakelijk. Zij richt zich tot de mens en bewerkstelligt in hem een overtuiging die leven kan worden. Opdat zich een weg opent naar het hart van het Bijbelse woord als Woord van God, moet ditzelfde Woord eerst openlijk verkondigd worden. De klassieke uitdrukking van de noodzakelijkheid voor het christelijk geloof om zich mee te delen aan de anderen ligt vervat in de zin van de Eerste Brief van Petrus, welke de middeleeuwse theologie beschouwde als het Bijbelse fundament van het werk van de theologen: “Weest altijd bereid tot verantwoording aan alwie u rekenschap (logos) vraagt van de hoop die in u leeft.” (1 Pt. 3, 15). (De Logos, de reden van de hoop moet apologie worden, moet antwoord worden). Inderdaad, de christenen van de beginnende Kerk beschouwden hun missionaire verkondiging niet als propaganda die diende om het belang van hun groep te verhogen, maar als een intrinsieke noodzakelijkheid die voortkwam uit het wezen van hun geloof. De God waarin zij geloofden was de God van allen, de Éne en Ware God die zich had laten kennen doorheen de geschiedenis van Israël en uiteindelijk doorheen Zijn Zoon, en die op deze wijze het antwoord bracht dat alle mensen betrof en dat allen in hun diepste binnenste verwachten. De universaliteit van God en de universaliteit van de rede die openstaat voor Hem vormden voor hen de motivatie en tegelijkertijd de plicht tot verkondiging. Voor hen hing het geloof niet af van culturele gewoonten, welke verschillend zijn van volk tot volk, maar van de waarheid, die op gelijke wijze, iedereen aanbelangt.

Document

Naam: TOT DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE WERELD VAN DE CULTUUR
Collège des Bernardins, Parijs
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 12 september 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling vanuit het Frans: Drs. J. Vijgen; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam