• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De studie van de heilige Schrift vormt als het ware de ziel van de heilige theologie 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 24: dat zijn de woorden van paus Leo XIII. Deze studie is nooit af; iedere tijd moet opnieuw en op eigen wijze de heilige Schrift proberen te verstaan. In de geschiedenis van de interpretatie heeft de historisch-kritische methode een nieuw tijdperk ingeluid. Dankzij die methode zijn er nieuwe mogelijkheden verschenen om de Bijbeltekst in zijn oorspronkelijke betekenis te verstaan.

Zoals bij alle mensenwerk heeft deze methode positieve mogelijkheden, maar houdt zij ook bepaalde risico's in. Het zoeken naar de oorspronkelijke betekenis kan ertoe leiden dat het Woord geheel teruggeplaatst wordt in het verleden, zodat de actuele betekenis ervan niet langer meer wordt ervaren.

Ze kan ertoe leiden dat slechts het menselijk aspect van het Woord als werkelijk wordt beschouwd; de werkelijke auteur, God, ontsnapt aan de greep van een methode die is opgezet voor het verstaan van menselijke werkelijkheden. Het toepassen van een 'profane' methode op de Bijbel leidde noodzakelijkerwijs tot discussie.

Alles wat ertoe bijdraagt om de waarheid beter te leren kennen en ordening te brengen in de persoonlijke opvattingen, is nuttig voor de theologie. In die zin werd de historisch-kritische methode terecht in het theologisch onderzoek aanvaard. Maar om open te blijven staan, moet alles wat onze horizon vernauwt en ons belet om over het puur menselijke heen te kijken en te luisteren, worden afgewezen. Daarom heeft de opkomst van de historisch-kritische methode onmiddellijk geleid tot een discussie over nut en afbakening ervan, een discussie die nog in het geheel niet is gesloten.

In deze discussie heeft het Magisterium van de katholieke kerk meer dan eens met belangrijke documenten stelling genomen. Allereerst heeft paus Leo XIII in zijn encycliek Paus Leo XIII - Encycliek
Providentissimus Deus
Over de studie van de Heilige Schrift
(18 november 1893)
(18 november 1893) enige richtlijnen gegeven als leidraad voor de exegese. In een tijd waarin er een buitengewoon zelfverzekerde, bijna dogmatische vrijzinnigheid heerste, drukte Leo XIII zich vooral kritisch uit, zonder daarbij het positieve aspect van de nieuwe mogelijkheden uit te sluiten. Dankzij het vruchtbaar werk van een aantal grote katholieke exegeten, kon paus Pius XII 50 jaar later meer ruimte geven voor aanmoedigingen, en kon hij, in zijn encycliek Paus Pius XII - Encycliek
Divino afflante Spiritu
Over de bevordering van de studie van de Heilige Schrift
(30 september 1943)
(30 september 1943), ertoe opwekken om mede van de moderne methodes gebruik te maken bij het verstaan van de Bijbel. De constitutie van het Tweede Vaticaans Concilie over de goddelijke openbaring, 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Dei Verbum
Over de Goddelijke openbaring
(18 november 1965)
(18 november 1965) neemt dat alles over. Door de nog steeds levende inzichten van de patristische theologie te verenigen met de nieuwe methodologische kennis heeft die constitutie ons een blijvend gezaghebbende synthese gegeven.

Ondertussen is de waaier van methodes in de exegetische wetenschap op een wijze verbreed die dertig jaar geleden niet te voorzien was. Nieuwe methodes en nieuwe benaderingswijzen worden voorgesteld, van structuralisme tot materialistische-, psychoanalytische- en bevrijdingsexegese. Anderzijds wordt beproefd de methodes van de patristische theologie weer in ere te herstellen en de weg te openen voor nieuwe vormen van geestelijke interpretatie van de heilige Schrift.

De Pauselijke Bijbelcommissie heeft het daarom tot haar plicht gerekend, 100 jaar na Paus Leo XIII - Encycliek
Providentissimus Deus
Over de studie van de Heilige Schrift
(18 november 1893)
en 50 jaar na Paus Pius XII - Encycliek
Divino afflante Spiritu
Over de bevordering van de studie van de Heilige Schrift
(30 september 1943)
te trachten vast te stellen wat het standpunt is van de katholieke exegese in de huidige situatie. De Pauselijke Bijbelcommissie is in haar nieuwe vorm na het Tweede Vaticaans Concilie geen orgaan meer van het Magisterium, maar een commissie van specialisten die, in het bewustzijn van hun wetenschappelijke en kerkelijke verantwoordelijkheid, als katholieke exegeten stelling nemen inzake belangrijke vraagstukken van Schriftuurlijke interpretatie, en zich daarbij gesteund weten door het vertrouwen van het Magisterium.

Dat is het kader waarbinnen het voorliggend document tot stand is gekomen. Het geeft een goed gefundeerd overzicht van alle methodes die tegenwoordig gebruikt worden, en biedt aldus voor wie dat verlangt een oriëntatie met betrekking tot de mogelijkheden en beperkingen van die benaderingswijzen.

Vervolgens gaat het document in op de vraag hoe men de betekenis kan achterhalen van de Schrift, waarin het mensenwoord en het goddelijk Woord met elkaar vervlochten zijn. Het gaat om een bepaalde gebeurtenis die slechts eenmaal in de geschiedenis heeft plaats gehad, terwijl het Eeuwig Woord voor alle tijden geldt. Het Bijbelwoord heeft zijn oorsprong in een werkelijk verleden; het komt echter niet enkel uit een verleden, maar ook uit Gods eeuwigheid. Het leidt ons binnen in de eeuwigheid Gods, maar doet dat langs de tijd, die uit verleden, heden en toekomst bestaat.

Ik ben van oordeel dat dit document werkelijk een kostbare hulp biedt bij de belangrijke vragen betreffende de juiste manier om de heilige Schrift te verstaan, en dat het nieuwe perspectieven opent. Het document ligt in let verlengde van de encyclieken van 1893 en 1943 en zet deze lijn op vruchtbare wijze voort.

Aan de leden van Bijbelcommissie wil ik mijn dank uitspreken voor het geduldig en soms moeizaam werk dat geleidelijk tot het tot stand komen van deze tekst heeft geleid. Ik wens het document een wijde verspreiding toe opdat het effectief bijdraagt tot het streven naar een dieper doordringen in het Woord Gods in de heilige Schrift.

Rome, feest van de Evangelist Matteüs, 1993.

JOSEPH KARDINAAL RATZINGER

Document

Naam: INTERPRETATIE VAN DE BIJBEL IN DE KERK
Soort: Pauselijke Bijbelcommissie
Datum: 15 april 1993
Copyrights: © 1993, RKKerk.nl
Vert.: F. van Voorst tot Voorst s.j.; alineanummering van de redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam