• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

GOD KAN NIET DOODGEZWEGEN WORDEN
Tot Bisschoppen van Australië, seminaristen en novicen in St. Mary's Cathedral, Sydney

Dierbare broeders en zusters,

Het verheugt mij in deze prachtige kathedraal mijn broeders in het bisschopsambt en het priesterambt, alsook de diakens, de religieuzen en de leken van het aartsbisdom Sydney te mogen begroeten. Ik richt mijn groeten heel bijzonder tot de seminaristen en de jonge religieuzen die onder ons aanwezig zijn. Zij zijn, zoals de jonge Israëlieten in de eerste lezing van vandaag, een teken van hoop en vernieuwing voor Gods volk; en, zoals die jonge Israëlieten, zullen zij de taak hebben het huis van de Heer in de komende generatie op te bouwen.

Als we dit schitterende gebouw bewonderen, moeten we uiteraard denken aan al die vele priesters, religieuzen en gelovige leken die, ieder op hun eigen manier, hebben bijgedragen aan de opbouw van de Kerk in Australië. Onze gedachten gaan in het bijzonder uit naar de kolonistenfamilies aan wie Father Jeremiah O’Flynn bij zijn vertrek het Allerheiligst Sacrament toevertrouwde, een ‘kleine kudde’ die deze kostbare schat koesterde en bewaarde, en doorgaf aan volgende generaties, die dit grote tabernakel bouwden tot eer van God. Laten wij ons verheugen over hun trouw en volharding en ons wijden aan de opdracht hun werk voort te zetten, voor de verbreiding van het evangelie, de bekering van de harten en de groei van de Kerk in heiligheid, eenheid en liefde!

We gaan zo meteen de wijding vieren van het nieuwe altaar van deze eerbiedwaardige kathedraal. Zoals het reliëf aan de voorgevel ons krachtig in herinnering brengt, is ieder altaar een symbool van Jezus Christus, aanwezig in Zijn Kerk als priester, altaar en offerlam tegelijk. Prefatie voor Pasen, nr. 5 Gekruisigd, begraven en opgestaan uit de dood, levend gemaakt in de Geest en gezeten aan de rechterhand van de Vader, is Christus onze grote Hogepriester geworden, die voor eeuwig onze Voorspreker is. In de liturgie van de Kerk, en vooral in het Misoffer dat voltrokken wordt op de altaren van de wereld, worden wij, de leden van Zijn mystieke Lichaam, door Hem uitgenodigd te delen in Zijn zelfgave. Hij roept ons op, als het priesterlijk volk van het nieuwe en altijddurende verbond, om in eenheid met Hem onze persoonlijke, dagelijkse offers te brengen voor de redding van de wereld.

In de liturgie van vandaag brengt de Kerk ons in herinnering dat wij, net zoals dit altaar, gewijd zijn, ‘afgezonderd’ voor de dienst aan God en de opbouw van Zijn Koninkrijk. Maar al te vaak echter zijn we ondergedompeld in een wereld die God ‘opzij’ wil zetten. In de naam van menselijke vrijheid en autonomie wordt er over God gezwegen, wordt godsdienst gereduceerd tot een persoonlijke devotie en het geloof in het openbaar gemeden. Soms kan deze mentaliteit, die zo haaks op de kern van het evangelie staat, zelfs ons eigen begrip van de Kerk en haar missie verduisteren. Wij kunnen ook bekoord worden het geloofsleven te reduceren tot niet meer dan een gevoelskwestie, en zo de kracht ervan te beperken om een consequent wereldbeeld en een ernstige dialoog te bieden met betrekking tot de andere wereldbeelden die strijden om de geest en het hart van onze tijdgenoten.

Toch toont de geschiedenis, inclusief de geschiedenis van onze tijd, dat de vraag naar God nooit zal verstommen en dat onverschilligheid voor de godsdienstige dimensie van het menselijk bestaan uiteindelijk de mens zelf verlaagt en verraadt. Is dat niet de boodschap die door de indrukwekkende architectuur van deze kathedraal wordt verkondigd? Is dat niet het mysterie van het geloof dat bij iedere viering van de Eucharistie van dit altaar zal worden verkondigd? Het geloof leert ons dat we in Jezus Christus, het mensgeworden Woord, de verhevenheid van onze eigen menselijkheid leren verstaan, het mysterie van ons leven op deze aarde, en de sublieme bestemming die ons in de hemel wacht. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 24 Het geloof leert ons dat wij schepselen van God zijn, geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis, begiftigd met een onaantastbare waardigheid en geroepen tot eeuwig leven. Waar de mens verlaagd wordt, wordt de wereld om ons heen ook verlaagd; die verliest haar uiteindelijke zin en dwaalt af van haar doel. Wat dan ontstaat is een cultuur niet van het leven maar van de dood. Hoe kan dit worden beschouwd als ‘vooruitgang’? Het is een stap achteruit, een vorm van terugval, die uiteindelijk de bronnen van het leven zelf voor de mensen en voor de hele samenleving doet opdrogen.

We weten dat ten slotte – zoals de heilige Ignatius van Loyola het zo duidelijk zag – de enige werkelijke ‘maatstaf’ waaraan alle menselijke werkelijkheid gemeten kan worden het kruis is, met zijn boodschap van onverdiende liefde die zegeviert over kwaad, zonde en dood en nieuw leven en onvergankelijke vreugde schept. Het kruis openbaart dat we onszelf alleen vinden als we ons leven weggeven, Gods liefde ontvangen als een onverdiende gave en ons inzetten om alle mensen binnen te brengen in de schoonheid van die liefde en in het licht dat alleen de wereld redding brengt.

In deze waarheid – dit mysterie van het geloof – zijn wij ‘geheiligd’, Vgl. Joh. 17, 17-19 en in deze waarheid zijn wij geroepen om te groeien, met de hulp van Gods genade, in dagelijkse trouw aan Zijn woord, binnen de levengevende gemeenschap van de Kerk. Maar hoe moeilijk is deze weg van heiliging! Hij eist voortdurende ‘bekering’, een offerend ‘aan zichzelf sterven’, hetgeen de voorwaarde is voor het volledig aan God toebehoren, een verandering van geest en hart, die ware vrijheid schenkt en een nieuwe, ruime blik. De liturgie van vandaag biedt een veelzeggend symbool van die voortschrijdende geestelijke verandering, waartoe ieder van ons is geroepen. Van het besprenkelen met water, de verkondiging van Gods woord en de aanroeping van alle heiligen tot het wijdingsgebed, het zalven en het wassen van het altaar, dat dan met wit bekleed en met licht omhuld wordt – al deze riten nodigen ons uit onze eigen toewijding in het Doopsel opnieuw te beleven. Zij nodigen ons uit de zonde en haar valse bekoring te verwerpen en steeds dieper te drinken uit de levenschenkende bronnen van Gods genade.

Dierbare vrienden, moge deze viering, in aanwezigheid van de Opvolger van Petrus, een ogenblik zijn van hernieuwde toewijding en hernieuwing voor de hele Kerk in Australië! Ik wil hier enkele ogenblikken stilstaan om de schaamte te erkennen die wij allen hebben gevoeld als gevolg van het seksueel misbruik van minderjarigen door een aantal priesters en religieuzen in dit land. Ik betreur werkelijk ten diepste de pijn en het lijden dat de slachtoffers hebben doorstaan en ik verzeker hun dat ik, als hun Herder, deel in hun lijden. Deze wandaden, die het vertrouwen zozeer geschonden hebben, verdienen een ondubbelzinnige veroordeling. Ze hebben heel veel pijn veroorzaakt en hebben het getuigenis van de Kerk geschaad. Ik vraag u allen om uw bisschoppen te steunen en bij te staan en met hen samen te werken in de bestrijding van dit kwaad. Aan de slachtoffers moeten medeleven en zorg geboden worden en de verantwoordelijken voor dit kwaad moeten worden berecht. Het is een heel belangrijke prioriteit een veiligere en gezondere omgeving te bevorderen, in het bijzonder voor jonge mensen. In deze dagen, die in het teken van de Wereldjongerendagen staan, worden wij eraan herinnerd hoe kostbaar de schat is, die ons in onze jongeren is toevertrouwd en hoe een groot deel van de missie van de Kerk in dit land aan hun opvoeding en zorg is besteed. Terwijl de Kerk van Australië voortgaat zich in de geest van het evangelie daadwerkelijk in te zetten voor deze ernstige pastorale uitdaging, bid ik samen met u dat deze tijd van zuivering zal leiden tot genezing, verzoening en steeds grotere trouw aan de morele eisen van het evangelie.

Ik wil mij nu wenden tot de seminaristen en jonge religieuzen in ons midden, met een speciaal woord van genegenheid en bemoediging. Dierbare vrienden: met grote edelmoedigheid bent u de weg opgegaan richting een bijzondere toewijding, geworteld in uw Doopsel en ingeslagen in antwoord op de persoonlijk oproep van de Heer. U hebt zich, op verschillende manieren, verbonden om in te gaan op de uitnodiging van Christus Hem te volgen, alles achter te laten en uw leven te wijden aan het streven naar heiligheid en de dienst aan Zijn volk.

In het evangelie van vandaag roept de Heer ons op “te geloven in het licht”. Vgl. Joh. 12, 36 Voor u, dierbare jonge seminaristen en religieuzen, hebben deze woorden een speciale betekenis. Ze zijn een oproep om te vertrouwen op de waarheid van Gods woord en vast te hopen op Zijn beloften. Ze nodigen ons uit om, met de ogen van geloof, het onfeilbare werken van Zijn genade te zien, overal om ons heen, ook in die donkere tijden als al onze pogingen tevergeefs lijken te zijn. Laat dit altaar, met zijn krachtige beeld van Christus, de Lijdende Dienaar Gods, een voortdurende inspiratie voor u zijn. Er zijn zeker tijden dat iedere trouwe leerling de hitte en de last van de dag zal ervaren Vgl. Mt. 20, 12 en de strijd om profetisch getuigenis af te leggen voor een wereld die doof kan lijken voor de eisen van Gods woord. Weest niet bang! Gelooft in het licht! Sluit de waarheid in uw hart, die we vandaag in de tweede lezing hebben gehoord: “Jezus Christus is dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid” (Heb. 13, 8). Het licht van Pasen blijft de duisternis verdrijven!

De Heer nodigt ook ons uit te wandelen in het licht. Vgl. Joh. 12, 35 Ieder van u is de meest grootse en eervolle strijd aangegaan, om toegewijd te worden in de waarheid, te groeien in deugd, harmonie te bereiken tussen uw gedachten en idealen enerzijds en uw woorden en daden anderzijds. Dringt oprecht en diep binnen in de discipline en de geest van uw vormingsprogramma. Wandelt dagelijks in het licht van Christus door trouw te zijn aan persoonlijk en liturgisch gebed, gevoed door meditatie over het geïnspireerde woord van God. De Kerkvaders beschouwden de Schrift graag als een geestelijke Hof van Eden, een tuin waar wij vrij met God kunnen wandelen, terwijl wij de schoonheid en de harmonie bewonderen van Zijn reddingsplan, zoals het vrucht draagt in ons eigen leven, in het leven van de Kerk en in de gehele geschiedenis. Laat dan gebed en meditatie over Gods woord de lamp zijn die uw schreden verlicht, zuivert en leidt langs het pad dat de Heer voor u heeft uitgezet. Maakt de dagelijkse viering van de Eucharistie tot het middelpunt van uw leven. In iedere Mis, als het Lichaam en Bloed van de Heer worden opgeheven aan het einde van het Eucharistisch Gebed, heft dan uw eigen hart en leven op, door Christus, met Hem en in Hem, in de eenheid van de heilige Geest, als liefdevol offer aan God, onze Vader.

Op die manier, dierbare jonge seminaristen en religieuzen, zult u zelf levende altaren worden, waar de offerliefde van Christus aanwezig komt als inspiratie en bron van geestelijke voeding voor iedereen die u ontmoet. Door de oproep van de Heer te aanvaarden Hem te volgen in kuisheid, armoede en gehoorzaamheid, bent u begonnen aan een reis van radicale navolging als Zijn leerlingen, die u zal maken tot “tekenen die weersproken worden” (vgl. Lc. 2, 34) voor veel van uw tijdgenoten. Vormt uw leven dagelijks naar het voorbeeld van de liefdevolle zelfgave van de Heer, in gehoorzaamheid aan de wil van de Vader. Zo zult u de vreugde en de vrijheid ontdekken waardoor anderen getrokken kunnen worden tot de Liefde die achter iedere andere liefde ligt, als bron en ultieme vervulling. Vergeet nooit dat het celibaat omwille van het Koninkrijk Gods betekent het kiezen voor een leven dat geheel gewijd is aan de liefde, een liefde die u in staat stelt u geheel toe te wijden aan Gods dienst en er geheel en al te zijn voor uw broeders en zusters, in het bijzonder voor hen die in nood zijn. De grootste schatten die u deelt met andere jonge mensen – uw idealisme, uw edelmoedigheid, uw tijd en uw energie – dat zijn de ware offergaven die u op het altaar van de Heer legt. Moge u dit prachtige charisma altijd koesteren, dat God u geschonken heeft tot Zijn eer en tot opbouw van de Kerk!

Dierbare vrienden, laat mij deze overwegingen besluiten met uw aandacht te vestigen op het grote glas-in-lood raam in het koor van deze kathedraal. Daar wordt Onze Lieve Vrouw, Koningin des Hemels, afgebeeld zoals zij in majesteit troont naast haar goddelijke Zoon. De kunstenaar heeft Maria afgebeeld als de nieuwe Eva, die Christus, de nieuwe Adam, een appel aanbiedt. Dit gebaar symboliseert de door haar bewerkte ommekeer van de ongehoorzaamheid van onze stamouders, de rijke vrucht die Gods genade in haar eigen leven heeft gedragen, en de eerste vruchten van die verloste en verheerlijkte mensheid, die zij is voorgegaan in de heerlijkheid van de hemel. Laten wij Maria, Hulp der Christenen, vragen de Kerk in Australië te bewaren in trouw aan die genade waardoor de gekruisigde Heer ook nu de hele schepping en ieder mensenhart “tot zich trekt”. Vgl. Joh. 12, 32 Moge de kracht van Zijn heilige Geest de gelovigen in dit land heiligen in Zijn waarheid en overvloedige vruchten voortbrengen van heiligheid en gerechtigheid voor de redding van de wereld. Moge zo de gehele mensheid geleid worden tot de volheid van het leven rond dat Altaar waar wij, in de heerlijkheid van de hemelse liturgie, geroepen zijn voor eeuwig Gods lof te zingen. Amen.

Document

Naam: GOD KAN NIET DOODGEZWEGEN WORDEN
Tot Bisschoppen van Australië, seminaristen en novicen in St. Mary's Cathedral, Sydney
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 19 juli 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana
SRKK, vert.: dr. N. Stienstra; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 29 augustus 2016

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam