• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

GEVEN AAN ANDEREN - PAUS PAULUS VI EN HET CONCILIE
Angelus-gebed voor de kerk van Bressanone (Brixen, Zuid-Tirol)

Beste broeders en zusters, een hartelijk "Grüß Gott" voor u allen!

Graag wil ik eerst een woord van dank uitspreken, in de eerste plaats aan u, beste Bisschop Egger: U heeft dit feest van geloof mogelijk gemaakt. U heeft al het mogelijke gedaan, zodat ik nog eenmaal zowel terug in mijn geschiedenis kan gaan en tegelijk naar de toekomst kan kijken; nog één keer in het schone Brixen, dit land, waar kunst en cultuur en het goede van de mensen met elkaar verbonden is, een vakantie doorbrengen: Hartelijke dank voor alles!

En natuurlijk denk ik aan allen, die met hem ertoe hebben bijgedragen, dat ik deze dagen van rust en vrede hier mag doorbrengen: Dank aan allen die dit feest mee opgebouwd hebben. Ik wil de autoriteiten van deze stad, van het land, de regio en de staat van harte danken voor alles, wat zij gedaan hebben voor de organisatie; de vrijwilligers die meehelpen, de artsen, zo velen, die nodig zijn geweest, in het bijzonder de veiligheidsdiensten, de samenwerking van allen... Ik heb zeker velen vergeten! Een zeer hartelijk “Vergelt’s Gott” (God zal u belonen) aan allen: U allen bent in mijn gebed. Dat is de enige manier, waarop ik u danken kan en probeer “dank” te zeggen. En natuurlijk willen we vooral de goede God zelf dank zeggen, Die ons dit land gegeven heeft, Die ons vandaag een stralende zondag geeft.

En daarmee zijn we eigenlijk bij de liturgie van vandaag terecht gekomen. De eerste lezing herinnert ons eraan, dat de grote dingen van het leven niet gekocht, niet betaald kunnen worden, maar dat wij de belangrijkste elementaire dingen van het leven alle als gave krijgen: de zon en haar licht, de lucht, die we ademen, het water, de schoonheid van de aarde, de liefde, de vriendschap, het leven zelf. Al deze eigenlijk centrale zaken kunnen wij niet kopen, echter alleen maar geschonken krijgen. De tweede lezing voegt daaraan toe, dat dat dan ook betekent dat er dingen zijn, die ons niemand weg kan nemen, die geen enkele dictatuur, geen vernietigende kracht ons kan ontnemen. Het geliefd-zijn door God, die in Christus ieder van ons kent en liefheeft, kan ons niemand ontnemen, en zolang als we die hebben, zijn we niet arm, maar rijk.

Het Evangelie voegt daar nog een derde trap aan toe. Wanneer we zo door God gegeven zijn, moeten we ook zelf tot gevers worden: op geestelijk terrein, waarbij we goedheid, vriendschap, liefde geven, maar ook op materieel terrein – het Evangelie spreekt over het delen van het brood. Beide moet ons vandaag onze ziel aanzetten tot actie: dat we gevende mensen worden, omdat wij ontvangen zijn; dat wij die gave van de goedheid en de liefde en de vriendschap doorgeven, maar dat wij allen, die het nodig hebben of die we kunnen helpen, ook de materiële gaven geven en daarmee proberen, de wereld menselijker – dat betekent, meer in de nabijheid van God – te maken.

Beste vrienden, nu nodig ik u uit om samen met mij de Dienaar van God, Paus Paulus VI, in herinnering te roepen. Over 3 dagen vieren we de gedachtenis dat hij 30 jaar geleden stierf. Het was in de nacht van 6 augustus 1978 toen hij de geest gaf aan God, de nacht van het Feest van de Gedaanteverandering van Jezus: het mysterie van het goddelijke licht dat altijd een bijzondere aantrekkingskracht op hem heeft gehad. Als hogepriester van de Kerk heeft Paulus VI het volk van God geleid om het aangezicht te aanschouwen van Jezus, de Verlosser en de Heer van de geschiedenis. En het liefdevol geleiden vanuit het hart en de geest van Christus was de hoeksteen van het Tweede Vaticaans Concilie, een fundamentele houding die mijn vereerde voorganger Johannes Paulus II heeft geërfd en hernieuwd heeft in het grote jubileum van 2000.

In het centrum van alles, staat altijd Christus die het hart is van de Schriften en Traditie, in het hart van de Kerk staat, van de wereld en van het heelal. De Goddelijke Voorzienigheid heeft Giovanni Battista Montini van de stoel van Milaan op de stoel van Rome geplaatst op een zeer delicaat ogenblik van het Concilie, waarbij de intuïtie van de Zalige Johannes XXIII dreigde weg te vallen. Hoe kunnen we de Heer danken voor de moed en de vruchtbare pastorale actie? Hoe langer het geleden is hoe groter en bijna mensoverstijgend lijkt zijn werk. Ik zou haast zeggen dat het bovenmenselijk is zoals Paulus VI het Concilie heeft voorgezeten, voor is gegaan in het succesvol afronden ervan en in het leiden door de turbulente periode van na het Concilie. We kunnen werkelijk met de Apostel Paulus zeggen, dat de genade van God in hem “niet vruchteloos is geweest” Vgl. 1 Kor. 15, 10 : het heeft zijn bijzondere kwaliteiten van intelligentie en gepassioneerde liefde voor de Kerk en alle mensen gegeven. Terwijl we God dankzeggen voor de gave van deze grote Paus, moet we ons toeleggen op het leren van de lessen uit zijn leven.
In de laatste periode van het Concilie heeft Paulus VI de Moeder Gods een bijzondere eer bewezen en haar feestelijk tot "Moeder van God" uitgeroepen. Tot haar, de Moeder van Christus, de Moeder van de Kerk, onze Moeder, willen we nu het Angelus bidden.

Document

Naam: GEVEN AAN ANDEREN - PAUS PAULUS VI EN HET CONCILIE
Angelus-gebed voor de kerk van Bressanone (Brixen, Zuid-Tirol)
Soort: Paus Benedictus XVI - Angelus/Regina Caeli
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 3 augustus 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling vanuit het Duits en Italiaans, alineanummering en -verdeling: Redactie
Bewerkt: 4 mei 2020

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen dossiers gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam