• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Ik wil op een probleem wijzen dat zich onmiddellijk voordoet aan de waarnemer van het verschijnsel van de fenomenologie van de burgerlijke samenleving en van de Kerk: dat wil zeggen het probleem van de betrekking die er bestaat tussen de bescherming van de rechten en de Kerkelijke gemeenschap. Er bestaat geen twijfel, dat de bevestiging en bescherming van de Kerkelijke gemeenschap een fundamentele opdracht is die duurzaamheid geeft aan de hele Kerkrechtelijke ordening en de activiteiten van al haar onderdelen leidt. Het rechtsleven zelf van de Kerk en dus ook de gerechtelijke activiteit, is in zichzelf - uiteraard - pastoraal: 'inter subsidia pastoralia, quibus Ecclesia utitur, ut homines ad salutem perducat, est ipse vita iuridica' - 'een van de pastorale hulpmiddelen, waarvan de Kerk zich bedient om de mensen tot het heil te voeren, is het rechtsleven zelf'. H. Paus Paulus VI, Toespraak, Tot de Romeinse Rota (4 feb 1977). (lnsegnamenti di Paolo VI, XV (1977), 124) Deze moet bij zijn uitoefening dan ook altijd ten diepste bezield zijn van de Heilige Geest, en voor diens stem moeten de geesten en harten zich openstellen. Anderzijds vormen de bescherming van de rechten en de betreffende controle op de handelingen van het openbare bestuur voor datzelfde openbare gezag een waarborg van onbetwistbare waarde. In verband met de mogelijke breuk met de Kerkelijke gemeenschap en de onvermijdelijke eis tot haar herstel is het procesrecht samen met de verschillende voorafgaande instellingen (zoals de 'aequitas', de 'tolerantia', de arbitrage, de overeenkomst, enz.) een daad van de Kerk, als middel om conflicten te overwinnen en op te lossen. In de zienswijze van een Kerk die de rechten van de afzonderlijke gelovigen beschermt maar eveneens het algemeen welzijn bevordert en beschermt als onmisbare voorwaarde voor de algehele ontwikkeling van de menselijke en christelijke persoon, krijgt ook de straf tucht zelfs een positieve plaats: ook de gestelde straf door het Kerkelijke gezag (maar welke in werkelijkheid een erkennen van een situatie is waarin het subject zichzelf heeft geplaatst) moet feitelijk worden gezien als een gemeenschapsinstrument, dat wil zeggen als middel om de gebreken aan individueel en algemeen welzijn die zich in het anti-kerkelijk, misdadige en ergernisgevend gedrag van de leden van het volk van God hebben geopenbaard te herstellen.

Paus Paulus VI maakt ons nog duidelijk:

'Sed iura fundamentalia baptizatorum non sunt efficacia neque exerceri possunt, nisi quis officia ipso baptismate cum illis connexa agnoscat, praesertim, nisi persuasum sibi habeat eadem iura in communione Ecclesiae esse exercenda; immo haec iura pertinere ad aedificationem Corporis Christi quod est Ecclesia, ideoque eorum exercitium ordinis et paci convenire, non autem licere, ut detrimenturn afferant' - 'Maar de fundamentele rechten van de gedoopten hebben geen uitwerking en kunnen niet worden uitgeoefend tenzij men de plichten erkent welke met het doopsel zelf zijn verbonden en vooral, tenzij men de overtuiging heeft, dat deze rechten in de Kerkelijke gemeenschap moeten worden uitgeoefend; dat deze rechten bovendien strekken tot opbouw van het lichaam van Christus dat de Kerk is, en hun uitoefening daarom moet meewerken tot orde en vrede, en dat niet kan worden toegelaten dat ze schade aanrichten'. H. Paus Paulus VI, Toespraak, Tot de Romeinse Rota (28 jan 1971)

Indien de gelovige vervolgens onder invloed van de Geest de noodzaak inziet van een diepe ecclesiologische ommekeer, dan zal hij de bevestiging en uitoefening van zijn rechten omvormen in het op zich nemen van plichten van eenheid en solidariteit ter verwezenlijking van de hogere waarden van het algemeen welzijn. Daaraan heb ik uitdrukkelijk herinnerd in de boodschap aan de secretaris van de Verenigde Naties bij de 30e verjaardag van de Verenigde Naties
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (10 december 1948)
:

'Terwijl we terecht zozeer de nadruk leggen op de handhaving van de mensenrechten, zouden we ook de plichten en taken niet uit het oog moeten verliezen die met deze rechten verbonden zijn. Ieder individu is verplicht zijn grondrechten uit te oefenen op een verantwoorde en moreel gerechtvaardigde wijze. Iedere man en vrouw is verplicht ten opzichte van anderen de rechten te eerbiedigen die hij voor zichzelf opeist. We moeten vervolgens, allemaal onze bijdrage leveren aan de opbouw van een samenleving die het mogelijk en uitvoerbaar maakt dat mensen van hun rechten genieten en hun verplichtingen nakomen die met deze rechten samenhangen'. H. Paus Johannes Paulus II, Boodschap, Boodschap bij gelegenheid van de 30e verjaardag van de ondertekening van de VN-verklaring van de Rechten van de mens, 10 december 1978, Godsdienstvrijheid voor iedereen (2 dec 1978), 2. (Archiefvan de Kerken 34 (1979), 590)

Document

Naam: TOT DE LEDEN VAN HET RECHTBANK VAN DE ROMEINSE ROTA
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 17 februari 1979
Copyrights: © 1979, Archief van Kerken 34e jrg, p. 805-810
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam