• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De fundamentalistische wijze van Bijbellezing gaat uit van het beginsel dat de Bijbel, als geïnspireerd Woord van God en vrij van dwaling, tot in alle details letterlijk gelezen en geïnterpreteerd moet worden. Maar onder ‘letterlijke interpretatie’ verstaat zij een bekrompen interpretatie waarbij men zich strikt aan de letter houdt, dat wil zeggen een interpretatie die iedere poging om de Bijbel te verstaan, rekening houdend met zijn historische groei en ontwikkeling, afwijst. Ze verzet zich dus tegen de historisch-kritische methode, maar ook tegen iedere andere wetenschappelijk methode voor de uitleg van de Bijbel.

De fundamentalistische wijze van Bijbellezing stamt oorspronkelijk uit de tijd van de Reformatie, en kwam voort uit de allesoverheersende gedachte trouw te zijn aan de letterlijke betekenis van de Schrift. Na de eeuw van de Verlichting heeft zij zich in het protestantisme opgeworpen als een barrière tegen de vrijzinnige exegese. Het woord ‘fundamentalistisch’ komt rechtstreeks van het Amerikaanse Bijbelcongres van 1895 in Niagara, New York State. De behoudende protestantse exegeten stelden er ‘vijf punten van fundamentalisme’ op: de woordelijke onfeilbaarheid van de Schrift; de godheid van Christus; zijn maagdelijke geboorte; de leer van het plaatsvervangend zoenoffer en de lichamelijke opstanding bij de tweede komst van Christus. Toen de fundamentalistische wijze van Bijbellezing zich verspreidde naar andere delen van de wereld, ontstonden daaruit in Europa, Azië, Afrika en Zuid Amerika andere soorten van Bijbellezing, die zich eveneens ‘strikt aan de letter’ hielden. In de laatste jaren van deze eeuw telt deze manier van lezen steeds meer aanhangers in religieuze groepen, bij sekten en ook onder katholieken.

Het fundamentalisme legt terecht nadruk op de goddelijke inspiratie van de Bijbel, de onfeilbaarheid van het Woord Gods en de andere Bijbelse waarheden uit de ‘vijf punten van fundamentalisme’. Maar de wijze waarop zij die waarheden naar voren brengt is geënt op een onbijbelse ideologie, wat de vertegenwoordigers ervan ook mogen beweren. Want zij eist een absolute instemming met starre leerstellige punten, en als enige kennisbron voor christelijk leven en heil legt zij een manier van Bijbellezing op, die alle kritische vragen en onderzoek verwerpt.

Het basisprobleem is dan ook dat de fundamentalistische wijze van Bijbellezing rekening weigert te houden met het historisch karakter van de Bijbelse openbaring en dat maakt het onmogelijk om de waarheid van de menswording in heel haar omvang te aanvaarden. Het fundamentalisme gaat voorbij aan de nauwe relatie tussen het menselijke en het goddelijke in de betrekkingen met God. Het weigert aan te nemen dat het geïnspireerde Woord van God in mensentaal is uitgedrukt, en dat het onder goddelijke inspiratie op schrift is gesteld doorschrijvers die mensen waren met beperkte vermogens en mogelijkheden. Daarom wil ze de Bijbeltekst behandelen alsof deze woord voor woord door de Geest is gedicteerd, en kan zij niet erkennen dat het Woord Gods in een taal en woordgebruik van een bepaald tijdperk geformuleerd is. Zij besteedt geen enkele aandacht aan de literaire vormen en de menselijke wijze van denken die men vindt in de Bijbelteksten, waarvan vele de vrucht zijn van een uitwerking over een lange reeks van tijdperken, en het stempel dragen van zeer diverse historische situaties.

Het fundamentalisme benadrukt ook ten onrechte de onfeilbaarheid van details in de Bijbelteksten, met name wat historische feiten en veronderstelde wetenschappelijke waarheden betreft. Vaak beschouwt het fundamentalisme iets wat helemaal niet historisch bedoeld was als een historische gebeurtenis. Alles wat vermeld of verhaald wordt met werkwoorden in een verleden tijd, wordt als historisch beschouwd, en er wordt niet gelet op een mogelijke symbolische of figuratieve betekenis.

Het fundamentalisme heeft vaak de neiging om stilzwijgend voorbij te gaan aan problemen welke de Bijbeltekst in de Hebreeuwse, Aramese of Griekse vorm meebrengt, of om die problemen te ontkennen. Vaak zit het fundamentalisme strak vast aan een bepaalde, oude of moderne, vertaling. Ook houdt het fundamentalisme geen rekening met ‘herlezingen’ (relectures) van bepaalde passages in de Bijbel zelf.

Wat de evangelies betreft houdt het fundamentalisme geen rekening met de ontwikkeling van de evangelische overlevering, maar het is zo naïef het eindstadium van die traditie (dat wat de evangelisten hebben opgeschreven) met het beginstadium (de daden en woorden van de historische Jezus) te verwarren. Daarmee verwaarloost het tegelijk een belangrijk gegeven: de wijze waarop de eerste christelijke gemeenten zelf de betekenis van Jezus van Nazaret en zijn boodschap hebben verstaan. Terwijl dat nu juist een getuigenis van de apostolische oorsprong van het christelijk geloof en de directe uitdrukking ervan is. Zo verdraait het fundamentalisme de oproep die door het evangelie zelf wordt gedaan.

Ook heeft het fundamentalisme de neiging zeer beperkte standpunten in te nemen. Het beschouwt een oude voorbije kosmologie als werkelijkheid omdat deze zo in de Bijbel gevonden wordt. Dat verhindert de dialoog met een ruimere opvatting van de betrekkingen tussen cultuur en geloof. Het fundamentalisme gaat uit van een onkritische lezing van bepaalde Bijbelteksten om daarmee op vooroordelen berustende ideeën en houdingen op politiek en sociaal gebied - racisme bijvoorbeeld - te bevestigen die volledig in strijd zijn met het evangelie.

Tenslotte: door vastte houden aan het beginsel van sola Scriptura maakt het fundamentalisme de interpretatie van de Bijbel los van de door de Geest geleide traditie, die zich op authentieke wijze in verbondenheid met de Schrift binnen de geloofsgemeenschap ontwikkelt. Het fundamentalisme kan niet inzien dat het Nieuwe Testament binnen de christelijke Kerk vorm heeft aangenomen, en dat het de heilige Schrift is van die Kerk, waarvan het bestaan vooraf is gegaan aan de samenstelling van haar teksten. Daarom is het fundamentalisme vaak anti-kerkelijk. Credo, dogma’s en liturgische praktijken, die deel zijn geworden van de kerkelijke traditie, alsook de leeropdracht van de Kerk zelf worden als onbelangrijk beschouwd. Het fundamentalisme manifesteert zich als een soort privé interpretatie, die niet erkent dat de Kerk gebouwd is op de Bijbel, en leven en inspiratie put uit de Schrift.

De fundamentalistische benadering is gevaarlijk, want ze is aanlokkelijk voor mensen die Bijbelse antwoorden zoeken voor hun levensproblemen. Ze kan hen bedriegen door hun vrome maar bedrieglijke verklaringen aan te bieden, in plaats van te zeggen dat de Bijbel niet per se een onmiddellijk antwoord heeft voor elk van die problemen. Zonder het met zoveel woorden te zeggen brengt het fundamentalisme mensen ertoe hun denken uit te schakelen. Het verschaft een valse zekerheid, want onbewust verwart het de menselijke beperkingen van de Bijbelboodschap met de goddelijke kern van die boodschap.

Document

Naam: INTERPRETATIE VAN DE BIJBEL IN DE KERK
Soort: Pauselijke Bijbelcommissie
Datum: 15 april 1993
Copyrights: © 1993, RKKerk.nl
Vert.: F. van Voorst tot Voorst s.j.; alineanummering van de redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam